Parlementaire vraag nr. 994 van de heer Steven Matheï van 05.04.2022
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/084 d.d. 02.05.2022, blz. 169
Aangifte rechtspersonenbelasting
VRAAG (van de heer Matheï)
Het overgrote deel van de vzw's is onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. De aangifte ervan verloopt digitaal via BizTax. Artikel 310 WIB 92 bepaalt dat de uiterste datum van indiening van de aangifte is vastgesteld op de laatste dag van de zevende maand volgend op het afsluiten van het boekjaar. De aangifte dient te zijn gebaseerd op de goedgekeurde jaarrekening. Voor bepaalde vzw's loopt het boekjaar gelijk met het kalenderjaar, voor andere vzw's loopt het boekjaar niet gelijk met het kalenderjaar. In de praktijk is er veel verwarring over welke documenten moeten toegevoegd worden bij de aangifte van de rechtspersonenbelasting.
- In de praktijk voegen veel vzw's wiens boekjaar niet gelijkloopt met het kalenderjaar een financieel overzicht van het kalenderjaar toe bij de aangifte van de rechtspersonenbelasting.
- Op de website van de FOD Financiën kan men lezen dat men onder meer volgende documenten kan bijvoegen bij de aangifte van de rechtspersonenbelasting: de jaarrekening of vereenvoudigde balans indien men niet verplicht is deze in te dienen bij de Nationale Bank van België (NBB) en het proces-verbaal van de algemene vergadering.
- Bij de aangifte in BizTax lijkt het enkel verplicht te zijn de jaarrekening toe te voegen wanneer men niet verplicht is deze neer te leggen bij de Balanscentrale van de NBB.
- Wanneer men via e-mail de vraag stelt aan de FOD Financiën krijgt men het bericht dat men bij de aangifte van de rechtspersonenbelasting de jaarrekening en bankafschriften met het saldo van de bankrekening(en) op 1 januari en 31 december van het betrokken jaar moet toevoegen. Indien er geen activiteit is geweest, zou men een verklaring moeten toevoegen dat er geen activiteiten waren.
1. Welke documenten zijn verplicht toe te voegen bij de aangifte van de rechtspersonenbelasting?
2. Dient de aangifte in de rechtspersonenbelasting wel of niet per kalenderkaar te gebeuren?
3. Op welke manier dient men een aangifte van de rechtspersonenbelasting te doen wanneer het boekjaar niet gelijklopend is met het kalenderjaar? Zijn hier bijkomende verplichtingen aan verbonden? Is het voldoende een financieel overzicht van het van het kalenderjaar toe te voegen?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. Overeenkomstig artikel 307, §3, WIB 92 moeten bij de aangifte in de rechtspersonenbelasting de documenten en inlichtingen worden gevoegd die zijn vermeld in het vak "Diverse bescheiden en opgaven". Zo dient onder andere de jaarrekening te worden toegevoegd aan de aangifte indien de belastingplichtige niet verplicht is deze neer te leggen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België. Om te anticiperen op een latere vraag om inlichtingen wordt in de toelichting gevraagd om informatie over bepaalde inkomsten of gegevens die worden vermeld op de aangifte. Het feit dat die informatie niet door de rechtspersoon wordt verstrekt, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de aangifte. In dezelfde zin kunnen de belastingplichtigen die hun boekhouding anders dan per kalenderjaar voeren, bij de aangifte de informatie voegen die zij voor de administratie dienstig achten, waaronder een staat van de rekeningen betreffende het betrokken belastbaar tijdperk.
2. Artikel 200, c) van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 bepaalt dat het belastbaar tijdperk in de rechtspersonenbelasting steeds samenvalt met het kalenderjaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, ongeacht of de boekhouding al dan niet per kalenderjaar wordt gehouden. Bijgevolg dient de aangifte per kalenderjaar (belastbaar tijdperk) te gebeuren.
3. Wanneer een belastingplichtige onderworpen aan de rechtspersonenbelasting zijn boekhouding anders dan per kalenderjaar wenst te houden (gebroken boekjaar), dan moet hij zich zo organiseren dat zijn aangifte in de rechtspersonenbelasting gebaseerd is op de gerealiseerde verrichtingen van het betrokken kalenderjaar, wat overeenstemt met het belastbaar tijdperk. Voor de overige punten verwijs ik naar het antwoord op punt 1.
