Parlementaire vraag nr. B056 van de heer Campstein van 26.02.2003

VRAAG 03/B056
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 1005, blz. 17
Vrijwillige betaling onderhoudsuitkering
VRAAG
Artikel 104, 1° WIB 92 houdt voor de aftrek van onderhoudsuitkeringen geen rekening met de evolutie van de gezinstoestand.
Wanneer, bij voorbeeld, een kind bij de moeder blijft en beslist ver van zijn woonplaats hogere studies te gaan volgen, kan de vader zich niet onttrekken aan zijn wettelijke verplichting om te voorzien in het levensonderhoud van zijn kind (artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek).
Kan u me meedelen of artikel 104, 1° WIB 92 geen rekening zou moeten houden met de wijzigende omstandigheden na de echtscheiding of de wettelijke scheiding?
In dat geval zouden de onderwijskosten, net als het aanvankelijk vastgestelde onderhoudsgeld, aftrekbaar moeten zijn voor zover de betaling van die kosten wordt gestaafd.
ANTWOORD (van de heer Reynders, Minister van Financiën)
Nr. 104/9 van het Commentaar van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bepaalt dat, krachtens artikel 209 van het Burgerlijk Wetboek, het onderhoudsgeld nooit definitief is. De behoeften van de ene en de middelen van de andere kunnen inderdaad veranderen, zodat ook de onderhoudsplicht die daarmee samenhangt kan worden gewijzigd.
Zo is het mogelijk dat de schuldenaar van het onderhoudsgeld, dat bij gerechtelijke beslissing werd vastgesteld, dit vrijwillig verhoogt. Wanneer het onderhoudsgeld zijn bestaansreden heeft en voldoet aan alle voorwaarden, is er geen enkele reden waarom het niet zou kunnen worden afgetrokken.
WEDERVRAAG (van de heer Campstein)
Hiervoor moet dus niet nog eens een rechterlijke beslissing worden genomen?
WEDERANTWOORD (van de heer Reynders)
Helemaal niet!