Parlementaire vraag nr. 469 van de heer Bourgeois van 20.06.1996
VRAAG 96/469
Bull. nr. 789, pag. 107
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 143, blz. 19675-19676
Volmacht
VRAAG
Sedert de oprichting van het Instituut van de accountants (IDAC) zijn de aangesloten leden onderworpen aan strenge deontologische normen. De vertegenwoordiging van belastingplichtigen is een activiteit die door de accountant wordt uitgeoefend. Blijkbaar bestaat er betwisting omtrent de vraag of de accountant in het bezit moet zijn van een schriftelijke volmacht vanwege zijn cliënt of niet.
Kan u mij meedelen of de accountant, lid van het IDAC, in het bezit moet zijn van een schriftelijke volmacht en dit zowel in het kader van:
1. het indienen van de fiscale aangifte;
2. de controles;
3. het antwoorden op berichten van wijziging, vragen om inlichtingen enz.;
4. de bezwaarprocedures?
ANTWOORD
Artikel 305, laatste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) bepaalt dat de aangiften mogen worden overgelegd door een lasthebber, die alsdan van de lastgeving krachtens welke hij optreedt moet doen blijken.
De administratieve commentaar op voormeld artikel schrijft voor dat die lastgeving mondeling mag worden gegeven, doch ze moet worden bewezen of tenminste worden ingeroepen opdat de administratie in dat geval de lasthebber zou kunnen ondervragen nopens het bestaan en de draagwijdte van zijn volmacht.
Om die reden moeten de taxatiediensten, wanneer een aangifte inzake inkomstenbelastingen door een lasthebber overgelegd is zonder dat het bewijs van de lastgeving krachtens welke hij handelt, erbij is gevoegd of in het dossier van de betrokken belastingplichtige berust, de overlegging van dat bewijs vorderen. Eenzelfde bewijs dient te worden verstrekt ter gelegenheid van controle, antwoorden op vragen om inlichtingen, berichten van wijziging, kennisgevingen van aanslag van ambtswege, enz.
Wat in het bijzonder de bezwaarprocedure betreft, laat de rechtspraak wel toe dat het bewijs van de lastgeving mag worden geleverd na het indienen van het bezwaarschrift, maar het mandaat moet reeds bestaan vóór het indienen ervan. De administratie is ertoe gehouden onmiddellijk na het indienen van het bezwaarschrift voormeld bewijs te vragen. Verder moet de lastgeving zodanig gepreciseerd zijn dat ze het indienen van een bezwaarschrift toelaat.
Bron: FisconetPlus
