Parlementaire vraag nr. 1273 van de heer Van der Maelen van 03.05.2006
Parlementaire vraag nr. 1273 van de heer Van der Maelen dd. 03.05.2006
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 127, blz. 24939-24941
Studentenkamers - Vrijstelling van onroerende voorheffing
VRAAG
Artikel 253, 1° WIB 1992 stelt dat er een vrijstellling is van onroerende voorheffing voor onroerende goederen vermeld in artikel 12, § 1 WIB 1992. Het moet met andere woorden gaan om onroerende goederen die een belastingplichtige zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst, of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen.
In het kader van de vrijstelling van onroerende voorheffing voor de bestemming van onroerende goederen voor onderwijs, werd reeds in verschillende rechtspraak bevestigd dat ook de verhuur van studentenkamers door een instelling met als maatschappelijk doel een onderwijsactiviteit, van de vrijstelling kan genieten (Brussel 21 november 1989, FJF 1990, nr. 90/ 60, p. 136; Brussel 13 november 1997, Fisk. 1998, nr. 646, blz. 12). Volgens die rechtspraak diende de bestemming voor onderwijsdoeleinden geenszins rechtstreeks te zijn. Een peda die werd uitgebaat door zusters, kon vrijstelling genieten aangezien de studenten school liepen aan een onderwijsinstelling van dezelfde congregatie.
In dit opzicht zouden studentenkamers die worden verhuurd door bijvoorbeeld de hogeschool EHSAL aan zijn studenten, genieten van een vrijstelling van onroerende voorheffing. De vraag rijst of dit ook geldt voor organisaties als Quartier Latin. Deze VZW heeft tot doel om, in het kader van de organisatie en het beheer van de sociale voorzieningen van de hogescholen en de universiteiten gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gemeenschappelijke projecten op te zetten; uit te bouwen en te beheren inzake studentenhuisvesting in Brussel. Ze zal met andere woorden als tussenpersoon optreden tussen enerzijds de hogescholen en universiteiten en anderzijds de studenten. Quartier Latin heeft in haar maatschappelijk doel bijgevolg geen bestemming voor onderwijsdoeleinden. Het zijn de diverse instellingen waarvoor zij optreedt, die deze doelstelling hebben.
1. Kan uw administratie meedelen of een VZW als Quartier Latin kan worden vrijgesteld van onroerende voorheffing?
2. Zo niet, waarom niet en houdt dit geen schending in van het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 27.06.2006)
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te vinden op zijn vragen.
1 en 2. Krachtens artikel 253, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), wordt van de onroerende voorheffing vrijgesteld het kadastraal inkomen van de in artikel 12 § 1 WIB 1992, vermelde onroerende of delen van onroerende goederen.
Er wordt op gewezen dat artikel 12, § 1 WIB 1992 een uitzondering maakt op de in artikel 7 WIB 1992 geformuleerde regel van belastbaarheid van de inkomsten van onroerende goederen en bijgevolg beperkend moet worden uitgelegd in die zin dat men zich dient te houden aan de termen zelf van de wet.
Artikel 12, § 1 WIB 1992 bepaalt dat vrijgesteld is het kadastraal inkomen van de onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen.
De onroerende goederen moeten bijgevolg, om vrijgesteld te kunnen worden, uitsluitend tot de door de wet beperkend opgesomde doeleinden worden gebruikt. Dit gebruik is bovendien een kwestie die in feite moet worden opgelost, zodat geval per geval moet worden nagegaan of aan de bestemmingsvoorwaarde van het onroerend goed is voldaan.
Vanzelfsprekend moet tegelijkertijd aan de andere door de wet gestelde voorwaarde worden voldaan: het gebrek aan winstbejag in hoofde van de belastingplichtige (eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker) of bewoner.
Gelet op het voorgaande is het bijgevolg niet mogelijk om een specifiek antwoord te verstrekken op de door u gestelde vraag.
Ieder dossier moet individueel worden behandeld, in het kader van een aanvraag tot vrijstelling van de onroerende voorheffing, die door de belastingplichtige zelf moet worden ingediend, zoals voorzien in het WIB 1992.
Bijgevolg, als de VZW Quartier Latin een aanvraag tot vrijstelling wenst in te dienen zal deze ten gronde onderzocht worden door de bevoegde diensten.
