Parlementaire vraag nr. 1515 van de heer Wouter Vermeersch van 13.06.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/116 d.d. 20.07.2023, blz. 170
Belastingvermindering particulier laadstation vanaf aanslagjaar 2024
VRAAG (van de heer Vermeersch)
Overeenkomstig artikel 145/50 WIB 1992 wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk door de belastingplichtige werkelijk zijn betaald voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens in, of in de onmiddellijke nabijheid van, de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar. Die belastingvermindering wordt maar verleend als de belastingplichtige de belastingvermindering niet heeft gevraagd voor een vorig belastbaar tijdperk. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten. Stel, een man van een gezamenlijk belast koppel heeft voor aanslagjaar 2022 betalingen gedaan voor de plaatsing van een vast laadstation aan de woning, die 100 % zijn eigendom is en waar het gezamenlijk belast koppel zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari 2022. Dus alleen uitgaven in code *365 van de echtgenoot worden ingevuld voor aanslagjaar 2022. De belastingvermindering die eruit voortvloeit werd echter bij de opmaak van het aanslagbiljet over beiden echtgenoten verdeeld. Wanneer het koppel nu in 2023 verhuisd is naar een andere woning die 100 % eigendom is van de vrouw van het gezamenlijk belast koppel en deze echtgenote doet in 2023 betalingen voor een vast laadstation in die woning, komt de vrouw dan nog in aanmerking voor de belastingvermindering voor uitgaven van een vast laadstation of wordt zij ook uitgesloten omdat er door de aanrekening in aanslagjaar 2022 al een belastingvermindering werd toegekend aan echtgenote? Vanaf aanslagjaar 2024, kan het bedrag waarvoor de belastingvermindering voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk door de belastingplichtige werkelijk zijn betaald voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens in (of in de onmiddellijke nabijheid van) de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar wordt verleend, niet meer bedragen dan 1.750 euro per laadstation, of 8.000 euro per bidirectioneel laadstation, en per belastingplichtige. Stel, een belastingplichtige heeft 2.000 euro uitgaven voor unidirectioneel laadstation en 7.000 euro voor bidirectioneel laadstation gedaan in 2023 die in aanmerking komen voor de belastingvermindering van artikel 145/50 WIB1992. Op hoeveel belastingvermindering heeft hij dan recht voor aanslagjaar 2024? Hoe moet die begrenzing concreet worden toegepast?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
1. In de voorgelegde situatie woont een echtpaar in een woning waarvan alleen de echtgenoot eigenaar is. De echtgenoot deed in 2021 (vanaf 1 september 2021) uitgaven voor de plaatsing van een vast laadstation aan de woning en vraagt voor het aanslagjaar 2022 de belastingvermindering voor de uitgaven voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens. Zijn partner vermeldt in de aangifte in de personenbelasting voor het aanslagjaar 2022 geen uitgaven voor de plaatsing van een vast laadstation. In dat geval heeft alleen de echtgenoot de belastingvermindering gevraagd. De verdeling van de belastingvermindering over beide echtgenoten heeft niet tot gevolg dat de partner de belastingvermindering heeft gevraagd. Wanneer het echtpaar in 2023 naar een andere woning verhuist waarvan alleen de partner eigenaar is en de partner in 2023 uitgaven doet voor de plaatsing van een vast laadstation aan die woning, dan kan de partner voor het aanslagjaar 2024 de belastingvermindering vragen. Die uitgaven moeten uiteraard aan alle wettelijke voorwaarden voldoen. De echtgenoot kan de belastingvermindering niet meer vragen.
2. Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, kan niet meer bedragen dan 1.750 euro per laadstation, of 8.000 euro per bidirectioneel laadstation, en per belastingplichtige. In het gegeven voorbeeld deed de belastingplichtige in 2023 2.000 euro uitgaven voor de plaatsing van een unidirectioneel laadstation en 7.000 euro voor de plaatsing van een bidirectioneel laadstation. Het bedrag dat in aanmerking komt voor de belastingvermindering bedraagt dus 1.750 euro (voor het unidirectioneel laadstation) of 7.000 euro (voor het bidirectioneel laadstation). De belastingplichtige moet zelf de keuze maken op welke belastingvermindering hij aanspraak wil maken. De belastingvermindering voor de in 2023 betaalde uitgaven is gelijk aan 30 %. In het gegeven voorbeeld is het dus voordeliger om de belastingvermindering voor de plaatsing van een bidirectioneel laadstation te vragen. De belastingvermindering zal dan gelijk zijn aan 2.100 euro (= 7.000 euro x 30 %).
