Parlementaire vraag nr. 696 van mevrouw Marie-Christine Marghem van 10.01.2013
Parlementaire vraag nr. 696 van mevrouw Marie-Christine Marghem dd. 10.01.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/102 dd. 25.02.2013, blz. 28
Inkomstenbelastingen. - Wijziging van belastingaangiften
VRAAG
Mijn vraag is van algemene aard en handelt meer bepaald over de wijziging van aangifte zoals bedoeld in artikel 346 van het WIB 1992. Ik heb van diverse bronnen uit verschillende hoeken van het land vernomen dat de verstandhouding tussen de belastingadministratie en de belastingplichtigen erop achteruit gaat. Daar zouden twee belangrijke redenen voor zijn. Ten eerste zou de fiscus vaker dan vroeger onmiddellijk een bericht van wijziging versturen. Dit komt bij de belastingbetaler agressief over, omdat de administratie in veel gevallen gewoon om uitleg had kunnen vragen. Die handelwijze lokt ook tegenwerking uit en roept reacties op, wat de taak van de administratie alleen maar moeilijker en delicater maakt. Ten tweede zou het bericht van wijziging, net als de daaruit voortvloeiende kennisgeving van beslissing tot taxatie, schijnbaar door de ambtenaar die de belastingaangifte controleert worden ondertekend zonder dat een en ander eerst door zijn onmiddellijke superieuren werd nagezien. Tot voor kort moest een bericht van wijziging door de hoofdcontroleur worden ondertekend, die op die manier kon nagaan welke wijzigingen er werden voorgesteld.
1. In de circulaire nr. Ci.RH.81/548.628 (AOIF 21/2002) van 29 juli 2002 (Bull. Bel. nr. 830, blz. 2587-2593) staat in punt 5, vierde lid, dat het "past voorrang te geven, naargelang het geval, aan de uitnodiging van de belastingplichtige op kantoor, aan een vraag om inlichtingen of aan een bezoek ter plaatse". a) Gelden die aanbevelingen nog of werden zij integendeel ingetrokken ? b) Heeft de minister zelf gevraagd systematisch of alleszins vaker dan vroeger onmiddellijk een bericht van wijziging te verzenden ?
2. a) Hebben de vigerende administratieve richtlijnen tot doel de aanslagambtenaren dermate te responsabiliseren dat zij zelf de gegrondheid mogen bepalen van een bericht van wijziging of een kennisgeving van beslissing tot taxatie (waarin de argumenten van de belastingplichtige veelal van de tafel worden geveegd) en dat zij voornoemde documenten alleen ondertekenen zonder dat er wordt nagegaan over welke wijzigingen het gaat en of ze gegrond zijn ? b) Heeft de superieur van deze eerstelijnscontroleurs ter zake dan geen enkele verantwoordelijkheid ?
3. a) Gesteld dat het bericht van wijziging of de kennisgeving van beslissing tot taxatie die de wijziging van de aanslag handhaaft alleen door de aanslagambtenaar wordt ondertekend, is deze laatste dan ook belast met de uitvoerbaarverklaring van het kohier ? b) Zo niet, welke ambtenaar is daartoe dan wel gemachtigd ? c) Probeert deze ambtenaar enig zicht te krijgen op de situatie en controleert hij de argumenten die de belastingplichtige in zijn antwoord op het bericht van wijziging inroept of werkt ook hij routinematig, dus zonder te controleren of de aanslag correct is ?
ANTWOORD (van de heer Vanackere, Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
1. De onderrichtingen van de circulaire waarnaar het geachte lid verwijst, zijn nog steeds van toepassing. Er zijn mij dienaangaande geen moeilijkheden bekend op het terrein. Indien concrete gevallen worden beoogd, ben ik bereid een nader onderzoek in te stellen indien mij de nodige gegevens worden medegedeeld. Zo nodig zullen de bestaande richtlijnen opnieuw in herinnering gebracht worden van de betrokken diensten, meer bepaald betreffende de relatie tussen de belastingplichtigen en de administratie.
2. Wat betreft de controlecentra is het inderdaad zo dat, in het kader van de responsabilisering, de taxatieagenten van niveau A of B zelf de uitgaande belangrijke procedurestukken (bericht van wijziging, kennisgeving van taxatie van ambtswege, kennisgeving van beslissing tot taxatie, enzovoort) gericht aan de belastingplichtige zelf ondertekenen. Daarbij mag echter niet uit het oog verloren worden dat de taxatieagent naar aanleiding van de verificatie (dus voor de verzending van voormelde stukken) beroep kan doen op het advies van de sectie V (geschillenbehandeling), in de gevallen van technisch complexe materies of punten waarvan hij vermoedt dat ze zullen leiden tot een blijvend niet-akkoord. De teamchef is en blijft echter verantwoordelijk voor de kwaliteit waarmee de controledossiers door zijn teamleden worden afgehandeld. Dit betekent onder andere dat hij systematisch en steekproefsgewijs dossiers nakijkt op hun kwaliteit. Bovendien wordt hij formeel door de dossierbeheerder op de hoogte gebracht van een blijvend niet-akkoord waarna de procedure wordt gevolgd inzake voorafgaande geschillen die in zeven stappen de garantie biedt dat het standpunt van de taxatieagent in overeenstemming wordt gebracht met de fiscaal juridische ondersteuning van de sectie V. Het doel van de fase van de voorafgaande geschillen is een filter te vormen voor taxaties die onvoldoende onderbouwd zijn om overeind te blijven in de verdere geschillenfases (administratief en gerechtelijk). Voor wat betreft de klassieke taxatiediensten, is een gelijkaardige procedure van toepassing waarbij de rol van de sectie V wordt vervuld door de cel gerechtelijke geschillen van de directie. Voormelde onderrichtingen werden in juli 2011 verstrekt via interne instructies.
3. Er is niets gewijzigd aan de uitvoerbaarverklaring van de kohieren. Volgens de bepalingen van artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden de kohieren nog steeds opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door de leidinggevende ambtenaar van de administratie bevoegd voor de vestiging van de belasting of de door hem gedelegeerde ambtenaar.
