Parlementaire vraag nr. 403 van de heer Georges Gilkinet van 15.06.2015
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/057 dd. 11.01.2016, blz. 74
Investeringsaftrek voor milieuvriendelijke investeringen in onderzoek
VRAAG (van de heer Gilkinet)
De artikelen 68 tot 77, 201 en 240 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en de artikelen 47 tot 49 bis van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bieden vennootschapen onder meer de mogelijkheid om 13,5 procent van de milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling af te trekken. De in te dienen attesten moeten worden aangevraagd bij de diensten van het Gewest dat bevoegd is voor de plaats waar er geïnvesteerd wordt, maar de financiële lasten die voortvloeien uit voormelde belastingaftrek komen voor rekening van de federale Staat.
1. Voor welk totaalbedrag werden er de jongste vijf jaar investeringsaftrekken toegestaan op grond van de artikelen 68 tot 77, 201 en 240 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van de artikelen 47 tot 49bis van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992?
2. Welk deel daarvan heeft betrekking op milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling?
3. Kunt u het aantal aanvragen en het bedrag van de aftrekken die de jongste vijf jaar op grond van voormelde wettelijke bepalingen werden toegekend, opsplitsen tussen de Gewesten?
4. In hoeveel gevallen hebben de Gewesten geweigerd een attest uit te reiken waaruit moet blijken dat de investeringen waarvoor een aftrek wordt gevraagd inderdaad 'milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling' zijn? Hanteren de onderscheiden Gewesten in dat verband dezelfde criteria?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1 en 3. De onderstaande tabellen bieden een overzicht van zowel het aantal als het totale bedrag van de aftrek (aangegeven in code 1437 van de aangifte in de vennootschapsbelasting) op basis van de artikelen 68-77, 201 en 240 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 47 tot 49bis van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en dit voor de afgelopen vijf jaar. Voor de aanslagjaren 2009, 2010 en 2011 betreft het definitieve cijfers. Voor de aanslagjaren 2012 en 2013 gaat het nog om voorlopige cijfers na, respectievelijk, 37 en 25 zendingen op een totaal van 43 zendingen. Voor aanslagjaar 2014 beschikt de Administratie nog niet over representatieve cijfers.
2. De Administratie beschikt niet over deze gegevens gezien deze niet uit de aangifte zijn af te leiden.
4. De Administratie beschikt niet over deze statistieken en verwijst u inzake deze gegevens door naar de gewestelijke instanties die hieromtrent bevoegd zijn.
