Parlementaire vraag nr. 586 van de heer Dalem van 17.01.1994
VRAAG 94/586
Bull. nr. 740, pag. 1569
Dividend - Fiscale en financiële bepalingen 1992 - Roerende voorheffing - Interest van voorschot
De belastingwet bevat voortaan een bepaling die het mogelijk maakt interesten onder bepaalde voorwaarden te herkwalificeren als dividenden.
Nu reeds blijkt dat er talrijke toepassingsproblemen zullen rijzen wegens de terugwerkende kracht van de maatregel.
Zou de geachte minister mij kunnen meedelen wat er zal gebeuren met de in juni 1992 uitgekeerde interesten die in beginsel op grond van de tweede grens waarin de wet voorziet, geherkwalificeerd kunnen worden daar de overeenkomst betrekking heeft op de periode van 1 juli 1991 tot 30 juni 1992 maar die ten dele (te verrekenen lasten) in de balans per 31 december 1991 zijn opgenomen ? Is het denkbaar dat een dividend wordt belast op het totale uitgekeerde bedrag, terwijl het slechts voor een deel verrekend werd ? Hoe staat het met de roerende voorheffing ?
Zou de geachte minister, over hetzelfde onderwerp, aan zijn administratie kunnen vragen wat de draagwijdte is van het woord "zogezegd" in de commentaar I/19 die zij heeft gepubliceerd in het Bulletin der belastingen nr. 732 van de maand november 1993, blz. 3178 ?
ANTWOORD
Uit de uitdrukkelijke bepalingen van artikel 47, § 6, van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen volgt dat de herkwalificatie van bepaalde interest van voorschotten als dividend, bedoeld in artikel 18, eerste lid, 3°, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, van toepassing is op de vanaf 27 maart 1992 betaalde of toegekende interest.
In het door het geachte lid bedoelde geval, moet als volgt worden tewerkgegaan :
- Het gedeelte van de dividenden dat geacht wordt te zijn begrepen in de op 31 december 1991 boekhoudkundig ten laste genomen interest dient als reserve te worden belast vermits dividenden deel uitmaken van de fiscale winst en niet als beroepskosten kunnen worden aangemerkt;
- Die reserve wordt geacht te zijn opgenomen ter gelegenheid van de toekenning van deze dividenden in juni 1992.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 267, eerste lid, van voormeld wetboek, brengt de toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten het verschuldigd zijn van de roerende voorheffing mede, die, op grond van artikel 412, eerste lid, van hetzelfde wetboek, betaalbaar is binnen de vijftien dagen na de toekenning of de betaalbaarstelling van de belastbare inkomsten.
Overigens moet het woord "zogezegd", dat voorkomt in nr. I/19, eerste lid, a, van de administratieve circulaire van 15 oktober 1993, Ci.D.19/444.905 (Bulletin der belastingen nr. 732 van november 1993) waarvan het geachte lid gewag maakt, geïnterpreteerd worden als "zodanig beschouwd door de vennootschap".
Bron: FisconetPlus
