Mondelinge parlementaire vraag nr. 8451 van de heer Olivier Maingain, vraag nr. 8579 van de heer Georges Gilkinet, vraag nr. 8600 van de heer Marco Van Hees en vraag nr. 8626 van de heer Dirk Van der Maelen d.d.19.01.2016
Mondelinge parlementaire vraag nr. 8451 van de heer Olivier Maingain, vraag nr. 8579 van de heer Georges Gilkinet, vraag nr. 8600 van de heer Marco Van Hees en vraag nr. 8626 van de heer Dirk Van der Maelen dd.19.01.2016
Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2014-2015, CRIV 54 COM 311 dd. 19.01.2016, blz. 19
De staatssteun en de onwettigheid van het Belgische stelsel van vrijstelling van overwinst
De stand van zaken na de Europese beslissing over de excess profit rulings
De onwettigheid van de excess profit rulings
De overwinstrulings
VRAAG (van de heer Gilkinet)
Begin januari heeft de Europese Commissie het systeem van de excess profit rulings onwettig verklaard en België gevraagd een bedrag van 700 miljoen euro, dat als staatssteun beschouwd wordt, terug te vorderen. Hoeveel overwinstrulings werden er sinds de invoering van het systeem gesloten? Hoeveel liepen er bij de start van het onderzoek door de Commissie? Hoe is de Commissie tot dat bedrag van 700 miljoen euro gekomen? Op welke periode slaat het? U heeft besloten geen nieuwe overwinstrulings meer toe te kennen. Hoe staat het met de bestaande rulings? Zullen de vennootschappen die nog voor 2015 kunnen toepassen? Wanneer zal de wet afgeschaft worden? Hoeveel rulings werden er door België met het buitenland uitgewisseld? Door welke dienst van de belastingadministratie worden die behandeld? U heeft gesteld dat andere landen soortgelijke praktijken hanteren. Heeft u de Commissie gevraagd daar een onderzoek naar te openen? Bepaalde collega’s hadden het over de lopende onderzoeken van de BBI over de excess profitrulings. Wat is de stand van zaken? Wat is het vervolg van de procedure? Werd dit vraagstuk aangekaart tijdens de jongste vergadering van de Ecofin-Raad? Werden er beslissingen genomen?
VRAAG (van de heer Van Hees)
Hebt u besloten de beslissing van de Europese Commissie aan te vechten? Dit mechanisme wordt als onwettig beschouwd volgens de Europese wetgeving. Zou het ook niet onwettig zijn volgens de Belgische wet? Artikel 185, § 2, punt b) van het WIB stelt immers dat excess profit rulings van toepassing zijn als de dochteronderneming van dezelfde groep in het buitenland reeds werd belast op dezelfde winsten. De Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken kijkt echter niet naar wat er zich in het buitenland afspeelt. Is die praktijk derhalve niet onwettig?
VRAAG (van de heer Van Der Maelen)
Mijnheer de minister, als er iets is wat mij tegen de borst stuit, dan is het dat hypocriet gedrag van bepaalde collega's. Sinds 2011 betwist ik de legaliteit van wat er met de excess profit rulings is gebeurd. In 2015 heb ik dat nogmaals herhaald en op het einde van die vergadering heeft men, waaronder collega Van Biesen, mij de mantel uitgeveegd, zeggende dat het ongehoord is dat ik de vertegenwoordigers van de rulingcommissie dat verweet. Ik heb gelijk gekregen. Ik heb in 2011 woordelijk gezegd dat die praktijken de toets van de Europese regels inzake staatssteun niet zou doorstaan. Veel te lang is de geheimhouding daaromtrent instandgehouden. Met hand en tand hebben de verantwoordelijken van de FOD Financiën en van de rulingcommissie alle informatie daaromtrent achtergehouden. Zij hebben zich, zoals collega Van Hees zei, op een manier gedragen die haaks stond op de wet. Ik heb nu vijf vragen die allemaal de bedoeling hebben om transparantie te brengen in het dossier, dat een heel belangrijke impact voor het land kan hebben. In 2011 maakte sp.a geen deel uit van de meerderheid. In 2013 was dat wel het geval en sinds 2015 zitten wij opnieuw in de oppositie. Maar of ik nu deel uitmaakte van de oppositie of van de meerderheid, steeds heb ik om meer transparantie gevraagd. Die transparantie zal ik nu hopelijk krijgen dankzij uw antwoord op deze vragen. Ten eerste, hoeveel overwinstrulings werden in totaal gesloten sinds de invoering van artikel 185 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992? Ten tweede, hoeveel overwinstrulings werden afgeleverd sinds oktober 2014? Ten derde, hoeveel bedraagt de belastbare basis die sinds de invoering van artikel 185 van het Wetboek op de Inkomstenbelasting als overwinst werd vrijgesteld? Ten vierde, de Europese Commissie heeft 47 rulings onderzocht, waarbij ze met 35 ervan een probleem blijkt te hebben. Wat betekent dat voor de overige 12 overwinstrulings? Welke conclusies, met 35 die wel een probleem vormen en 12 niet, kunnen daaruit worden getrokken? Ten slotte, mijnheer de minister, u spreekt van verdere onderhandelingen met de Europese Commissie. U hebt een tipje van de sluier opgelicht afgelopen donderdag in plenaire vergadering, maar ik zou van u graag willen vernemen waar u concreet over wilt onderhandelen met de Europese Commissie.
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Heren, ik verwijs alvast naar het antwoord dat ik vorige week in plenaire vergadering gaf. De heer Gilkinet haalde dat aan. Elk dossier wordt momenteel individueel onderzocht. Dat betreft onder meer ook uw vraag en die van anderen, mijnheer Van der Maelen, over de 47 rulings waarvan er 35 problematisch zijn voor de Commissie. Onder voorbehoud, het lijkt erop dat de meeste van de 12 overige rulings niet werden benut. Met andere woorden, de Europese Commissie zou daar geen vragen over hebben gesteld, omdat die rulings de facto nooit werden uitgevoerd. Ik zeg dat wel onder voorbehoud. We zijn vorige week begonnen met de analyse, met de nodige juridische assistentie. Het betreft een complexe materie en ik zou niet graag uitspraken doen die ik achteraf al te zeer moet nuanceren. Zo gauw ik er duidelijkheid over heb, ben ik uiteraard bereid om er de commissie volledige inzage van te geven. We hebben twee maanden de tijd om in beroep te gaan. De regering moet een en ander nog bespreken en zich daar dan over uitspreken. We kunnen overwegen om in beroep te gaan omdat het voorstel van de Commissie tal van lacunes vertoont. Wat het voortzetten van sommige rulings betreft is de juridische situatie complex en moet er een analyse worden uitgevoerd. In verband met de belastbare basis, het is duidelijk dat er een zeer complexe situatie zal ontstaan. Ik gaf het reeds in de plenaire vergadering aan, de ruling maakt dat er een afspraak is rond de manier waarop de belasting zal verlopen. Neem die ruling weg, wat zou gebeuren indien wij de Europese Commissie volgen, dan zijn er aftrekken die niet gebeurd zijn wegens het bestaan van de ruling, waarover minstens opnieuw zal moeten gesproken worden. De vaststelling van de uiteindelijke belastbare basis is een complex gegeven en verschilt van dossier tot dossier. Ik rond hier af. Ik ben onvolledig geweest, dat geef ik toe, maar, zoals gezegd, zal ik terugkomen op de cijfers over de juiste aard zodra ik zelf duidelijke cijfers heb. Ik doe dat liever zo dan nu enige vage omschrijvingen te geven, waarmee u uiteindelijk ook niets bent.
Georges Gilkinet : De minister is vergeten op een aantal vragen te antwoorden en op andere vragen was zijn antwoord onduidelijk. We zouden voortdurend zicht moeten hebben op de impact van een zo gevoelige wettelijke regeling. Ze kost de overheidsfinanciën een berg geld, bezorgt enkele multinationals grote winsten en de minister is nergens van op de hoogte: dat is op zijn minst verontrustend. Ons land zou zijn medewerking moeten verlenen aan een transparante fiscale regeling op Europees niveau, waarin rekening wordt gehouden met de belangen van de lidstaten en dus van de burgers. Ik zal deze vraag nogmaals indienen, in de hoop dat ik dan duidelijker antwoorden krijg.
Marco Van Hees : De minister is ook vergeten het antwoord voor te lezen op mijn vraag betreffende de onwettigheid van de toepassing van artikel 185 § 2 door de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken, of misschien wil hij gewoon niet antwoorden. Dat laatste zou een probleem vormen. Er bestaat immers een verband tussen die vermoedelijke onwettigheid en de beslissing van de Europese Commissie. De onjuiste toepassing van artikel 185, § 2 leidt ertoe dat winsten twee keer niet belast worden. Er bestaat een nauw verband tussen de onwettigheid ten aanzien van de Europese regels en de onwettigheid ten aanzien van de Belgische fiscale wetgeving. Het is onaanvaardbaar dat u hier geen antwoord op geeft. U zegt dat ondernemingen wier overwinstruling op losse schroeven zou komen te staan, een klacht tegen de Belgische staat zouden kunnen indienen. Die ondernemingen wisten nochtans dat de rulings moeten stroken met de Europese regels en met de Belgische wet!
Dirk Van der Maelen : Mijnheer de voorzitter, de minister kan ons niet veel cijfergegevens geven. Ik kan daar maar deels begrip voor opbrengen. Mijn collega’s en ikzelf hebben vragen gesteld over een onderzoek dat de Europese Commissie midden 2015 is begonnen. Ik mag toch aannemen dat de administratie al begonnen is met de opmaak van haar dossier om een grondige discussie met de Commissie voor te bereiden. Ik begrijp niet dat de minister als antwoord op sommige vragen nog geen cijfergegevens kan voorleggen. Voor andere vragen kan ik nog begrip opbrengen. Ik spreek daar mijn verwondering over uit. Hoe gaan we nu verder met het dossier? We kunnen zoals collega Gilkinet een vraag indienen, waardoor het onderwerp volgende week opnieuw aan de orde is. Ik stel voor dat we de minister enkele weken de tijd geven om een goede nota op te stellen, als antwoord op al onze vragen. We kunnen er een apart debat aan wijden. Zo hebben ook wij de tijd om die nota te bekijken voor we debatteren. De klassieke manier is dat wij hier zitten en vragen stellen. De minister geeft informatie en wij moeten à la minute reageren. Dat is niet bevorderlijk voor een vlot debat. Mijnheer de voorzitter, geef de minister enige tijd om een grondige nota te maken, die hij indient in de commissie, en spreek een tijdstip voor een debat af.
De voorzitter: Vanochtend hadden we een gedachtewisseling over de internationale financiële toestand. Een gelijkaardig debat over de excess profit rulings is mogelijk op dinsdag 2 februari 2016 om 14 uur. We hebben dus veertien dagen om eventuele nieuwe elementen te bekijken en daarbij het pad van vraag en antwoord verlaten. Ik hoop dat de minister dan meer kan zeggen. Als dat niet zo is, dan moet iedereen daaruit zijn politieke conclusies trekken. Als voorzitter stel ik voor de suggestie van de heer Van der Maelen te volgen. We starten de vergadering van 2 februari aanstaande met een gedachtewisseling. De vragen die dan aan de orde zijn, kunnen in de gedachtewisseling worden geïntegreerd. Ik neem wel aan dat we daarover niet meer in de plenaire vergadering discussiëren. Ik bedoel ermee dat wij anders donderdag in de plenaire vergadering weer over hetzelfde zullen discussiëren, maar het is natuurlijk niet aan ons om daarover te beslissen. Ik zou het een beetje vreemd vinden.
Georges Gilkinet : Als er zich tegen donderdag nieuwe ontwikkelingen voordoen is het mogelijk dat wij in de plenaire vergadering op deze kwestie terugkomen. Ik vraag de minister in elk geval om ons de cijfers te bezorgen, bijvoorbeeld binnen twee weken.
De voorzitter: Mijnheer de minister, gaat u daarmee akkoord?
