Parlementaire vraag nr. 831 van mevrouw Pieters van 07.06.2005
VRAAG 05/831
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 102, blz. 18432-18434
Inlichtingen met betrekking tot computersysteem - Vorderen van inlichtingen zonder verplaatsing
VRAAG
Overeenkomstig de beschikkingen van de artikelen 315bis en 32 bis van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 mogen de belastingadministraties van de belastingplichtige of van derden zonder verplaatsing alle mogelijke inlichtingen vorderen met betrekking tot het computersysteem van een belastingplichtige.
1. Hebben die plichten van de belastingplichtige en van derden zowel betrekking op alle hardware, alle software, op alle aangemaakte persoonlijke bestanden, alle back-ups en op alle licenties?
2.
a) Mogen door de ambtenaren van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) en de administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit (AOIF) alle mogelijke computergegevens worden meegenomen en ter plaatse in beslag worden genomen?
b) Zo ja, binnen welke precieze maar redelijke termijnen moeten die aan de belastingplichtige in onbeschadigde toestand worden teruggeven?
c) Welke officiële proceduremaatregelen om hiervoor toelating van belastingplichtige te bekomen, moeten hierbij telkens in acht worden genomen?
3.
a) Zijn de belastingambtenaren al dan niet binnen of buiten het ambtsgebied van het bevoegde controlecentrum gerechtigd bij derden ter plaatse alle mogelijk boekhoud- en computerprogramma's van geregistreerde handelsmerken integraal te kopiëren?
b) Mogen die illegaal gekopieerde boekhoud- en andere programma's op de belastingadministraties worden aangewend voor het onderzoek van andere dossiers dan die van de betrokken belastingplichtige?
c) Geldt hierbij de wetgeving op de bescherming van de auteursrechten en welke sommen dienen uit dien hoofde door de Schatkist eventueel ten laste te worden genomen voor het tijdelijk aanwenden van die gebruiksovereenkomsten van belastingplichtige en/of van derden?
4.
a) Mag de belastingplichtige van de ter beschikking van de BBI en de AOIF gestelde ambtenaren van BTW onmiddellijk eisen een ontvangstmelding af te leveren in verband met de genomen kopieën van bestanden, back-ups, programma's, enzovoort?
b) Of moet die ontvangstmelding in het kader van een klantvriendelijk beleid telkens reeds spontaan worden verstrekt (
cf. Handvest van de gebruiker van de openbare diensten)?
5. Over welke afdoende juridische garanties beschikt de belastingplichtige en/of een derde dat:
a) alle voornoemde meegenomen computergegevens bij de administraties steeds op een veilige plaats achter slot worden opgeborgen;
b) de bepalingen van het beroepsgeheim niet worden geschonden;
c) de fabrieksgeheimen niet aan de concurrentie worden doorgespeeld?
6. Over welke grondwettelijke en/of wettelijke verhaalmiddelen beschikt de belastingplichtige om bij een schending van voornoemde bepalingen al zijn rechten tijdig te laten gelden?
7. Kan u, punt per punt, uw algemene zienswijze weergeven in het licht van de bepalingen van de Grondwet, het WIB 1992 en de wetten met betrekking tot de auteursrechten en de bescherming van de consument?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 07.12.2005)
Artikel 315bis, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) verduidelijkt bepaalde verplichtingen van de belastingplichtige indien deze gebruik maakt van een geïnformatiseerd systeem om de boeken en bescheiden nodig om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren.
Bij een geautomatiseerde boekhouding moet de administratie zich een juist beeld kunnen vormen van onder andere de opbouw van het systeem, de informatiestroom, het aantal, de aard en de inhoud van de bestanden en programma's, de aard, het tijdstip en de periodiciteit van de verwerkingen, de door het systeem verstrekte staten en de ingebouwde veiligheden.
Om de regelmatigheid van een geautomatiseerde boekhouding na te gaan, moet zij eveneens kunnen overgaan tot het onderzoek van de betrouwbaarheid van het gebruikte computersysteem.
Uit het voorgaande vloeit voort:
- dat de verplichting tot voorlegging zich uitstrekt tot alle informatiedragers en gegevens die zij bevatten;
- het recht van inzage van die gegevens met behulp van het materieel van de onderneming (het gebruik van het materieel, in aanwezigheid van de met verificatie belaste ambtenaren, wordt overgelaten aan het personeel van de onderneming);
- het recht van inzage van de analysedossiers met de bestands- en programmabeschrijvingen, van de gebruikershandleidingen en van alle andere op het systeem betrekking hebbende documentatie;
- de verplichting eveneens de informatiedragers te bewaren ook al zijn de gegevens die zij bevatten, het voorwerp geweest van een afdruk.
Het derde lid van voormeld artikel machtigt de administratie in het bijzonder om, onder andere, in de door de ambtenaren gewenste vorm om kopieën te verzoeken van de op informatiedragers geplaatste gegevens. Het spreekt voor zich dat die ambtenaren het recht hebben de gevraagde kopieën bij te houden. Indien de belastingplichtige uitdrukkelijk om een ontvangstbewijs aangaande voormelde kopieën verzoekt, dient de betrokken ambtenaar hem een dergelijk bewijs te overhandigen. Specifiek wat de BTW betreft preciseert artikel 61, § 2, 1e lid van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, dat een ontvangstbewijs moet worden overhandigd.
Krachtens artikel 323bis, WIB 1992 kan de administratie zich richten tot een derde wiens werkzaamheid erin bestaat computerprogramma's op te stellen, teneinde inlichtingen te verkrijgen betreffende de opgestelde programma's, zonder dat deze aanvraag noodzakelijk haar oorsprong moet vinden in de verificatie van de belastingtoestand van een welbepaalde belastingplichtige. Indien de administratie meent klachten te hebben in verband met een computerprogramma, zal zij uiteraard moeten overgaan tot een verificatie van de fiscale toestand van de gebruikers ervan.
De algemene plicht van discretie waartoe alle rijksambtenaren krachtens hun statuut zijn gehouden wordt door het bij artikel 337, WIB 1992 ingestelde fiscaal geheim voor de ambtenaren van de administratie der directe belastingen versterkt en gepreciseerd. De wettelijke verplichting het geheim te bewaren, geldt voor alles waarvan de tot het geheim gehouden personen kennis hebben.
Bij schending van artikel 337 WIB 1992 zijn de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek van toepassing.
Bron: FisconetPlus
