Parlementaire vraag nr. 407 van de heer Eerdekens van 27.06.2000
VRAAG 00/407
Vraag nr. 407 van de heer Eerdekens dd. 27.06.2000
Bull. nr. 824, pag. 1045
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 61, blz. 6873
Gedwongen meerwaarden - Gespreide belasting - Tijdstip waarop de belastbaarheid ontstaat
VRAAG
Volgens de commentaar bij de inkomstenbelastingen zijn gedwongen meerwaarden belastbaar op de datum van de vaststelling van de schuldvordering wanneer zij betrekking hebben op voorraden en bestellingen in uitvoering, of op de datum van de effectieve inning van de vergoeding wanneer zij betrekking hebben op andere activa.
1. Wanneer moet een handelsvennootschap die een gedwongen meerwaarde verwezenlijkt (bijvoorbeeld tengevolge van een schadegeval) op een onderdeel van het actief dat geen voorraad of bestelling in uitvoering is, de meerwaarde boeken?
2. Als de meerwaarde geboekt moet worden op het moment van de vaststelling van de vordering en het jaar waarin de vordering wordt vastgesteld niet samenvalt met het jaar waarin de vergoeding daadwerkelijk wordt geïnd, moet het bedrijf de meerwaarde dan overdragen in een rekening « vrijgestelde reserves» om te voorkomen dat de meerwaarde bij de grondslag van de belasting gerekend wordt ?
ANTWOORD
Vooreerst wens ik te verduidelijken dat de vragen met betrekking tot de boekhoudwetgeving tot de bevoegdheid van mijn collega van Economie behoren. (Vraag nr. 126 van 29 januari 2001.)
Daarnaast en in tegenstelling met wat het geachte lid meent te moeten veronderstellen, vormt de desbetreffende door een handelsvennootschap verwezenlijkte meerwaarde in beginsel een belastbare winst op het ogenblik dat de schuldvordering een zeker en vaststaand karakter heeft verkregen.
In voorkomend geval zal de vennootschap aanspraak kunnen maken op de toepassing van de gespreide belasting van deze meerwaarde, voor zover uiteraard de voorwaarden als bedoeld in de artikelen 47 en 190 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn vervuld.
Bron: FisconetPlus
