Parlementaire vraag nr. 493 van de heer Hendrickx van 06.11.2000
VRAAG 00/493
Bull. nr. 828, pag. 1943-1946
Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 104, blz. 12150-12152
Behoorlijk bestuur - Inzagerecht
VRAAG
Al te vaak merken de belastingplichtigen op dat de antwoorden van de minister van Financiën op juridische vragen eenvoudige beweringen zijn die op geen enkele wijze juridisch worden gestaafd. Vaak is het antwoord ook louter op opportuniteitsoverwegingen gebaseerd.
Belastingplichtigen melden herhaaldelijk dat vragen aangaande de artikelen 10 en 11 van de Grondwet angstvallig worden vermeden.
Indien de administratie aan de belastingplichtigen inlichtingen vraagt, een bericht van wijziging of een aanslag van ambtswege verstuurt, worden strikte termijnen ingevoegd die bij niet-naleving zwaar gesanctioneerd worden.
1. Gelden voor artikel 333 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de antwoorden die u gegeven heeft op mijn vragen nrs. 110, 111 en 112 van 4 november 1999 en op vraag nr. 145 van 6 december 1999 van de heer Leterme (zie Vragen en Antwoorden, Kamer, 1999-2000, nr. 41, blz. respectievelijk 4824, 4826, 4827 en 4829)?
2. Zijn de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van toepassing en is de administratie een garantie voor de belastingplichtigen voor de vrijwaring van hun rechten ?
3. Is de administratie verplicht om te antwoorden op vragen gesteld door de belastingplichtigen binnen de tijdslimiet gesteld door de wet?
4. Welke houding moeten de belastingplichtigen aannemen indien men vaststelt dat de administratie weigert te antwoorden op vragen, gesteld door de belastingplichtigen, die noodzakelijk zijn voor het juist invullen van de eisen van uw administratie?
5. Bent u de mening toegedaan dat de administratie op vraag van de belastingplichtigen de plicht heeft om inzage te geven en kopie te verstrekken van het dossier alvorens dat de belastingplichtigen antwoorden op de eisen gesteld door de administratie?
6. Bent u de mening toegedaan dat indien uw administratie weigert te antwoorden of kopie te verstrekken aan de belastingplichtige binnen de termijn opgelegd door uw administratie en/of de wet, deze belastingplichtige door de administratie in de wettelijke onmogelijkheid gesteld wordt om te antwoorden en dus niet belast kan worden?
7. Bent u van mening dat indien de administratie de grondwettelijke verplichtingen en de verplichtingen die de bescherming van de belastingplichtigen waarborgen weigert na te leven, er geen aanslag kan gevestigd worden?
8. Bent u de mening toegedaan dat indien er toch een aanslag volgt, de verantwoordelijke van de administratie hoofdelijk, persoonlijk en ondeelbaar al de kosten moet vergoeden aan de belastingplichtigen?
9. Heeft de belastingplichtige het recht om hier de artikelen 10 en 11 van de Grondwet toe te passen?
ANTWOORD
Zoals ik reeds eerder heb kunnen onderlijnen, wordt de werking van de administratie bepaald door de eerbiediging van grondwettelijke en wettelijke bepalingen en de beginselen van behoorlijk bestuur.
De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur kent aan de betrokkenen een inzagerecht toe voor informatie in het bezit van de administratieve overheid. De algemene regel is dat de betrokkene, volgens de procedure en binnen de beperkingen bepaald in voormelde wet, ter plaatse, elk bestuursdocument kan inzien, uitleg erover kan verkrijgen of er een kopie van kan ontvangen.
Indien een belastingplichtige meent dat zijn belangen werden benadeeld, kan hij zich, na uitputting van de administratieve beroepen, wenden tot de hoven en rechtbanken die de fiscale geschillen uiteindelijk beslechten.
Bron: FisconetPlus
