Parlementaire vraag nr. 746 van de heer Simons van 12.10.1993

Bull. nr. 738, blz. 1133

Bedrijfsvoorheffing - Buitenlands podiumkunstenaar - Dubbelbelastingverdrag - Duitsland - Frankrijk - Italië - Verenigde Staten van Amerika - Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië en Noord-Ierland

VRAAG

In de pers werd onlangs gewag gemaakt van de geplande uitvoering van een bedrijfsvoorheffing die op in België optredende kunstenaars van toepassing zou zijn.

Het beginsel van een dergelijke bepaling roept geen vragen op. De dubbele belasting die er eventueel het gevolg van zou zijn, zou wel verwondering wekken.

Wat is de draagwijdte van de bilaterale overeenkomsten van fiscale aard die ons land respectievelijk met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië heeft gesloten ?

ANTWOORD

De inkomsten die een podiumkunstenaar, niet-inwoner, verkrijgt uit de werkzaamheden die hij persoonlijk in België verricht, worden effectief onderworpen aan de inhouding van de bedrijfsvoorheffing die bovendien de eindbelasting op die inkomsten vormt (toepassing van de artikelen 228, § 2, 8°, 248, 1ste lid en 270, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992).

Het koninklijk besluit van 1 oktober 1992 stelt het tarief van de bedrijfsvoorheffing dat op de voormelde inkomsten van toepassing is, op eenvormige wijze en zonder vermindering vast op 18 % van hun brutobedrag. Inzake de inkomsten die vanaf 26 juli 1993 worden betaald of toegekend, moet de aldus bekomen bedrijfsvoorheffing worden vermeerderd met 3 %, zijnde de aanvullende crisisbijdrage.

Doorgaans verlenen de overeenkomsten tot het voorkomen van dubbele belasting die ons land heeft gesloten, België het recht om de inkomsten verkregen door artiesten die inwoners van de partnerstaten zijn, zonder beperking te belasten, in zover die inkomsten betrekking hebben op werkzaamheden die op ons grondgebied worden verricht.

Wat betreft de Staten die door het geacht lid worden bedoeld, is dat principe met name vastgelegd in de overeenkomsten tot voorkoming van dubbele belasting gesloten met Italië (overeenkomst van 29 april 1983; Belgisch Staatsblad van 22 maart 1990) en met het Verenigd Koninkrijk (overeenkomst van 1 juni 1987; Belgisch Staatsblad van 1 december 1989), en zulks ongeacht of de artiesten in loondienst of op zelfstandige basis werken.

Daarentegen kunnen ingevolge de toepassing van de (oudere) overeenkomsten die werden gesloten met de andere vermelde landen (Frans- Belgische overeenkomst van 10 maart 1964, Belgisch Staatsblad van 24 juni 1965; Belgisch-Duitse overeenkomst van 11 april 1967, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1969; Belgisch-Amerikaanse overeenkomst van 9 juli 1970, Belgisch Staatsblad van 4 oktober 1972), de inkomsten van artiesten, inwoners van die landen, verkregen uit in België verrichte werkzaamheden van Belgische belastingen worden vrijgesteld opvoorwaarde dat het gaat om :

  • hetzij artiesten, inwoners van Frankrijk, Duitsland of de Verenigde Staten, die in "loondienst" werkzaam zijn en die voldoen aan bepaalde voorwaarden die als volgt kunnen worden samengevat :
1.de duur van hun verblijf in België mag tijdens het desbetreffende jaar of belastbare tijdperk 182 dagen (of 183 dagen naar het geval) niet te boven gaan;
2.hun werkgever mag geen inwoner zijn van België of moet zelfs een inwoner zijn van hetzelfde land als dat waarvan de artiest inwoner is;
3.de beloningen van de artiest mogen niet ten laste zijn van een vaste inrichting of van een vaste basis die de werkgever in België zou hebben;
  • hetzij "zelfstandige" artiesten, inwoners van de Verenigde Staten, voor zover :

1.zij in België verblijven tijdens een tijdvak of tijdvakken die gedurende het desbetreffende belastbare tijdperk in totaal 90 dagen niet te boven gaan;
2.zij in België niet beschikken over een vaste basis tijdens een tijdvak of tijdvakken van in totaal tenminste 183 dagen gedurende hetzelfde belastbare tijdperk;
3.de inkomsten die zij gedurende hetzelfde belastbare tijdperk verkrijgen uit hun werkzaamheden in België in totaal 3.000 dollars of de tegenwaarde daarvan in Belgische frank niet te boven gaan.

Ten slotte dient te worden opgemerkt dat er andere gevallen van vrijstelling zijn, zoals bijvoorbeeld voor artiesten die de hoedanigheid van grensarbeider bezitten (Frankrijk en Duitsland) of nog, voor artiesten die in dienst van een overeenkomstsluitende Staat werken of die optreden ter gelegenheid van vertoningen die door de overheid bekostigd worden.

Gelet op het eerder uitzonderlijk karakter van die gevallen en op het feit dat men ze niet kan specifiëren zonder er zeer lang over uit te weiden, lijkt het niet opportuun ze binnen het bestek van dit antwoord te behandelen.

Met betrekking tot het risico van een eventuele dubbele belasting waarover het geacht lid zijn vrees uitdrukt, kan ik hier nog aan toevoegen dat indien inwoners van de bedoelde Staten inkomsten ontvangen die overeenkomstig de bepalingen van de desbetreffende overeenkomsten in België belastbaar zijn, die Staten ingevolge wel omschreven bepalingen van diezelfde overeenkomsten passende maatregelen moeten nemen teneinde dubbele belasting te vermijden. Naar het geval bestaan die maatregelen voor de betrokken vreemde Staat hetzij uit het vrijstellen van de in België belastbare inkomsten (met de mogelijkheid om met de aldus vrijgestelde inkomsten rekening tehouden om het belastingtarief te bepalen dat op de eventuele andere inkomsten van toepassing is), hetzij uit het verminderen van de belasting van die Staat rekening houdend met de in België betaalde belasting.