Parlementaire vraag nr. 353 van de heer Lambert van 22.04.2004
VRAAG 04/353
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr.61, blz. 9747-9749
Inkoop van eigen aandelen - Roerende voorheffing - Belastbaar tijdstip
VRAAG
Ingevolge de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken werd in artikel 18, WIB 1992 een punt 2°ter ingevoegd, luidende: "[Dividenden omvatten:] uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de artikelen 186, 187 en 209 in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap of van verkrijging van eigen aandelen door een dergelijke vennootschap."
In artikel 186, WIB 1992 waarin hiervoor verwezen wordt, staat onder meer het volgende.
Ter gelegenheid van de verkrijging van eigen aandelen wordt het verschil tussen de verkrijgingsprijs en het gedeelte van een gerevaloriseerde gestorte kapitaal als een uitgekeerd dividend aangemerkt (artikel 186, eerste lid, WIB 1992). Maar als de verkrijging gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de vennootschappenwet, dan treedt die kwalificatie als uitgekeerd dividend slechts op (artikel 186, tweede lid, WIB 1992):
1° wanneer op de verkregen aandelen waardeverminderingen worden geboekt;
2° wanneer de verkregen aandelen vervreemd worden;
3° wanneer de verkregen aandelen worden vernietigd;
4° uiterlijk bij de ontbinding of invereffeningstelling van de verkrijgende vennootschap.
Op grond van de voorliggende bepalingen zou kunnen worden aangenomen dat ingeval een inkoop van eigen aandelen plaatsvindt conform de bepalingen van de vennootschappenwet er slechts sprake is van een verkrijging van de eigen aandelen op het ogenblik dat de aandelen ofwel vervreemd worden ofwel vernietigd ofwel een van de hiervoor vermelde gevallen zich voordoet.
Evenwel werd in de voornoemde wet van 24 december 2002 alsook in de parlementaire voorbereidingen dienaangaande hier geen expliciet uitsluitsel gegeven omtrent het tijdstip van belastbaarheid.
1. Kan u mij hierover meer duidelijkheid verstrekken en bevestigen dat het belastbaar moment voor de betaling van de roerende voorheffing gebeurt op het ogenblik zoals vermeld in artikel 186, WIB 1992?
2. Indien het belastbaar moment toch bij inkoop van eigen aandelen zou liggen conform artikel 186, WIB 1992 valt het belastbaar moment toch niet samen met het ogenblik waarop de aandeelhouder de verkrijgingsprijs ontvangt.
Kan u bevestigen dat bijvoorbeeld wanneer een vennootschap ingekochte aandelen na een aantal jaren verkoopt met verlies, ze ofwel roerende voorheffing zal moeten terugvragen aan de aandeelhouders (wat niet in alle gevallen vanzelfsprekend is) ofwel zelf de roerende voorheffing zal moeten afdragen (wat fiscaal gepenaliseerd wordt)?
3. De roerende voorheffing die verschuldigd zou zijn op de inkomsten die vóó r de datum van bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad zijn toegekend of betaalbaar gesteld, zijn (op grond van een bericht in het Belgisch Staatsblad van 23 april 2002) ten laatste betaalbaar binnen de 15 dagen na de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad.
| a) | Kan u in dit geval duidelijk maken wat er gebeurt met de bedragen die inmiddels bruto zijn uitgekeerd? |
| b) | Kan u tevens antwoorden of men dan de terugvordering van de roerende voorheffing dient te verrichten ten aanzien van de aandeelhouder die inmiddels het brutobedrag heeft gekregen of dient de roerende voorheffing te worden aangegeven door de aandeelhouder in zijn eigen BV? |
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 13.01.2005)
Vooreerst wens ik het geachte lid erop te wijzen dat het Arbitragehof in zijn arresten van 23 juni 2004 met nummers 109 en 110/2004 artikel 32, § 1, eerste lid, van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, in zoverre het liquidatieboni die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vóór 1 januari 2003 aan de roerende voorheffing onderwerpt, en artikel 33 van dezelfde wet heeft vernietigd. Terzake kan worden verwezen naar het antwoord dat ik op 29 juni 2004 heb verstrekt op de mondelinge vragen van mevrouw de volksvertegenwoordiger Pieters, en de heer volksvertegenwoordiger Goyvaerts (commissie voor de Financiën en de Begroting, Kamer 2003-2004, 2e zitting van de 51e zittingsperiode, stuk CRIV 51 COM 313, 29 juni 2004, blz. 7 tot 9). De roerende voorheffing blijft evenwel van toepassing op liquidatieboni die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2003.
Ik kan het geachte lid meedelen dat bij de verkrijging van eigen aandelen in de zin van artikel 186 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) er in beginsel roerende voorheffing verschuldigd is wanneer er fiscaal geachte wordt door de inkopende vennootschap een dividend te zijn toegekend of betaalbaar gesteld in de gevallen zoals bedoeld in het voormeld artikel 186, WIB 1992. Dienaangaande kan eveneens worden verwezen naar de parlementaire stukken ter voorbereiding van de hiervoor vermelde wet van 24 december 2002 (Plenumvergadering, Integraal Verslag, Kamer, 2002-2003, 5e zitting van de 50e zittingsperiode, stuk CRIV 50 PLEN 288, 6 december 2002, blz. 31-32).
Wanneer uit de feitelijke elementen, inzonderheid de boekhoudkundige verwerking bij de schuldenaar van de roerende voorheffing, meer bepaald de inkopende vennootschap, blijkt dat de roerende voorheffing ten laste van de schuldenaar valt ter ontlasting van de verkrijger, waardoor deze laatste een voordeel verkrijgt, moet deze roerende voorheffing overeenkomstig artikel 268, WIB 1992, in aanmerking worden genomen bij het vaststellen van de grondslag waarop de roerende voorheffing is verschuldigd.
Bron: FisconetPlus
