Parlementaire vraag nr. 1331 van de heer Luk Van Biesen van 01.12.2016

Parlementaire vraag nr. 1331 van de heer Luk Van Biesen dd. 01.12.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/100, dd. 23.12.2016, blz. 319

Artikel 213 - belastingvrije splitsing (MV 14339)

VRAAG

Luidens artikel 213, 1e lid Wetboek der inkomstenbelastingen (WIB) wordt bij een belastingvrije splitsing de belaste reserves van de gesplitste vennootschap evenredig verdeeld volgens de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van de andere betrokken vennootschappen gedane inbreng. Bij een partiële splitsing geldt hetzelfde principe op basis van artikel 213, 3e lid WIB. Onder de belaste reserves kan zich een liquidatiereserve bevinden, aangelegd conform artikelen 184quater, 21, 11° en 219quater WIB. Gelet op de specifieke fiscale eigenschappen van de liquidatiereserve, is het van belang zekerheid te hebben omtrent de verdeling van de liquidatiereserve naar aanleiding van een belastingvrije splitsing. Kan u aangeven of de gesplitste vennootschap een keuze heeft wat betreft de verdeling van de verschillende soorten belaste reserves dan wel dat de verdeling van alle soorten belaste reserves ook plaats vindt in evenredigheid volgens de fiscale nettowaarde van de door de gesplitste vennootschap aan elk van de andere betrokken vennootschappen gedane inbreng?

ANTWOORD

De bepalingen in verband met de liquidatiereserve doen geen afbreuk aan de toepassing van de huidige wettelijke en administratieve bepalingen die betrekking hebben op de verdeling van de belaste reserves in het kader van een belastingvrije of partiële splitsing. Dat houdt in principe in dat de liquidatiereserve van de gesplitste vennootschap moet worden verdeeld overeenkomstig de fiscale nettowaarde van de bestanddelen die door de overnemende of verkrijgende vennootschappen worden overgenomen of verkregen.