Parlementaire vraag nr. 1657 van de heer de Clippele van 13.11.2001

VRAAG 01/1657
Bull. nr. 835, pag. 674-676
Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-55, blz. 3022-3023
Instelling van openbaar nut - Belastingheffing
VRAAG
1. Ik heb vernomen dat de belastingadministratie zich tegenwoordig veeleisender dan vroeger opstelt tegenover de stichtingen (instellingen van openbaar nut).
Zo blijkt inderdaad dat verschillende stichtingen vroeger geen aangifteformulier voor belastingen op inkomsten ontvingen, terwijl ze nu wel verplicht zijn om zulk een aangifte te doen.
Kan de geachte minister mij de reden geven voor deze gewijzigde aanpak?
2. Verschillende stichtingen - maar blijkbaar niet allemaal - worden verplicht om belastingen te betalen, meer bepaald een compenserende belasting op successierechten. Zo blijkt dat de aangiften van de administratie uitsluitend de verenigingen zonder winstoogmerk viseren, en niet de stichtingen.
Kan de geachte minister uitleggen op basis van welke wettekst de compenserende belasting op successierechten van de stichtingen wordt geëist en of zijn administratie dezelfde houding aanneemt tegenover alle stichtingen?
ANTWOORD
1. Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat overeenkomstig artikel 220, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de instellingen van openbaar nut, zoals bedoeld in de artikelen 27 en volgende van de wet van 27 juni 1921 waarbij van de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, in beginsel aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn.
Bijgevolg zijn ze in toepassing van artikel 305 van hetzelfde wetboek gehouden ieder jaar een aangifte inzake inkomstenbelastingen in te dienen.
3. In België dekt het begrip « stichting » vele juridische instellingen zowel van publiek als van privaat recht. Hiertoe behoren ondermeer de stichtingen sensu stricto die instellingen van openbaar nut zijn (ION). Deze worden beheerst door de wet van 27 juni 1921 die hun rechtspersoonlijkheid toekent net als aan de VZW's.
Hoewel het juridisch statuut van de VZW's en van de ION's door dezelfde wet geregeld wordt, zijn beide instellingen zeer verschillend. Onder de huidige wetgeving zijn enkel de VZW's gehouden tot betaling van een jaarlijkse taks tot vergoeding der successierechten. De ION's die zijn opgericht in de vorm van een VZW zijn, wegens hun hoedanigheid, niet onderworpen aan deze taks.
Het gebeurt regelmatig dat mensen verkiezen een VZW op te richten in plaats van een ION omwille van de zware administratieve eisen va het juridisch regime van deze laatste. De benaming die door de oprichters gegeven wordt bevat dan het woord «stichting» terwijl het in werkelijkheid om een WZW gaat. Ondanks deze verkeerde benaming wordt deze VZW onderworpen aan de jaarlijkse taks tot vergoeding der successierechten.
Dit antwoord zal ter kennis gebracht worden van alle ontvangers van de Registratie.