Parlementaire vraag nr. 342 van de heer Vandeurzen van 05.04.2004
VRAAG 04/342
Vraag nr. 342 van de heer Vandeurzen dd. 05.04.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 41, blz. 6364-6366
Maaltijdcheque - Compensatiedag - Sociaal voordeel
VRAAG
Op een vraag die ik stelde in verband met mogelijke contradicties tussen het standpunt van de RSZ en de fiscus over maaltijdcheques voor compensatiedagen heeft u geantwoord dat de RSZ geen kennis heeft van een mededeling 2001/13. Dit is inderdaad juist. De mededeling is afkomstig van de RSZPPO, de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten. In deze mededeling 2001/13 (die kan geraadpleegd worden op de website van de RSZPPO) neemt de Rijksdienst wel degelijk het standpunt in van de dagen waarop de werknemer afwezig is ingevolge het recupereren van (over)uren die hij op andere arbeidsdagen gepresteerd heeft, bovenop zijn normale uurregeling, als dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties verricht heeft en derhalve als dagen waarvoor een werknemer recht heeft op een maaltijdcheque moeten worden beschouwd.
Mag ik, gelet op het feit dat er dus wel degelijk een standpunt is van de Rijksdienst bevoegd voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, mijn schriftelijke vraag nr. 204 van 7 januari 2004 herhalen:
Kan u bevestigen dat ook door de fiscus deze maaltijdcheque, uitgekeerd voor de compensatiedag, niet als een inkomen wordt beschouwd maar als een kost eigen aan de werkgever?
ANTWOORD (minister van Financiën, 15.07.2004)
Zoals reeds meegedeeld in mijn antwoord op de vraag nr. 204 van 10 maart 2004 van het geachte lid worden maaltijdcheques, die worden uitgereikt aan werknemers op grond van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), als vrijgestelde sociale voordelen aangemerkt, voorzover al de voorwaarden gesteld in artikel 19bis, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gelijktijdig worden vervuld.
Eén van de voorwaarden om maaltijdcheques als een van belasting vrijgesteld sociaal voordeel in de zin van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 1992 aan te merken is, dat het aantal maaltijdcheques gelijk moet zijn aan het aantal dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties levert (ongeacht de duur ervan).
Volgens haar mededeling 2001/13 beschouwt de Rijsdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZPPO) de dagen waarop de werknemer afwezig is ingevolge het recupereren van de (over)uren die hij op andere arbeidsdagen heeft gepresteerd bovenop zijn normale uurregeling, als dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties verricht en derhalve als dagen waarvoor de werknemer recht heeft op een maaltijdcheque.
Voor de toepassing van voormeld artikel 19bis, blijft de Rijksdienst voor sociale zekerheid echter van oordeel dat de dagen waarop de werknemer afwezig is wegens het recupereren van overuren of wegens verlof voor bloedgift, geen effectief gepresteerde arbeidsdagen zijn. Volgens de RSZ mag de werkgever voor dergelijke arbeidsdagen dan ook geen maaltijdcheques toekennen.
Aangezien de RSZ op de eerste plaats bevoegd is voor de toepassing van voormeld artikel 19bis, § 2, blijft ook de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit bij het standpunt dat een maaltijdcheque die wordt toegekend voor de maandelijkse compensatiedag, bij de werknemer als een belastbare bezoldiging moet worden aangemerkt en niet als een van belasting vrijgesteld sociaal voordeel en dit in afwachting van de resultaten van een eventueel overleg tussen de RSZ en RSZPPO.
Vraag nr. 342 van de heer Vandeurzen dd. 05.04.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 41, blz. 6364-6366
Maaltijdcheque - Compensatiedag - Sociaal voordeel
VRAAG
Op een vraag die ik stelde in verband met mogelijke contradicties tussen het standpunt van de RSZ en de fiscus over maaltijdcheques voor compensatiedagen heeft u geantwoord dat de RSZ geen kennis heeft van een mededeling 2001/13. Dit is inderdaad juist. De mededeling is afkomstig van de RSZPPO, de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten. In deze mededeling 2001/13 (die kan geraadpleegd worden op de website van de RSZPPO) neemt de Rijksdienst wel degelijk het standpunt in van de dagen waarop de werknemer afwezig is ingevolge het recupereren van (over)uren die hij op andere arbeidsdagen gepresteerd heeft, bovenop zijn normale uurregeling, als dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties verricht heeft en derhalve als dagen waarvoor een werknemer recht heeft op een maaltijdcheque moeten worden beschouwd.
Mag ik, gelet op het feit dat er dus wel degelijk een standpunt is van de Rijksdienst bevoegd voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, mijn schriftelijke vraag nr. 204 van 7 januari 2004 herhalen:
Kan u bevestigen dat ook door de fiscus deze maaltijdcheque, uitgekeerd voor de compensatiedag, niet als een inkomen wordt beschouwd maar als een kost eigen aan de werkgever?
ANTWOORD (minister van Financiën, 15.07.2004)
Zoals reeds meegedeeld in mijn antwoord op de vraag nr. 204 van 10 maart 2004 van het geachte lid worden maaltijdcheques, die worden uitgereikt aan werknemers op grond van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), als vrijgestelde sociale voordelen aangemerkt, voorzover al de voorwaarden gesteld in artikel 19bis, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gelijktijdig worden vervuld.
Eén van de voorwaarden om maaltijdcheques als een van belasting vrijgesteld sociaal voordeel in de zin van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 1992 aan te merken is, dat het aantal maaltijdcheques gelijk moet zijn aan het aantal dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties levert (ongeacht de duur ervan).
Volgens haar mededeling 2001/13 beschouwt de Rijsdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZPPO) de dagen waarop de werknemer afwezig is ingevolge het recupereren van de (over)uren die hij op andere arbeidsdagen heeft gepresteerd bovenop zijn normale uurregeling, als dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties verricht en derhalve als dagen waarvoor de werknemer recht heeft op een maaltijdcheque.
Voor de toepassing van voormeld artikel 19bis, blijft de Rijksdienst voor sociale zekerheid echter van oordeel dat de dagen waarop de werknemer afwezig is wegens het recupereren van overuren of wegens verlof voor bloedgift, geen effectief gepresteerde arbeidsdagen zijn. Volgens de RSZ mag de werkgever voor dergelijke arbeidsdagen dan ook geen maaltijdcheques toekennen.
Aangezien de RSZ op de eerste plaats bevoegd is voor de toepassing van voormeld artikel 19bis, § 2, blijft ook de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit bij het standpunt dat een maaltijdcheque die wordt toegekend voor de maandelijkse compensatiedag, bij de werknemer als een belastbare bezoldiging moet worden aangemerkt en niet als een van belasting vrijgesteld sociaal voordeel en dit in afwachting van de resultaten van een eventueel overleg tussen de RSZ en RSZPPO.
Bron: FisconetPlus
