Parlementaire vraag nr. 6487 van de heer Devlies van 27.04.2005

VRAAG 05/6487

Mondelinge vraag nr. 6487 van de heer Devlies dd. 27.04.2005


Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 581, blz. 31-32

Meewerkende echtgenoot - Vermeerdering - Maxistatuut - Vrijstelling - Eerste vestiging

VRAAG

In het inkomstenjaar 2003 werd de categorie 'bezoldigingen van meewerkende echtgenoten' ingevoerd. Vanaf 1 juli 2005 moet het sociaal statuut van meewerkende echtgenoten aansluiten bij het maxistatuut. Bovendien moet worden voorafbetaald op de belasting op de bezoldiging. Volgens artikel 164 van het Wetboek van inkomstenbelastingen is geen vermeerdering verschuldigd op de belasting wanneer de meewerkende echtgenoot zich voor de eerste keer vestigt als zelfstandige. Volgens de administratie is die aanvangsdatum echter dezelfde als de datum waarop de geholpen echtgenoot zich voor het eerst vestigde als zelfstandige.

Op basis waarvan weigert de administratie artikel 164 van het Wetboek van inkomstenbelastingen toe te passen? Werden instructies gegeven aan de administratie?

ANTWOORD (van de heer Jamar, Staatssecretaris)

Artikel 164 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 bepaalt dat, indien er ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan, er geen vermeerdering is van de belasting op de winst, de baten en de bezoldigingen van bedrijfsleiders en meewerkende echtgenoten die worden verkregen gedurende de eerste drie jaar waarin voor het eerst een zelfstandige activiteit wordt beoefend.

Een eerste vestiging als zelfstandige gebeurt indien een belastingplichtige voor de eerste maal het statuut van zelfstandige in hoofdberoep aanneemt of een mandaat als zaakvoerder opneemt in een nieuw opgerichte vennootschap. Die stelling werd op 2 maart 1990 door het Hof van Cassatie bevestigd.

Aangezien de meewerkende echtgenote geen nieuwe eenmanszaak of vrij beroep is begonnen, is het logisch dat de aanvangsdatum van de beroepswerkzaamheden van de echtgenoot die de bezoldigingen toekent, als datum van eerste vestiging wordt beschouwd.

Het aannemen van het sociaal statuut van zelfstandige wordt niet als een eerste vestiging in een zelfstandig beroep beschouwd voor de toepassing van de vrijstelling van de vermeerdering zoals wordt bepaald in artikel 164.

CONCLUSIE (van de heer Devlies)

De staatssecretaris geeft een interpretatie van document 157/39 waar ik vragen bij heb. Het gaat hier over meewerkende echtgenoten en een eerste vestiging in een zelfstandig beroep, wat kan vallen onder de bepalingen van dit artikel. Deze mensen kunnen echter ook onder de bepalingen van artikel 164 vallen.