Parlementaire vraag nr. 696 van de heer Luk Van Biesen van 09.01.2014

Parlementaire vraag nr. 696 van de heer Luk Van Biesen dd. 09.01.2014

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/148 dd. 17.02.2014, blz. 319

De belastbare grondslag in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting (MV 21093)

VRAAG

De belastbare grondslag kan zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting onder voorwaarden worden vastgesteld op grond van forfaitaire minimumwinsten (artikel 342, §§ 2 en 3, WIB 92). Hieronder twee mogelijke situaties: Situatie A: Veronderstel een vennootschap waarvan de belastbare grondslag in het jaar 2011 (aanslagjaar 2012) bij gebrek aan aangifte wordt vastgesteld op grond van voormelde wetsbepaling op 19.000 euro (algemeen minimumbedrag, cfr. artikel 182, § 2, KB/WIB 92). Uit de aangifte met betrekking tot 2010 (aanslagjaar 2011) blijkt een overdraagbaar verlies (code 238 van de aangifte) van 100.000 euro. Uit de aangifte met betrekking tot 2012 (aanslagjaar 2013) blijkt een belastbare grondslag van 50.000 euro. Situatie B: Veronderstel een vennootschap waarvan de belastbare grondslag in het jaar 2012 (aanslagjaar 2013) bij gebrek aan aangifte wordt vastgesteld op grond van voormelde wetsbepaling op 19.000 euro (algemeen minimumbedrag, cfr. artikel 182, § 2, KB/WIB 92). De bezwaartermijn tegen deze aanslag verstrijkt en de aanslag wordt definitief. Na het verstrijken van de bezwaartermijn dient de vennootschap alsnog een aangifte en een jaarrekening in. Uit de aangifte blijkt een overdraagbaar verlies (code 238) van 100.000 euro.

1. Situatie A: a) Moet de belastbare grondslag van aanslagjaar 2012 worden verminderd met de overdraagbare verliezen, en zo worden teruggebracht op nul? Uit circulaire nr. Ci.RH.243/603.990 (AOIF 50/2010) van 8 juli 2010 blijkt dat de administratie van mening is dat dit kan inzake personenbelasting, maar inzake vennootschapsbelasting is geen standpunt bekend.

b) Blijft er na de oefening met betrekking tot aanslagjaar 2012 nog overdraagbaar verlies over dat kan worden overgedragen naar de aanslagjaren 2013 en volgende, en zo ja, hoeveel? Hierbij dient opgemerkt dat sommige ambtenaren in dit geval de zogenaamde "spons"- of "zwart gat"-theorie verdedigen, waarbij wordt verwezen naar Com.IB. 78/4, dat bepaalt dat "een belastingplichtige die heeft nagelaten een beroepsverlies voor een bepaald aanslagjaar in mindering te brengen, dit verlies later niet meer kan aftrekken"; uit die commentaartekst wordt dan afgeleid dat bij afwezigheid van een aangifte voor een aanslagjaar en zelfs in het geval de belastbare basis bepaald werd in toepassing van het artikel 342, § 3, WIB 92, de belastingplichtige geen overdracht van de aftrekken heeft gevorderd voor dat aanslagjaar en dat bij gebrek aan bewijs aan de hand van bewijskrachtige documenten van het bestaan van zulke overdrachten, de overdrachten niet meer zullen worden toegestaan in de daaropvolgende belastbare tijdperken. Ook in het door de rechtsleer fel bekritiseerde arrest van het hof van beroep van Antwerpen houdt deze interpretatie stand (Antwerpen 9 september 1997, A.F.T. 1998, p. 175).

2. Situatie B: Is dit verlies overdraagbaar en kan dit worden aangewend in de aanslagjaren 2014 en volgende?

ANTWOORD

Rekening houdend met de specifieke regels die gelden voor de vaststelling van de belastbare grondslag van de vennootschapsbelasting is de forfaitaire winst die berekend wordt op grond van het door het geachte lid aangehaalde artikel een absoluut minimum, waarvan geen enkele aftrek kan worden in mindering gebracht. De vorige verliezen die niet verbonden zijn met het aanslagjaar waarvan de belastbare grondslag is vastgesteld op grond van forfaitaire minimumwinsten, kunnen in de vennootschapsbelasting dus niet worden aangerekend op deze grondslag. Zij kunnen wel worden overgedragen naar de volgende aanslagjaren waarvoor een aangifte en een jaarrekening zijn ingediend. Weliswaar heeft het hof van Beroep te Antwerpen in een arrest van 5 februari 2013 geoordeeld dat een vennootschap die wegens gebrek aan aangifte op een minimumbasis wordt belast, voor hetzelfde aanslagjaar wel recht heeft op de aftrek van haar overgedragen verliezen. De administratie diende inmiddels een voorziening in cassatie in tegen dit arrest. Hierbij dient er ook te worden verwezen naar het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Bergen van 12 maart 2013 waarbij de rechtbank elke compensatie van vorige verliezen met de voormelde minimumwinsten afwijst. De rechtbank bevestigt dat deze minimumwinsten "minima" zijn die de aftrek uitsluiten van overgedragen verliezen net als gelijk welke aftrek van beroepsmatige kosten, ongeacht de aard ervan. In situatie A is de vennootschap voor het aanslagjaar 2012 belastbaar op de forfaitaire vastgestelde minimumwinst van 19.000 euro. Voor het aanslagjaar 2013 kan de vennootschap haar belastbare grondslag van 50.000 euro herleiden naar nul ingevolge de aftrek van de vorige verliezen (100.000 euro). Er blijft dan nog 50.000 euro vorig verlies dat kan worden overgedragen naar de volgende aanslagjaren. Zoals het geachte lid zelf aanhaalt, is de aanslag in situatie B definitief. Een laattijdige aangifte staat immers gelijk met het ontbreken van een aangifte. Bovendien is de aanslag bij gebrek aan een tijdig en geldig bezwaarschrift tegen die aanslag definitief geworden zodat het indienen van een aangifte na het verstrijken van de bezwaartermijn geen rechtsgevolgen heeft. De hiervoor vermelde principes inzake de overdracht van vorige verliezen blijven ook in deze situatie van toepassing.