Parlementaire vraag nr. 169 van de heer Van Hooland van 24.04.1990

VRAAG 90/169

Vraag nr. 169 van de heer Van Hooland dd. 24.04.1990


Bull. nr. 699, pag. 3146

Investeringsaftrek op vaste activa

Volgens artikel 42ter, §6, 4°, WIB is geen investeringsaftrek toegestaan op vaste activa waarvan het gebruik wordt afgestaan aan derden die ze niet voor beroepsdoeleinden gebruiken.

In de praktijk wordt deze bepaling op de discriminerende wijze toegepast.

Hotel- en motelbedrijven, die al dan niet onder de vorm van een handelsvennootschap worden uitgebaat, kunnen inderdaad een investeringsaftrek toepassen op hun vaste activa (gebouwen, kamerinrichting, meubilair), ongeacht de derde-huurder er al dan niet optreedt in het kader van een beroepswerkzaamheid, die bedoeld is in artikel 20 van het WIB.

Aan handelsvennootschappen daarentegen, die - telkens voor een korte periode - kamers verhuren aan studenten en waarbij bijkomende diensten worden gepresteerd die niet tot de een normale onroerende verhuring behoren, wordt de toepassing van de investeringsaftrek geweigerd.

Hun vaste activa (gebouwen, kamerinrichting, meubilair) vormen evenzeer de produktieve bestanddelen van hun activiteiten, die in feite zeer nauw aansluiten bij de uitbating van een hotelinrichting.

Ik zou het zeer op prijs stellen te mogen vernemen :

1. Of de geachte minister de zienswijze kan bijtreden dat de vaste activa van deze handelsvennootschappen aldus niet ressorteren onder de toepassing van artikel 42ter, §6, 4°, WIB;

2. Welke criteria in voorkomend geval dienen te worden gehanteerd om het onderscheid tussen beide hiervoor beschreven activiteiten te maken.

ANTWOORD

De ervaring leert dat de verhuring van kamers aan studenten de laatste decennia drastisch geëvolueerd is in de richting van een gewone verhuring van al dan niet gemeubileerde ruimten voor een vrij lange periode (meestal tien maanden) waarbij de dienstverlening nog slechts een praktisch te verwaarlozen aspect heeft behouden.

Deze handeling verschilt dan ook economisch en juridisch zeer sterk van de kortstondige en arbeidsintensieve diensten die hoteliers aan hun klanten verstrekken en, naast het verschaffen van onderdak, gepaard gaan met talrijke andere verstrekkingen zoals het opdienen van ontbijt en andere maaltijden, het aanbieden van dranken (via minibar of anderszins), het onderhoud en schoonmaken van de kamer, het verschaffen en het onderhoud van linnen en dekens, het gebruik van telefoon, radio, TV, overdekt zwembad, sauna, zonnebank, enz.

Het komt mij voor dat dit wezenlijk onderscheid tussen beide activiteiten dan ook het door het geachte lid bedoelde verschil in behandeling wettigt.

Mocht het geachte lid evenwel een bijzonder geval bedoelen waarin de verhuring aspecten vertoont die sterk afwijken van wat hierboven is geschetst, dan ben ik bereid een onderzoek in te stellen, indien de identiteit van de betrokken firma wordt medegedeeld.