Parlementaire vraag nr. 407 van de heer Georges Gilkinet van 17.06.2015

Parlementaire vraag nr. 407 van de heer Georges Gilkinet dd. 17.06.2015

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/057 dd. 11.01.2016, blz. 76

Aftrek voor octrooi-inkomsten

VRAAG (van de heer Gilkinet)

Ingevolge de invoeging van de artikelen 205/1 en 205/4 in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kunnen octrooi-inkomsten sinds het aanslagjaar 2008 van het belastbaar inkomen afgetrokken worden. Dankzij die fiscale aftrekmogelijkheid kunnen Belgische vennootschappen en buitenlandse vennootschappen met een Belgische inrichting 80 procent van hun hypothetische of reële octrooi-inkomsten in mindering brengen op hun belastinggrondslag.

1. a) Hoeveel vennootschappen hebben er, per aanslagjaar, sinds 2011 gebruik gemaakt van de aftrek voor octrooi-inkomsten?

b) Hoeveel procent daarvan is een kmo in de zin van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen?

2. Hoeveel bedraagt de totale octrooiaftrek per aanslagjaar sinds 2011?

3. a) Hoe evalueert u die regeling sinds de inwerkingtreding ervan? Welke impact heeft de octrooiaftrek gehad op de werkgelegenheid en de investeringen?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1. a) en b) De onderstaande tabel biedt een overzicht van het aantal vennootschappen dat gebruik heeft gemaakt van de aftrek voor octrooi-inkomsten sinds het aanslagjaar 2011. Er dient aangestipt dat de notie "grote ondernemingen" door de fiscale administratie werd gedefinieerd in de circulaire nr. Ci.RH.81/601.900 (AOIF n° 4/2010) van 11 januari 2010. Bij de bepaling van het criterium op vlak van de grootte om een bedrijf als "grote onderneming" te kwalificeren is uitgegaan van de normen van artikel 15, § 1, § 3, et § 4, van het Wetboek van de Vennootschappen. De rest van de vennootschappen is dus beschouwd als KMO's. Bovendien dient opgemerkt dat het over definitieve cijfers gaat voor wat het aanslagjaar 2011 betreft en dit op basis van de situatie vastgesteld op 31 december 2014. Voor de aanslagjaren 2012 en 2013 betreft het daarentegen nog voorlopige cijfers na respectievelijk 36 en 25 zendingen op een totaal van 43. Voor aanslagjaar 2014 beschikt de administratie nog niet over representatieve cijfers.

Aantal vennootschappen dat gebruik heeft gemaakt van de aftrek voor octrooi-inkomsten

Aanslagjaar

2011

2012 (*)

2013 (*)

KMO (wetboek van vennootschappen, Art. 15)

54

26,79 %

61

26,07 %

61

22,34 %

Andere vennootschappen

148

73,21 %

173

73,93 %

212

77,66 %

Totaal

202

100,00 %

234

100,00 %

273

100,00 %

(*) Voorlopige cijfers

2. De onderstaande tabel bevat de totale bedragen met betrekking tot de aftrek inzake de octrooi-inkomsten. Uit de cijfers blijkt dat het merendeel van de aftrek voor octrooi-inkomsten gerealiseerd wordt door de grote ondernemingen. (meeer dan 98 %)

Totaal bedrag van de aftrek voor octrooi-inkomsten (in duizenden €)

Aanslagjaar

2011

2012 (*)

2013 (*)

KMO (wetboek van vennootschappen, Art. 15)

2 058 777

0,27 %

3 821 201

0,65 %

5 374 886

0,47 %

Andere vennootschappen

763 658 339

99,73 %

581 150 884

99,35 %

1 142 750 102

99,53 %

Totaal

765 717 116

100,00 %

584 972 085

100,00 %

1 148 124 988

100,00 %

(*) Voorlopige cijfers

3. Met betrekking tot uw derde vraag spreekt het voor zich dat het zeer moeilijk is de precieze impact te isoleren uitgaande van de bovenvermelde maatregel zowel op vlak van de investeringen als op vlak van het scheppen van arbeid. Inderdaad, elke maatregel moet beoordeeld worden in een bredere context. Men moet dus de totale impact evalueren van het geheel van maatregelen die genomen worden op diverse niveaus ter ondersteuning van zowel de arbeidscreatie als de investeringen. In dat verband verwijs ik u voor meer gedetailleerde toelichting naar mijn collega's bevoegd voor economie en tewerkstelling.