Parlementaire vraag nr. 646 van de heer Eerdekens van 19.07.1993
VRAAG 93/646
Bull. nr. 735, pag. 353
Gemengde intercommunales - Kabeltelevisie
In antwoord op een interpellatie die op 1 juni 1993 in de Kamercommissie voor de Financiën werd gehouden, bevestigde u uw bezorgdheid met betrekking tot de mechanismen van fiscale ontwijking waarvan privaatrechtelijke vennootschappen via intercommunales, meer bepaald gemengde intercommunales voor gas- en elektriciteitsvoorziening gebruik maken. Hetzelfde kan overigens gezegd worden over de gemengde intercommunales voor kabeltelevisie. Uit de verslagen voor het jaar 1992 van gemengde intercommunales voor kabeltelevisie blijkt dat de particuliere vennoten van die intercommunales grosso modo 2/3 en de gemeenten 1/3 van de winsten ontvangen.
1. Welke fiscale regeling is toepasbaar op de particulier vennoten van de gemengde intercommunales voor kabeltelevisie ?
2. Welke vorm van belasting wordt geheven op de als dividenden aan de particuliere vennoten van de gemengde intercommunales voor kabeltelevisie toegekende bedragen, en welk belastingtarief zou op de particuliere partner van die intercommunales worden toegepast ?
3. Kunnen de particuliere vennoten van die gemengde intercommunales voor kabeltelevisie de techniek van de definitief belaste inkomsten toepassen op hun inkomsten uit activiteiten los van kabeltelevisie, bijvoorbeeld elektriciteitsproduktie ?
4. Waarom zijn de inkomsten van de particuliere vennoten in de gemengde intercommunales voor kabeltelevisie niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen ?
5. Heeft het ministerie van Financiën het verlies voor de Schatkist kunnen berekenen dat voortvloeit uit voornoemde techniek, en werden maatregelen genomen opdat alle vennootschappen in het land en de particuliere vennootschappen die aan gemengde intercommunales voor kabeltelevisie deelnemen, fiscaal gelijk worden behandeld en er dus meer fiscale rechtvaardigheid ontstaat ?
ANTWOORD
Uit de inleiding tot zijn vragen blijkt dat het geacht lid het geval bedoelt van binnenlandse vennootschappen die privé-vennoot zijn in intercommunales beheerst door de wet van 22 december 1986.
Gelieve hierna de antwoorden te vinden op de verschillende gestelde vragen.
1. Overeenkomstig artikel 179 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), zijn de bedoelde vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
2 en 3. De inkomsten die als dividenden door de gemengde intercommunales beheerst door de vernoemde wet van 22 december 1986 zijn verleend of toegekend aan binnenlandse vennootschappen, maken ten name van die laatste aan de vennootschapsbelasting onderworpen inkomsten uit die in aanmerking kunnen komen om als definitief belaste inkomsten te worden afgetrokken (zie artikelen 185, 202, 1°, 203 en 204, van hetzelfde wetboek).
4. Ik verwijs het geacht lid vooreerst naar het antwoord verstrekt op de tweede en derde vraag.
Om het probleem te regelen van de door intercommunales uitgekeerde dividenden, die ten name van de verkrijgende vennootschappen als definitief belaste inkomsten worden aangemerkt, zijn de bedoelde gemengde intercommunales voor kabeldistributie onderworpen aan een aanslag in de rechtspersonenbelasting van 15 % op de inkomsten die zij toekennen aan hun privé-aandeelhouders (zie de artikelen 224 en 225, tweede lid, 6°, van hetzelfde wetboek).
5. De Administratie der directe belastingen beschikt niet over alle nodige statistische elementen om het eventuele rendement te bepalen dat zou voortvloeien uit de opheffing van de aftrek, als definitief belaste inkomsten, van de dividenden van gemengde intercommunales voor kabeldistributie, bij de vennootschappen die die dividenden verkrijgen.
Uit een eerste raming kan echter worden besloten dat die maatregel ten hoogste 158 miljoen Belgische frank aan bijkomende ontvangsten inzake vennootschapsbelasting (dividenden 1992 = 383,9 x 40,17 %) zou opleveren.
Bron: FisconetPlus
