Parlementaire vraag nr. 898 van mevrouw Veerle Wouters van 30.03.2016

Parlementaire vraag nr. 898 van mevrouw Veerle Wouters dd. 30.03.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/070 dd. 25.04.2016, blz. 244

De vennootschapsbelasting voor gebroken boekjaren. – Aangiftetermijn

VRAAG

Voor het indienen van de aangifte in de vennootschapsbelasting of in de belasting van niet-inwoners (BNI) vennootschappen voorziet artikel 310 WIB92 dat de termijn niet korter mag zijn dan een maand vanaf de datum waarop de jaarrekening is goedgekeurd, noch langer mag zijn dan zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar. De belastingplichtige krijgt in principe dus steeds minstens een maand ten aanzien van de goedkeuring van de jaarrekening om een belastingaangifte in te dienen. Ik vang op dat uw administratie deze regel strikt wenst toe te passen. In de praktijk kan de strikte toepassing van deze regel echter aanleiding geven tot moeilijkheden. Dit is het geval voor de aangiften van vennootschappen die hun boekhouding anders dan per kalenderjaar voeren en waarvan de jaarrekening is goedgekeurd op de statutair voorziene datum van de algemene vergadering, die in de loop van de zesde maand na de afsluitingsdatum van het boekjaar valt (bijvoorbeeld afsluitingsdatum boekjaar 30 september 2015, statutaire algemene vergadering voorzien op 18 maart 2016: uiterste indieningsdatum 31 maart 2016). In dit geval staat de administratie bij wijze van administratieve tolerantie op speciale individuele aanvraag een uitstel toe van dag op dag een maand na de statutair voorziene algemene vergadering (in het hiervoor vermelde voorbeeld 18 april 2016), daar waar voor de andere aangiften automatisch steeds het einde van de maand volgend op de statutair voorziene datum als uiterste indieningsdatum wordt gehanteerd. De meeste aangiften worden echter door accountants of boekhouders ingediend en voor hen is het praktisch onmogelijk om voor al hun cliënten een opvolging dag per dag te organiseren en steeds een speciaal individueel uitstel aan te vragen.

1. Kan u uw administratie verzoeken om in alle gevallen dezelfde administratieve tolerantie automatisch toe te passen, in die zin dat de aangiften in de vennootschapsbelasting en de BNI-vennootschappen als tijdig worden beschouwd indien zij uiterlijk worden ingediend tegen het einde van de maand volgend op de statutair voorziene datum van de algemene vergadering waarin de jaarrekening wordt goedgekeurd (in het hiervoor vermelde voorbeeld 30 april 2016)?

2. Indien uw administratie er niet aan denkt om deze administratieve tolerantie in alle gevallen automatisch op dezelfde wijze toe te passen, lijkt het dan niet aangewezen om bij een eerstvolgende wet houdende diverse bepalingen de bestaande administratieve praktijk wettelijk te verankeren?

ANTWOORD

1. De administratie heeft de door u aangehaalde problematiek reeds onderzocht inzake vennootschapsbelasting. De administratie zal de voorgestelde administratieve tolerantie op systematische wijze toepassen, zowel voor de aangiften in de vennootschapsbelasting als voor de aangiften BNI/vennootschappen, waarvoor volgende voorwaarden cumulatief zijn voldaan :

- het betreft een gebroken boekjaar (boekhouding anders gehouden dan per kalenderjaar);

- de statutaire algemene vergadering vindt plaats in de loop van de zesde maand na afsluiting van het boekjaar;

- het boekjaar wordt ten vroegste afgesloten op 1 maart. Het bijkomende uitstel loopt tot het einde van de maand volgend op de maand waarin de statutaire algemene vergadering heeft plaatsgevonden. Wanneer de laatste dag van de maand een zaterdag, zon- of feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

2. Gelet op het antwoord op punt 1, is deze vraag zonder voorwerp.