Parlementaire vraag nr. 123 van de heer Wouter Vermeersch van 10.12.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/006 d.d. 24.01.2025, blz. 107

Toepassing bijzonder forfait voor burgemeesters, schepenen en voorzitters van bijzondere comités sociale dienst wanneer deze lokale uitvoerende mandatarissen tevens Parlementslid zijn

VRAAG (van de heer Vermeersch)

Burgemeesters, schepenen en voorzitters van bijzondere comités voor de sociale dienst mogen zonder nadere rechtvaardiging van de inkomsten uit hun ambt een forfaitair bedrag aan beroepskosten aftrekken. Voor het inkomstenjaar 2024 bedraagt dit bijzondere forfait voor burgemeesters 8.474,57 euro en voor de overige lokale uitvoerende mandatarissen 5.084,74 euro. Artikel 23, § 2, 1° WIB 92 bepaalt dat onder het nettobedrag van beroepsinkomsten wordt verstaan het totale bedrag van die inkomsten met uitsluiting van de vrijgestelde inkomsten, waarbij het brutobedrag van de inkomsten van iedere beroepswerkzaamheid wordt verminderd met de beroepskosten die op deze inkomsten betrekking hebben. Brengt de hierboven aangehaalde bepaling van het WIB 92 met zich mee dat ook lokale uitvoerende mandatarissen die tevens Parlementslid zijn, recht hebben op de toepassing van het bijzondere forfait voor burgemeesters, schepenen en voorzitters van bijzondere comités voor de sociale dienst? Zo neen, op grond van welke wettelijke bepaling zijn zij uitgesloten van dit voordeel?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

Burgemeesters, schepenen, OCMW-voorzitters (op voorwaarde dat zij een uitvoerend mandaat bekleden en aldus een bezoldiging ontvangen) en voorzitters van het bijzonder comité voor de sociale dienst mogen van de bezoldigingen van hun mandaat een bijzonder kostenforfait aftrekken. Het bedrag van dat kostenforfait wordt jaarlijks door de administratie vastgelegd in een circulaire. Het feit dat een hiervoor genoemde lokale mandataris ook parlementslid zou zijn en uit hoofde daarvan baten ontvangt, doet geen afbreuk aan de toepassing van dat bijzonder kostenforfait, met dien verstande dat de aftrekbare beroepskosten voor elke categorie van deze inkomsten, afzonderlijk moeten worden vastgesteld.