Parlementaire vraag nr. 1503 van de heer Christian Leysen van 30.05.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/116 d.d. 20.07.2023, blz. 164

Inbreng in de huwgemeenschap en inbreng met gelden uit de huwgemeenschap - Toepassing VVPRbis

VRAAG (van de heer Leysen)

Om van het VVPRbis-regime (Verlaagde Voorheffing/Précompte Réduit) te kunnen genieten dient de belastingplichtige de aandelen op naam ononderbroken in volle eigendom te behouden vanaf hun uitgifte. De Memorie van toelichting (Parl. Doc. 53, nr. 2853/001, blz. 6) bij de programmawet van 28 juni 2013 dat het VVPRbis-regime invoerde, stelt dat het "de wil om het voordeel van een verlaagde roerende voorheffing te beperken tot enkel de aandeelhouders die initieel hebben deelgenomen aan de verhoging van het kapitaal [...]. De maatregel is minder zwaar wat de begroting betreft aangezien deze zal uitdoven wanneer diegene die deelgenomen heeft aan een dergelijke kapitaalverhoging zijn aandelen afstaat". Artikel 2.3.19 van het Burgerlijk Wetboek stelt "§ 1. Eigen zijn, ongeacht het tijdstip van verkrijging: [...] de lidmaatschapsrechten verbonden aan vennootschapsaandelen die met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen en op naam van één echtgenoot zijn ingeschreven, met inbegrip van het recht om als eigenaar van deze aandelen te handelen". De Memorie van toelichting (Parl. Doc. 54, nr. 2848/0001, 52) bij de wet van 22 juli 2019 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft [...] stelt dat de term "lidmaatschapsrechten" die al in het actuele artikel 1401, 5° BW voortkomt, wordt behouden. De betekenis van de term wordt nog benadrukt en verduidelijkt door de toevoeging van het zinsdeel "met inbegrip van het recht om als eigenaar van deze aandelen te handelen [...]. Aan de gemeenschap komt enkel de vermogenswaarde van die aandelen toe". Verder stelt de Memorie van toelichting dat "de "titel" ook het recht verleent om als eigenaar van deze goederen te handelen, waardoor deze goederen niet in de gemeenschap worden opgenomen [...]".

1. Kan het VVPRbis-regime blijvend worden toegepast wanneer (bestaande) aandelen, bijv. verkregen door inbreng in geld vóór het huwelijk, ingebracht worden in een huwgemeenschap? De lidmaatschapsrechten blijven immers behouden door de inbrengende echtgenoot. Indien dit niet zo zou zijn, is er sprake van een fiscaal nadeel voor gehuwden.

2. Voortbouwend op bovenstaande, stelt de vraag zich of de inbreng in geld in een vennootschap door een persoon (met middelen uit de huwgemeenschap) in ruil voor lidmaatschapsrechten op zijn naam, ook in aanmerking komen voor het VVPRbis-regime, voor zover alle overige voorwaarden vervuld zijn.

3. Dat bij de verschuiving van de lidmaatschapsrechten van dergelijke aandelen tussen echtgenoten dit geen invloed heeft op de voorwaarde van het VVPRbis-regime - met name dat de aandelen op naam ononderbroken in volle eigendom behouden blijven vanaf hun uitgifte, waardoor blijvend toepassing gemaakt kan worden van het VVPRbis-regime (mits ook aan alle andere voorwaarden zijn voldaan)?

We willen bij deze laatste vraag aanstippen dat andere situaties in de praktijk ook andere diverse onduidelijkheden met zich meebrengen. Bij wijze van voorbeeld: een koppel, gehuwd onder het wettelijk huwelijksvermogensstelsel, richt een vennootschap op met gelden afkomstig uit de huwgemeenschap. De zaakvoerster schrijft op 99 % van de aandelen in (de echtgenoot schrijft in op de resterende 1 % van de aandelen). In toepassing van het Burgerlijk Wetboek behoudt de zaakvoerster 99 % van de lidmaatschapsrechten van die aandelen in haar eigen vermogen en dit terwijl de vermogenswaarde van deze aandelen (volledig) toekomt aan de huwgemeenschap. Wanneer de echtgenoot meer betrokken wordt, wordt een gelijkwaardige (50 % - 50 %) verhouding van de aandelen nagestreefd. Een overdracht van aandelen met behoud van het VVPRbis-regime kan onder echtgenoten enkel via schenking (artikel 269, § 2, derde lid WIB92). Aangezien de (vermogenswaarde van deze) aandelen reeds in de huwgemeenschap aanwezig zijn, is een schenking van de (vermogenswaarde van deze) aandelen niet mogelijk. Een "schenking" van de loutere lidmaatschapsrechten lijkt wel mogelijk (vermits deze worden geacht eigen te zijn).

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

Uw vragen in het kader van de toepassing van het VVPRbis stelsel hebben betrekking op verschillende gevallen. Aangezien ik niet in het bezit ben van alle feitelijke en juridische elementen, die eigen zijn aan elk van de door u bedoelde gevallen, is het voor mij onmogelijk een eenduidig antwoord te geven.