Parlementaire vraag nr. 11823 van de heer Van Biesen en vraag nr. 11854 van mevrouw Govaerts d.d. van 30.05.2006
Mondelinge parlementaire vragen nr. 11823 van de heer Van Biesen en nr. 11854 van mevrouw Govaerts dd. 30.05.2006
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 978, blz. 7-10
Aanrekening aftrek voor enige woning
VRAAG (van de heer Van Biesen)
De fiscale behandeling van hypothecaire leningen werd door de programmawet van 27 december 2004 grondig hervormd. In de toelichting bij het aangifteformulier voor het aanslagjaar 2006 zien we echter dat er geen sprake is van vereenvoudiging, maar dat er een zeer ingewikkelde berekening in vijf stappen moet gebeuren.
Eerst moeten de interesten en kapitaalsaflossingen worden samengeteld. Dit bedrag wordt herleid tot de helft wanneer slechts een van de partners recht heeft op de aftrek. Vervolgens moeten hierbij de in 2005 betaalde verzekeringspremies worden geteld. Verder wordt het resultaat beperkt tot 2 490 euro per echtgenoot of 2 550 euro wanneer men drie of meer kinderen ten laste heeft. Samen belaste echtgenoten en wettelijk samenwonenden die beiden recht hebben op de aftrek voor de enige woning, mogen vervolgens het resultaat vrij onder elkaar verdelen, op voorwaarde dat aan elke partner minstens 15 procent wordt toegewezen en het maximum van 2 490 of 2 550 euro per partner niet wordt overschreden. Wanneer slechts één partner recht heeft op de aftrek voor de enige woning, dan wordt het maximale bedrag van 2 490 euro of 2 550 euro, of het werkelijke bedrag, beperkt tot 85 procent. Uiteindelijk kunnen dan de rubrieken 1370/1371 en 2370/2371 worden ingevuld.
Door een amendement van de heer Tommelein op de programmawet werd artikel 105 van het WIB gewijzigd. Het is duidelijk dat dit artikel een uitzondering toestond op de 50/50-verdeling tussen gehuwden om een hoger belastingvoordeel te kunnen bekomen. Dit voordeel vervalt echter voor gehuwden die samen een lening hebben afgesloten voor een gemeenschappelijke enige woning, maar waarvan één partij geen recht heeft op aftrek.
Als twee echtgenoten samen hebben geleend en samen 3 000 euro hebben betaald aan interesten en kapitaalsaflossingen en een van beide heeft geen recht op aftrek, dan blijft voor de andere echtgenoot 1 500 euro ter beschikking, beperkt tot 85 procent of 1 275 euro. Artikel 105 kan echter ook zo geïnterpreteerd worden dat de echtgenoot die recht heeft op aftrek 3 000 euro ter beschikking houdt, beperkt tot 85 procent of 2 550 euro, verder beperkt tot het maximum van 2 490 euro. Wat is de correcte berekeningswijze ?
Als echtgenoten met scheiding van goederen getrouwd zijn en een hypothecaire lening werd afgesloten door de echtgenoot die de eigenaar is van de enige woning, dan is er geen sprake van verdeling en is artikel 105 dus niet van toepassing. Toch moet, volgens de toelichting, ook hier de beperking van 85 procent worden toegepast, waardoor er 15 procent van de aftrek verloren gaat. Dit was geenszins de bedoeling van het geciteerde amendement. Kan de minister toelichten op welke wettelijke grondslag deze praktijk steunt ?
VRAAG (van mevrouw Govaerts)
De belastinghervorming van 2003 streefde naar een vereenvoudiging van de fiscale aangifte en naar de gelijke behandeling van elke samenlevingsvorm. De aangifte voor dit jaar is echter allerminst eenvoudig en bevat zelfs een nieuwe discriminatie. Samen belaste echtgenoten of wettelijk samenwonenden die beiden recht hebben op de aftrek voor de enige woning, mogen elk een percentage aftrekken van minimum 15 procent. De aftrek wordt weliswaar beperkt tot 2 490 euro per partner, of 2 550 euro bij drie of meer kinderen ten laste. Wanneer echter slechts één partner recht heeft op de aftrek, wordt die beperkt tot 85 procent. Het oorspronkelijke voordeel van artikel 105 verdwijnt dus als één partner geen recht heeft op aftrek, terwijl alleenstaanden of feitelijk samenwonenden wel het recht behouden op 100 procent aftrek.
Kan de minister het bestaan van deze discriminatie bevestigen ? Zal de minister ervoor zorgen dat ook de gehuwde of wettelijk samenwonende enige eigenaar van een enige woning 100 procent aftrek mag behouden ?
ANTWOORD (van de heer Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën)
Wanneer verschillende belastingplichtigen samen een hypothecaire lening afsluiten voor een gemeenschappelijke woning, kan elke medeontlener aanspraak maken op de aftrek enige eigen woning a rato van zijn eigen eigendomsaandeel in de woning. In het aangehaalde voorbeeld gaat het om een aftrekbaar bedrag van 3 000 euro, vermenigvuldigd met ieders aandeel of 50 procent. Het aldus bekomen bedrag van 1 500 euro zal voor 85 procent of 1 275 euro in mindering worden gebracht bij de echtgenoot die aanspraak maakt op de aftrek enige en eigen woning. De echtgenoot die geen aanspraak kan maken op deze aftrek, zal voor zijn 50 procent aanspraak kunnen maken op de vermindering voor het langetermijnsparen, onder de voorwaarden en binnen de beperkingen bepaald in de wet.
Het Arbitragehof heeft bepaald dat er een objectief verschil bestaat tussen de juridische situatie van gehuwden en alleenstaanden en dat het hier niet om discriminatie gaat. Afwijkingen voor gehuwden en wettelijk samenwonenden zullen dus altijd blijven bestaan en ook artikel 105 is hiervan een voorbeeld.
Volgens dit artikel mag de vrije verdeling van de aftrek enige eigen woning er niet toe leiden dat er bij een van de partners minder dan 15 procent wordt aangerekend. Het is niet vereist dat beide partners aanspraak maken op de aftrek opdat het artikel van toepassing zou zijn. Wanneer een van beiden geen recht heeft op de aftrek omdat hij of zij een andere woning bezit, geldt er dus voor de andere partner slechts een aftrek van 85 procent.
CONCLUSIE (van de heer Van Biesen)
Deze berekening is fiscaal niet correct. Het klopt niet dat een percentage dat enkel geldt bij een verdeling, ook wordt toegepast wanneer er geen sprake is van een verdeling. Daarbij was het amendement specifiek bedoeld om de verdeling tussen de echtgenoten te optimaliseren en deze praktijk gaat daar lijnrecht tegenin. Ik dring erop aan dat de minister deze beperking tot een percentage van 85 procent laat herbekijken door zijn administratie.
CONCLUSIE (van mevrouw Govaerts)
Ik heb nooit beweerd dat er een verschil was tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden, maar ik vind dat de alleenwonenden bevoordeeld worden. Gezinnen moeten worden gestimuleerd. Het is onterecht dat 15 procent verloren gaat. Elk koppel moet recht hebben op 100 procent. De gewone belastingbetaler zal een beroep moeten doen op een fiscalist.
WEDERANTWOORD (van de heer Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën)
Ik zal de verantwoording van het amendement en mijn verklaring verifiëren, maar ik heb ook de referentie naar een klaar en duidelijk voorbeeld in de Kamercommissie.
