Parlementaire vraag nr. 353 van de heer Van Grembergen van 02.08.1994

VRAAG 94/353
Bull. nr. 745, pag. 142
Medisch beroepsgeheim - RIZIV
Een van de doelstellingen van de regering en tevens van het crisisplan is de strijd tegen de fiscale fraude.
1. Is het nog langer verantwoord dat het RIZIV zich beroept op de artikelen 84 en 96 van de wet van 9 augustus 1963 om aan de Administratie van de directe belastingen fotokopieën te weigeren van de getuigschriften voor verstrekte hulp ?
De procedure waarin de commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen nrs. 327/35 en 327/36 voorziet bevat voldoende waarborgen voor het medische beroepsgeheim.
2. Bent u bereid de nodige maatregelen te nemen of te doen nemen die het de Administratie van de directe belastingen moeten mogelijk maken op een zinvolle manier de erelonen van de artsen en paramedici te controleren ?
ANTWOORD
Van de Minister van Sociale Zaken : In de eerste plaats moet ik erop wijzen dat de getuigschriften van verzorging, uitgereikt door de zorgverstrekkers, hetzij in de regeling van de rechtstreekse betaling, hetzij in de derdebetalersregeling, altijd naar de ziekenfondsen gaan om te worden vergoed en om gedurende drie jaar door hen te worden bewaard.
Als aan het RIZIV, met een verzoek van de Administratie der directe belastingen, wordt gevraagd om van bepaalde getuigschriften voor verstrekte hulp een afschrift te bezorgen, kan het RIZIV die administratie derhalve alleen verwijzen naar de ziekenfondsen die houder zijn van de gevraagde documenten.
Wanneer het evenwel ingevolge bijzondere omstandigheden (enquête van het RIZIV in verband met een welbepaalde zorgverstrekker, bijvoorbeeld), gebeurt dat de controlediensten van het RIZIV over sommige getuigschriften beschikken, weigeren die nooit, ingeval ze erom worden verzocht, de nodige informatie te verstrekken, waarbij uiteraard de voorschriften van artikel 327 van het Wetboek op de inkomstenbelastingen worden nageleefd en de procedure wordt gevolgd die de fiscale administratie heeft vastgelegd.