Parlementaire vraag nr. 25 van mevrouw Claes van 14.01.2009

Parlementaire vraag nr. 25 van mevrouw Claes dd. 14.01.2009

Inkomstenbelasting

Roerende voorheffing

Verlaagde aanslagvoet van de RV

Gedematerialiseerd effect

VRAAG

Artikel 269, derde lid WIB 92 voorziet in een verlaging van het tarief van de roerende voorheffing (15 in plaats van 25 %) voor aandelen op naam.

1. Kan u meedelen of de uitgifte van de gedematerialiseerde effecten of aandelen op naam ook aanleiding kan zijn tot de toepassing van dit verlaagd tarief vanaf de omzetting van de aandelen aan toonder?

2. Als het verlaagd tarief volgens de minister niet van toepassing zou zijn, hoe kan deze ongelijke behandeling tussen de diverse effecten, die immers alle niet aan toonder luiden, woren verantwoord?

ANTWOORD

De aandelen aan toonder die voldoen aan de voorwaarden van artikel 269, derde lid, b) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en die vanaf 1 januari 2008 worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen kunnen in principe overeenkomstig de bepalingen van artikel 269, vierde lid, WIB 92 en artikel 119bis van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 verder in aanmerking komen voor de toepassing van de verlaagde roerende voorheffing. De verschrijving in artikel 269, vierde lid, WIB 92 (verwijzing naar punt c) in plaats van b)) zal binnenkort worden verbeterd.