Parlementaire vraag nr. 1152 van de heer Demotte van 05.12.1997
VRAAG 97/1152
Bull. nr. 782, pag. 1087
Belastingkrediet - Verrekening van het belastingkrediet
VRAAG
In artikel 15 van de wet van 20 december 1995 (V 2422 - Bull. 757) werd een belastingkrediet ten voordele van belastingplichtigen die aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen, maar ook van belastingplichtigen die aan de personenbelasting zijn onderworpen, ingevoerd.
1. Graag een evaluatie van het gebruik dat de belastingplichtigen van die regeling hebben gemaakt. Kan u meer bepaald meedelen hoeveel belastingplichtigen daarvan gebruik hebben gemaakt, daarbij een onderscheid makend tussen de natuurlijke personen en de vennootschappen? Kan u tevens voor beide categorieën de begrotingskosten van die maatregelen meedelen?
2. Die maatregel had tot doel de kapitalisatie van de vennootschappen te bevorderen.
a) Denkt u dat het vooropgestelde doel werd bereikt?
b) Werd een toename van het eigen vermogen van de vennootschappen vastgesteld?
ANTWOORD
Volgens artikel 28, tweede lid, van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, treedt de verrekening van het belastingkrediet beoogd in artikel 289bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in werking vanaf het aanslagjaar 1997.
Gezien de inkohieringen van de vennootschapsbelasting en de personenbelasting met betrekking tot het aanslagjaar 1997 pas zijn aangevat, beschikt de Administratie der directe belastingen momenteel slechts over onvolledige statistische inlichtingen omtrent de evaluatie van het gebruik van dit mechanisme door de belastingplichtigen.
In de gegeven omstandigheden zal het geacht Lid dan ook begrijpen dat het voorbarig is zich thans reeds uit te spreken over het eventueel succes van de voornoemde maatregel.
Bron: FisconetPlus
