Parlementaire vraag nr. 138 van mevrouw Pieters van 18.11.2003
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2004-2005, nr. 089, blz. 15729-15735
Rechtspersoon - Vennootschapsbelasting - Maatschappelijke zetel - Verandering van gemeente en taxatiedienst
VRAAG
Een rechtspersoon onderworpen aan de vennootschapsbelasting waarvan de jaarrekening afsluit per 31 december brengt in mei 2003 op datum van de jaarvergadering haar statutaire maatschappelijke zetel van de gemeente X verbonden aan de taxatiedienst A over naar de gemeente Y verbonden aan taxatiedienst B gelegen in een andere gewestelijke directie. Aangezien de plaats van onderzoek van de BTW-aangiften en de aangiften inzake vennootschapsbelasting niet steeds volledig gelijklopend is, rijzen voor vele belastingplichtigen de volgende algemene praktische vragen.
1. Welke klassieke taxatiedienst en/of controlecentrum AOIF is en blijft definitief respectievelijk territoriaal en juridisch bevoegd en verantwoordelijk voor de dringende manuele en/of de mechanografische inkohiering van de na de overbrenging van de statutaire maatschappelijke zetel te vestigen "aanvankelijke" en/of "aanvullende" aanslagen inzake vennootschapsbelasting waarvan de aanslagbiljetten steeds aan het "nieuw" adres moeten worden verzonden:
| a) | over het aanslagjaar 2000 en vorige (verlengde buitengewone aanslagtermijnen); |
| b) | over de aanslagjaren 2001 en 2002 (buitengewone aanslagtermijn); |
| c) | over het aanslagjaar 2003 en volgende (gewone aanslagtermijn)? |
| a) | Welke controledienst AOIF is inzake directe belastingen wettelijk bevoegd voor het instellen van "onderzoeksdaden" en herzieningen waarvan sprake in artikel 333, WIB 1992 met betrekking tot de aangiften in de vennootschapsbelasting:
|
| b) | Welke data en/of welke andere precieze beoordelingscriteria en reglementaire uitvoeringsbepalingen worden hierbij als juridisch doorslaggevend aangemerkt? |
4. Welke ontvangkantoren zijn er vanaf welke datum respectievelijk bevoegd voor de invordering van de verschuldigde vennootschapsbelasting van die aanvankelijke en/of van al die supplementaire aanslagen?
5.
| a) | Wie en hoe dient er voor de gewone en voor de manuele spoedinkohieringen (cf. ook artikel 346, derde lid, laatste zinsnede, WIB 1992) algemeen te worden gehandeld indien het adres van de voornaamste inrichting niet overeenstemt met het adres van de statutaire maatschappelijke zetel:
|
| b) | Welke verplichte specifieke vermeldingen inzake adressen en gemeenten van aanslag dienen er door de telkens bevoegde taxatiedienst op de aan te leggen kohieren en op de aanslagbiljetten wettelijk te worden aangebracht? |
| a) | Bij welke taxatiedienst moet de aangifteplicht inzake vennootschapsbelasting worden vervuld wanneer tezelfdertijd zowel de "maatschappelijke zetel" als de "voornaamste inrichting" met de werkelijkheid overeenstemmen? Die gevallen worden onder meer beoogd waarbij nagenoeg alle beslissingen, de raden van bestuur en de algemene vergaderingen steeds op de maatschappelijke zetel gebeuren terwijl de centrale boekhouding en de fiscale administratie altijd in een andere gemeente worden bijgehouden. |
| b) | Welke zeggenschap, keuze of inspraak heeft de belastingplichtige hierbij eventueel? |
| c) | Primeert in de fiscale praktijk steeds de statutaire maatschappelijke zetel op de werkelijke voornaamste inrichting en op de administratieve hoofdzetel ? |
| d) | Welke criteria opgesomd in precieze volgorde van hun belangrijkheid worden in aanmerking genomen om de plaats van aangifte en van onderzoek juridisch correct te bepalen? |
| e) | Door welke fiscale hogere overheden van de AOIF worden eventuele betwistingen tussen de ambtenaren en/of met de belastingplichtigen definitief beslecht? |
C) Dient bij vennootschappen om rechtsgeldig te zijn alle administratieve (RP-aangetekende) briefwisseling, berichten van wijziging van aangifte of kennisgevingen van aanslag van ambtswege en aanslagbiljetten met inachtneming van de postregelementering uitsluitend te worden betekend aan het adres van de statutaire maatschappelijke zetel (bij gewone gevallen, bij faillissementen en bij vereffeningen en sluitingen ervan)?
D) Mag of moet om redenen van hoffelijkheid tegelijkertijd ook een afschrift van die briefwisseling aan alle overige bedrijfsadressen worden toegezonden?
7. Mogen de bevoegde controlerende ambtenaren met recht op kilometervergoedingen), voorzien van een geactualiseerd en geldig aanstellingsbewijs en met strikte naleving van de taalwetgeving, ongeacht de gemeente van ligging, zich voor onderzoek met hun persoonlijk autovoertuig of een gezinswagen, ongeacht de afstand, onbeperkt ter plaatse begeven naar:
| a) | het adres van de voornaamste inrichting gelegen buiten het ambtsgebied van de statutaire maatschappelijke zetel; |
| b) | alle andere Belgische filialen en/of uitbatingsadressen; |
| c) | de kantoren van een gevolmachtigd belastingconsulent buiten het ambtsgebied van het controlecentrum en/of van de klassieke taxatiedienst; |
| d) | de kantoren van een gevolmachtigd "bedrijfsrevisor " optredend als fiscaal raadgever en/of als zelfstandig boekhouder? |
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 12.08.2005)
1 tot 3. Voor de rechtspersonen die onderworpen zijn aan de Vennootschapsbelasting, is het de toestand op de dag na de datum van afsluiting van het boekjaar die de pfaats van aangifte en van aanslag bepaalt.
De (klassieke) taxatiedienst directe belastingen die bevoegd is voor onder meer de verzending van de aangiften, de controle (beheerscontrole of inordestelling), de inkohiering van alle aanslagen in de vennootschapsbelasting voor het desbetreffende aanslagjaar is het kantoor waarvan de gemeente van het fiscaal domicilie - dat verschilIend kan zijn van de maatschappelijke zetel - afhangt op die datum.
Het controlecentrum dat bevoegd is voor grondige verificaties is datgene waarvan de gemeente afhangt waar het fiscaal domicilie zich bevindt op bovenvermelde datum. Ingeval van wijziging van het fiscaal domicilie van de belastingplichtige voor de aanvang van de verificatie, zal het controlecentrum van het nieuwe fiscale domicilie bevoegd zijn. Op dit ogenblik worden door de controlecentra geen aanslagen ingekohierd.
Het bevoegde controlecentrum is belast met de leiding van de volledige grondige verificatie, zelfs indien de belastingplichtige één of meer activiteits-, uitbatingsof administratieve zetels heeft buiten het ambtsgebied van het controlecentrum in kwestie. Het controlecentrum mag echter bijstand vragen aan een ander controlecentrum met het oog op het uitvoeren van een punctuele operatie, in het ambtsgebied van dit laatste controlecentrum maar zelfs in een dergelijk geval berust de volledige verantwoordelijkheid van de grondige verificatie bij het eerste controlecentrum. Vanzelfsprekend dient hierbij de taalwetgeving te worden gerespecteerd.
In het besluit van 31 oktober 1997 van de secretarisgeneraal wordt de territoriale bevoegdheid van de controlecentra bepaald. Hierin wordt op geen enkele wijze omschreven op welk moment deze territoriale bevoegdheid dient te worden bepaald (aanslagjaar, burgerlijk jaar, enzovoort). Bijgevolg wordt ingeval van wijziging van het fiscaal domicilie het principe van territoriale bevoegdheid voor de controlecentra niet geschonden bij de verificatie van de fiscale situatie van een belastingplichtige.
4. Het bevoegde ontvangkantoor is dit van de plaats van aanslag.
5 tot 7. De principes aangaande de bevoegde diensten werden aan het geachte lid uitgelegd in de antwoorden verstrekt onder de punten 1 tot 3.
Hieraan kan worden toegevoegd dat het fiscaal domicilie de plaats van aangifte en aanslag van een vennootschap bepaalt en als volgt wordt vastgesteld:
| Mogelijke situaties: | Plaats van aangifte en aanslag: fiscaal domicilie |
| Maatschappelijke zetel = belangrijkste vestiging | Plaats waar zich de maatschappelijke zetel en de belangrijkste vestiging bevinden |
| Plaats waar het effectieve dagelijkse beheer van de vennootschap plaatsvindt en waar de boekhouding wordt gehouden (of gecentraliseerd). |
| idem. |
| idem. |
Het is de plaats waar men effectief en efficiënt de fiscale situatie van de vennootschap kan controleren, waarbij het vanzelfsprekend aan de taxatieambtenaar toegestaan is een bepaald element of andere gegevens op een andere plaats te gaan controleren waar een deel van de werkzaamheid wordt uitgeoefend. In feite betreft het de voornaamste administratieve zetel.
Ik meen hoe dan ook dat een maatschappelijke zetel niet het fiscaal domicilie is wanneer het een fictieve zetel betreft, een postbusadres, een "domiciliëringsadres" of een plaats waar de betrokken belastingplichtige niet op permanente en exclusieve wijze beschikt over een minimale bedrijfs-infrastructuur die nodig is voor de uitoefening van de beoogde activiteit of het beheer van de onderneming.
Wat de vennootschappen zonder activiteit of in vereffening betreft, is de plaats van aangifte en aanslag de plaats waar de boekhouding wordt gehouden. Dit stemt overeen met het adres van de vereffenaar zodra de vennootschap haar regelmatige economische activiteit stopt.
Een vennootschap in faling is verplicht een aangifte in te dienen. De principes hierboven uiteengezet aangaande de plaats van aangifte en aanslag zijn hier eveneens van toepassing. Ik wens eraan toe te voegen dat indien een gefailleerde vennootschap in gebreke bij zijn aangifte te overleggen, de richtlijnen voorschrijven dat de curator in kennis moet worden gesteld van het in gebreke blijven van de betrokkene en verzocht moet worden ervoor te zorgen dat de gefailleerde praktisch zijn verplichtingen ter zake kan nakomen. De curator mag eveneens zelf de aangifte overleggen in de plaats en voor rekening van de gefailleerde vennootschap.
De administratie heeft onlangs de richtlijnen aangaande de bepaling van het fiscaal domicilie van een vennootschap in herinnering gebracht omdat zij wenst dat deze strikter zouden worden toegepast. Deze richtlijnen zijn op zichzelf niet gewijzigd. Hoe dan ook kan, rekening houdend met de definitie van fiscaal domicilie, het fiscaal domicilie inzake BTW en IB niet verschillend zijn behalve ingeval van verhuis (waar de in aanmerking te nemen datum voor de indiening van de aangifte bij de IB en BTW verschillend is). Hierdoor zal de fiscale fraude op een doeltreffender wijze worden bestreden: efficiëntere polyvalente controle, strijd tegen fictieve zetels, enzovoort.
Het fiscaal domicilie is geen keuze die door de belastingplichtige wordt uitgedrukt maar is een feitenkwestie. De administratie heeft de opdracht gegeven om ingeval van wijziging van het fiscaal domicilie de belastingplichtige op de hoogte te brengen van die beslissing, Deze beslissing wordt genomen in onderling overleg tussen de betrokken diensten BTW en IB op grond van de gegevens die zich in het fiscaal dossier bevinden. Vanzelfsprekend mag de belastingplichtige aan die diensten zijn opmerkingen meedelen.
Het fiscaal domicilie is het adres dat op het aanslagbiljet en het kohier wordt vermeld.
De briefwisseling (vraag om inlichtingen, bericht van wijziging, aanslag van ambtswege, enzovoort) aan de belastingplichtige wordt eveneens gericht aan het fiscaal domicilie.
Tot slot wordt, aangaande de plaats van bewaring van de boeken en bescheiden, de aandacht van het geachte lid erop gevestigd daf de afwijking waarvan sprake in 315/16 van de Commentaar op de inkomstenbelastingen 1992 slechts een toelating betreft om de boeken tijdelijk op bepaalde data en voor een bepaalde periode elders heen te brengen dan waar ze werd gehouden of opgesteld (bijvoorbeeld bij een raadgever) en slechts wordt toegestaan indien de belastingplichtige in staat is zijn boeken en bescheiden weer in bezit te hebben, wanneer een controle is aangekondigd.
Bron: FisconetPlus
