Parlementaire vraag nr. 1025 van mevrouw Moerman van 29.05.2002
VRAAG 02/1025
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 142, blz. 18018-18020
Inkomsten van burgerlijke vennootschap of vereniging - Niet-inwonende leden
VRAAG
Artikel 229, § 3, van het WIB 1992, stelt dat "iedere vennoot of ieder lid van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft of die in de zin van artikel 228, § 2, 3° of 4°, in België inkomsten behaalt of verkrijgt, wordt geacht, volgens het geval, voor de toepassing van artikel 228, § 2, 3°, over een Belgische inrichting te beschikken of, voor de toepassing van artikel 228, § 2, 4°, persoonlijk in België werkzaamheden uit te oefenen".
De notie "inrichting" in artikel 228, §§ 1 en 2, van het WIB 1992 vereist een beroepsbekwaamheid of activiteit. Artikel 229, § 3, kan mijns inziens alleen toepasselijk zijn indien in de schoot van de Belgische burgerlijke vennootschap, enzovoort, in België, winst of baten worden behaald, omdat:
A) artikel 229 van het WIB 1992 in de "Belasting van niet-inwoners" logischerwijze het spiegelbeeld vormt van artikel 29 van het WIB 1992 dat ook enkel op winst of baten van toepassing is;
B) de bewoordingen in de circulaire 19-444.905 van 1 juli 1993, III, 25 en 26, en in Comm.IB 228/66 die stelling lijken te ondersteunen;
C) dit ook in antwoord op een vraag werd gesteld (vraag nr. 535, van 22 april 1993, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1992-1993, nr. 63, blz. 5994);
D) artikel 270, 4°, van het WIB 1992 en artikel 87, 7°, KB/WIB 1992, die de bedrijfsvoorheffing regelen, verwijzen naar winst of baten in de zin van artikel 29, § 1, van het WIB 1992;
E) artikel 228, § 2, 3° en 4°, van het WIB 1992, veronderstellen dat op het niveau van de Belgische partnership winst of baten in de zin van artikel 228, § 2, 3° en 4°, van het WIB 1992, moeten worden behaald opdat artikel 229, § 3, toepasselijk zou zijn;
F) Buitenlandse deelnemers in een Belgisch beleggingsfonds worden evenmin geacht een Belgische inrichting te hebben (Comm.IB 29/10 en volgende).
Met andere woorden, ten name van buitenlandse deelnemers leidt het loutere deelnemen in een Belgische burgerlijke vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (die geen winst of baten behaalt) niet tot een Belgische inrichting (in dezelfde zin: Moreau en Vanoverbeke, Burgerlijke vennootschap: de vernieuwde oplossing voor familiale vermogensbeheer, Ced Samson, 1998, 59; Haelterman, A, Fiscale Transparantie. Theorie en Praktijk in België, Kalmthout, Biblio, 1992, 223).
Indien zulke partnership Belgische onroerende of roerende inkomsten behaalt, dan kunnen deze via de rattacheringsregels van artikel 228, § 2, van het WIB 1992, in België aan heffing worden onderworpen.
Kan u deze interpretatie, die bevestigd wordt door de bovenstaande rechtsleer, confirmeren?
ANTWOORD
Het geachte lid beoogt het geval van een burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft, maar die geen winst of baten behaalt als bedoeld in artikel 228, § 2, 3° of 4°, van het WIB 1992.
Bij ontstentenis van dergelijke winst of baten is artikel 229, § 3, van het WIB 1992, inderdaad zonder voorwerp.
Voor zover de onroerende en roerende inkomsten die in België zijn verkregen of behaald geen beroepskarakter hebben, zijn ze in principe in België ten name van de niet-wonende leden van die vennootschap of vereniging onderworpen aan de belasting van nietinwoners op grond van de bepalingen van artikel 228, § 2, 1° of 2° van het WIB 1992.
De omstandigheid of een burgerlijke vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid al dan niet winst of baten behaalt, moet worden vastgesteld naar de omstandigheden eigen aan elk geval afzonderlijk.
Voor zover het geachte lid met haar vraag een concreet geval beoogt, zal zij begrijpen dat ik me daarover niet kan uitspreken zonder kennis te hebben van de juridische en feitelijke elementen die de beschreven situatie kenmerken.
Ik ben evenwel bereid deze zaak door mijn diensten te laten onderzoeken indien mij het adres en de identiteit van de betrokkenen, alsmede de noodzakelijke beoordelingselementen worden medegedeeld.
Bron: FisconetPlus
