Parlementaire vraag nr. 497 van de heer Geens van 22.09.1993
VRAAG 93/497
Bull. nr. 738, pag. 1124
Inkomsten uit vastrentende effecten
In de circulaire van 30 augustus 1993 (Fiskoloog nr. 438) wordt gezegd dat de inkomsten uit "vastrentende effecten worden belast zoals kasbons en aangroei- en zerobons, d.w.z. dat de gegenereerde interest onderworpen is aan belasting".
Op welke wettelijke bepaling steunt deze regel ?
Hoe wordt deze gegenereerde interest berekend ?
Is de belastingplichtige verplicht de aangifte te doen na de operatie van verkoop tussen twee vervaldagen in ?
ANTWOORD
Luidens artikel 19, §2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), zijn de inkomsten van vastrentende effecten ten name van elke opeenvolgende houder van de effecten belastbaar in verhouding tot het tijdperk waarin hij houder is geweest.
Bij tussentijdse verhandelingen van kasbons en obligaties waarvan de inkomsten niet gekapitaliseerd worden, dient het verlopen renteprorata lineair in verhouding tot de bezitsduur te worden berekend.
Bij tussentijdse verhandeling van kapitalisatie- of zerobons moet het als roerend inkomen te beschouwen verlopen renteprorata actuarieel in verhouding tot de bezitsduur worden berekend. Het aldus bepaalde inkomen kan reeds van bij de uitgifte onveranderlijk worden vastgesteld aan de hand van een kapitalisatieplan tegen samengestelde interest.
Overeenkomstig artikel 313, WIB 92, zijn rijksinwoners er niet toe gehouden de op voormelde wijze berekende renteprorata met betrekking tot vastrentende effecten van Belgische oorsprong in hun aangifte in de personenbelasting te vermelden.
Daar inkomsten van vastrentende effecten van buitenlandse oorsprong meestal niet via een Belgisch tussenpersoon worden geïnd, moeten rijksinwoners de bij tussentijdse verhandelingen verkregen renteprorata betreffende dergelijke effecten wel in hun aangifte in de personenbelasting vermelden. Van deze regel zou slechts kunnen worden afgeweken indien de verkrijgers van de renteprorata onbetwistbaar het bewijs zouden aanbrengen dat de inkomsten, bij de aanbieding van de effecten op vervaldag, daadwerkelijk in België aan de roerende voorheffing zullen worden onderworpen.
Bron: FisconetPlus
