Parlementaire vraag nr. 2380 van de heer Damien Thiéry van 20.03.2014

Mondelinge parlementaire vragen nr. 2379 van de heer Luk Van Biesen en vraag nr. 2380 van de heer Damien Thiéry dd. 20.03.2014

Kamer, Integraal verslag - Plenumvergadering, 2013-2014, CRIV 53 PLEN 191 dd. 20.03.2014, blz. 17

De uitbreiding van het visitatierecht van de fiscus

VRAAG (van de heer Van Biesen)

Mijnheer de voorzitter, collega's, dat fiscale fraude krachtdadig aangepakt moet worden, is evident. Dat de overheid erop toeziet dat iedere belastingplichtige correct zijn belastingen betaalt, is een van haar kerntaken. De correcte bestrijding van fraude wil evenwel niet zeggen dat een belastingplichtige als een verdachte of als een crimineel moet worden behandeld. Het is dus evenzeer de taak van de overheid om duidelijke regels uit te vaardigen die nageleefd moeten worden wanneer de fiscus zijn controleopdracht uitvoert. De belastingplichtigen hebben recht op rechtszekerheid. In een rechtsstaat past het niet hen bloot te stellen aan een willekeurige behandeling door fiscale controleurs. De discussie over de draagwijdte van het fiscaal visitatierecht toont het belang aan van een rechtszeker raam voor de fiscale-fraudebestrijding. De fiscus en de belastingplichtigen moeten weten waar zij aan toe zijn en dat vergt duidelijke rechtsregels. Zulke regels zijn er nu niet meer, waardoor de fiscus de grenzen van zijn kunnen wel eens durft af te tasten. Mijnheer de minister, ik weet wel dat het gaat over de rechterlijke macht, die onafhankelijk werkt. Echter, als uitspraken de verkeerde richting uitgaan, dan komt het de wetgevende macht toe om in te grijpen. Dat is precies wat er vandaag moet gebeuren. Diverse uitspraken van rechtbanken sinds begin 2012 en recentelijk nog door het hof van beroep van Gent stellen duidelijk dat de fiscus tijdens een controle zomaar de volledige gegevensopslag van een computer kan downloaden, ook als daar privégegevens of gegevens van derden op staan. Het gevolg daarvan is dat de rechtszekerheid volledig zoek is. Er is een enorm verschil tussen het gerecht en de fiscus. Indien het gerecht een huiszoeking wenst uit te voeren, dan moet het daartoe de toestemming hebben van een onderzoeksrechter. De fiscus of de BBI daarentegen hoeft geen enkele toetsing te doorlopen, behalve dan de hiërarchische toetsing binnen de eigen dienst. Nog een gevolg is dat de relatie tussen de fiscus en de belastingplichtigen grondig verstoord is. De privacy van onze zelfstandigen en onze ondernemers wordt geschonden. Daardoor ontstaat een remmend effect op het ondernemen in het algemeen, een negatieve boodschappenstaat naar de ondernemers. Voor ons als liberalen is dat totaal onaanvaardbaar.

Mijnheer de minister, ik reik u een aantal oplossingen aan. De belastingplichtigen moeten gelijk behandeld worden. Er moeten dus duidelijke richtlijnen worden gegeven aan de controleurs. Er moet een wetswijziging plaatsvinden en afdwingbare circulaires uitgevaardigd die de onderzoeksbevoegdheden van de fiscus duidelijk aflijnen en op politiek niveau goedgekeurd worden alvorens ze gepubliceerd worden. De derde belangrijke vraag die wij stellen is de volgende. Wie controleert nog de controleurs? Wel, beste vrienden, als voormalig ondervoorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar fiscale fraude heb ik reeds voorgesteld een Comité F op te richten. Ik niet alleen, de heer Van der Maelen heeft ter zake zelfs een wetsvoorstel ingediend. Met een dergelijk orgaan zou de mogelijkheid gecreëerd worden dat de activiteiten van de belastingadministratie en van de andere administraties die optreden in de strijd tegen de verschillende vormen van fraude worden onderworpen aan echte en regelmatige parlementaire controle. Mijnheer de minister, ik heb u een aantal oplossingen voorgelegd. Mijn vraag is welke oplossingen u zult bieden om de grote rechtsonzekerheid weg te werken die vandaag heerst wanneer de fiscus bij de belastingplichtige op bezoek komt om hem aan een belastingcontrole te onderwerpen? Wat zijn uw oplossingen?

VRAAG (van de heer Thiéry)

Het wordt aanvaard dat de fiscus zich toegang verschaft tot de zetel van de economische activiteit van een belastingplichtige, vooral als er vermoeden is van fraude. Wat de woning van de belastingplichtige betreft wordt een en ander geregeld in de wet. Volgens het hof van beroep te Gent en de rechtbank te Antwerpen mogen belastinginspecteurs tijdens een huiszoeking in de privéwoning de privéinformatie die op de aanwezige pc's staat doorzoeken. Zij mogen zelfs klantgegevens gebruiken. Alle middelen moeten worden ingezet om de fiscale en sociale fraude aan te pakken, maar dat moet wel gebeuren op basis van duidelijke regels. Hebt u kennisgenomen van de beslissingen die in dat verband werden genomen? Konden die beslissingen worden toegepast op andere fiscale- en socialefraudedossiers? Mag Justitie de administratie in verband met huiszoekingen de vrije teugel laten? De wet moet door iedereen op dezelfde manier worden begrepen en toegepast.

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Met betrekking tot de bevoegdheden van de fiscus tijdens controles waarvoor voorafgaandelijk machtiging werd verleend en die worden verricht in de beroepslokalen van de belastingplichtigen of in hun woning, hebben verscheidene rechtbanken geoordeeld dat de fiscus geen hinder mag ondervinden van het feit dat die belastingplichtigen geen strikt onderscheid maken tussen hun privé- en hun beroepsleven.

De belastingplichtigen weten dat de fiscus over onderzoeksbevoegdheden beschikt inzake alle documenten, stukken en inlichtingen in het algemeen die zich in beroepslokalen bevinden, wat ook de gebruikte drager is. De rechters hebben dus beslist dat de belastingplichtige die privégegevens bewaart op bestanden van zijn beroepsactiviteit niet de bescherming van zijn privéleven kan inroepen om deze bestanden te onttrekken aan het onderzoek van de fiscus.

Volgens het hof van beroep van Gent zijn de onderzoeken van de fiscus niet in strijd met de wetgeving inzake de bescherming van de privacy. Volgens het Hof van Cassatie hebben controleambtenaren bij een bezoek aan de bedrijfsruimte op het gebied van de btw - ik citeer: "het recht na te gaan welke boeken en stukken zich bevinden in de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend, alsook de boeken en stukken die zij aldaar aantreffen te onderzoeken, zonder voorafgaand om de voorlegging van die boeken en stukken te moeten verzoeken". Datzelfde gold volgens het Hof van Cassatie tot enkele jaren geleden niet op het gebied van de inkomstenbelastingen omdat de wettekst van oud artikel 319 anders geformuleerd was. De wet werd aangepast om de onderzoeksbevoegdheden van de administratie der directe belastingen en van die van de btw op elkaar af te stemmen.

Volgens artikel 319 van het Wetboek moeten de ambtenaren alle boeken en stukken die zich in de beroepslokalen bevinden onmiddellijk kunnen raadplegen, zelfs zonder eerst toestemming te moeten vragen aan de belastingplichtigen.

CONCLUSIE (van de heer Van Biesen)

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor de omschrijving van het arrest van het hof van beroep. Dat was echter niet de vraag. Het regent op dit ogenblik klachten over het onjuist gebruik van het fiscaal visitatierecht. Ik vraag u, in uw hoedanigheid van minister, uw verantwoordelijkheid op te nemen en het charter van de belastingplichtigen waarin duidelijk staat dat elke belastingplichtige plichten maar ook rechten heeft, in ere te herstellen. Ik vraag u ook dat u dit charter dringend opnieuw op de tafel van het Parlement zou brengen, zodat wij samen met u kunnen onderzoeken op welke manier wij meer rechtszekerheid aan de belastingplichtige kunnen geven.

CONCLUSIE (van de heer Thiéry)

De controleambtenaren hebben dus geen voorafgaande toelating nodig, wat betekent dat ze een huiszoeking zouden kunnen verrichten in de woning van een bedrijfsleider, ook in diens afwezigheid. Voor mij moeten de betrokkenen aanwezig zijn. Ik vraag dat u het nodige zou doen om ervoor te zorgen dat die wet door allen ondubbelzinnig wordt begrepen en toegepast.