Parlementaire vraag nr. 11 van de heer Dirk Vijnck van 04.12.2009
Parlementaire vraag nr. 11 van de heer Dirk Vijnck dd. 04.12.2009
Personenbelasting
Vennootschapsbelasting
Belasting over de toegevoegde waarde
Uitvoeringsbesluit
Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit
Bevoegdheid van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit
Onderzoeksbevoegdheid van de administratie
VRAAG
Ik verneem dat het (niet) publiceren van de uitvoeringsbesluiten omtrent de interne organisatie van de fiscale administratie in het algemeen en de bevoegdheden van individuele ambtenaren toegewezen aan de administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit het (AOIF) in het bijzonder, in praktijk de nodige problemen stellen.
Zonder juridisch advies na te streven of een individueel dossier in gedachte te hebben, gelieve te bevestigen dan wel te ontkennen:
1. Klopt het dat de onderzoeksbevoegdheden van de fiscale ambtenaren doelgebonden zijn?
2. Klopt het dat fiscale ambtenaren, ter uitvoering van hun opdracht met betrekking tot die specifieke belastingsreglementering, specifieke bevoegdheden hebben gekregen, doch dat deze bevoegdheden verleend werden ter controle van eventuele inbreuken op deze specifieke aangelegenheid, en niet mogen aangewend worden om inbreuken op andere reglementeringen vast te stellen?
3. Klopt het dat de vaststellende ambtenaar niet tot een verdere controle kan overgaan en zich daarbij de bevoegdheden van de andere dienst kan aanmatigen, vermits hij geen orgaan is van die andere dienst, en dus geen beroep kan doen op de bevoegdheden van dit orgaan?
4. Klopt het dat de vaststellende ambtenaar evenmin tot controle kan overgaan met het oog op een vaststelling van inbreuken op een andere belastingwetgeving en daarbij gebruik maken van de hem toegekende onderzoeksbevoegdheden voor controles inzake de belasting waarvoor zijn administratie bevoegd is?
5. Klopt het dat het niet naleven van de regels onder vragen 1., 2., 3. en 4. voormeld enerzijds machtsoverschrijding en anderzijds machtsafwending zou betekenen (cf. Vanheeswijk, L., "De onderzoeksbevoegdheden van de fiscus en de wet van 28 juli 1938", T.F.R., 1989, nr. 83, 3 en 4; Dubois H., "Vijf regels van fiscaal onderzoek", T.F.R., 1988, n° 81-82, 278)?
6. Klopt het dat de uitvoeringsbesluiten aangaande de interne organisatie van het AOIF en de bevoegdheden van individuele fiscale ambtenaren (niet) gepubliceerd zijn?
ANTWOORD (van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Artikel 335 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zoals gewijzigd door artikel 153 van de programmawet van 23 december 2009 bepaalt voortaan "Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting. Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting." Gelijkaardige bepalingen zijn opgenomen in verschillende andere fiscale wetboeken ( Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, Wetboek der successierechten, Wetboek diverse rechten en taksen, Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en Algemene wet inzake douane en accijnzen). Bedoelde bepalingen vormen dus een uitzondering op de regel dat de ambtenaren van een bepaalde fiscale administratie slechts bevoegd zijn om controles uit te voeren in verband met de inbreuken op de belastingreglementering die hun administratie aanbelangen en dit volgens de modaliteiten door die reglementering bepaald. Algemeen kan dan ook gesteld worden dat iedere ambtenaar van een belastingadministratie die tot een controle van de hem betreffende materie overgaat, gerechtigd is om de onderzoeksmacht te gebruiken die hem werd verleend om alle inlichtingen in te winnen betreffende andere belastingen.
