Parlementaire vraag nr. 1080 van de heer de Clippele van 04.05.1994
VRAAG 94/1080
Vraag nr. 1080 van de heer de Clippele dd. 04.05.1994
Bull. nr. 744, pag. 3400
Vrijgestelde inkomsten - Reiskosten
Krachtens artikel 38, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is de eerste schijf van 5.000 Belgische frank terugbetaling van de reiskosten van belastingen vrijgesteld als de beroepskosten overeenkomstig artikel 51 WIB 1992 forfaitair worden bepaald. Om die vrijstelling te kunnen genieten blijkt nu evenwel dat op het aangifteformulier naast de code 255 het bedrag 5.000 Belgische frank moet worden ingevuld. De wet legt die voorwaarde nochtans niet op. Ook houdt het berekeningsprogramma van de fiscus geen rekening met die 5.000 Belgische frank, zelfs als naast de code 258 van de beroepskosten niets wordt ingevuld, met andere woorden zelfs als men kiest voor het wettelijk forfait.
ANTWOORD
Voor de belastingplichtigen die de codes 258 of 308 niet invullen en waarvan de beroepskosten overeenkomstig artikel 51 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen dus forfaitair worden vastgesteld, bedraagt de vrijstelling voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die de werkgever terugbetaalt niet noodzakelijk 5.000 Belgische frank.
Overeenkomstig artikel 38, 9°, van voormeld wetboek zijn in dat geval de volgende vrijstellingen mogelijk :
In die omstandigheden zal het geacht lid wel willen begrijpen dat de vrijstelling niet in alle gevallen automatisch kan worden verleend.
Om die reden moet op de aangifte niet alleen het bedrag van de tussenkomst van de werkgever in de reiskosten tegenover de codes 254 of 304 worden ingevuld, maar moet in de codes 255 of 305 eveneens het bedrag van de vrijstelling waarop de belastingplichtige aanspraak maakt worden vermeld.
Wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte vergoedingen als terugbetaling van reiskosten tegenover de codes 254 of 304 van meer dan 5.000 Belgische frank heeft aangegeven, maar de codes 255 of 305 voor de vrijstelling niet heeft ingevuld, moet de aanslagambtenaar zoals gebruikelijk onderzoeken welk bedrag ter zake kan worden vrijgesteld. Indien de gegevens van de aangifte niet worden aangepast, zal het computerprogramma de inkohiering van de aanslag niet uitvoeren wegens onjuiste informatie.
Wanneer de terugbetaling van de reiskosten tegenover de codes 254 of 304 daarentegen niet meer dan 5.000 Belgische frank bedraagt en de codes 258 of 308 niet zijn ingevuld, heeft de belastingplichtige - in de voormelde omstandigheden - echter altijd recht op de vrijstelling van het in die codes vermelde bedrag. In dat geval verleent het computerprogramma die vrijstelling dan ook automatisch, zelfs wanneer er geen bedrag in de codes 255 of 305 voor de vrijstelling zou zijn ingevuld.
Vraag nr. 1080 van de heer de Clippele dd. 04.05.1994
Bull. nr. 744, pag. 3400
Vrijgestelde inkomsten - Reiskosten
Krachtens artikel 38, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is de eerste schijf van 5.000 Belgische frank terugbetaling van de reiskosten van belastingen vrijgesteld als de beroepskosten overeenkomstig artikel 51 WIB 1992 forfaitair worden bepaald. Om die vrijstelling te kunnen genieten blijkt nu evenwel dat op het aangifteformulier naast de code 255 het bedrag 5.000 Belgische frank moet worden ingevuld. De wet legt die voorwaarde nochtans niet op. Ook houdt het berekeningsprogramma van de fiscus geen rekening met die 5.000 Belgische frank, zelfs als naast de code 258 van de beroepskosten niets wordt ingevuld, met andere woorden zelfs als men kiest voor het wettelijk forfait.
| 1. | Is hier dan geen sprake van fiscale fraude ? |
| 2. | Zullen de overbelaste aanslagen ambtshalve worden ontheven ? |
Voor de belastingplichtigen die de codes 258 of 308 niet invullen en waarvan de beroepskosten overeenkomstig artikel 51 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen dus forfaitair worden vastgesteld, bedraagt de vrijstelling voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die de werkgever terugbetaalt niet noodzakelijk 5.000 Belgische frank.
Overeenkomstig artikel 38, 9°, van voormeld wetboek zijn in dat geval de volgende vrijstellingen mogelijk :
| a) | de vrijstelling moet worden beperkt tot het werkelijke bedrag van de bijdrage van de werkgever, indien het tijdens het jaar uitgekeerde bedrag lager is dan het toepasselijke maximum van 5.000 Belgische frank; |
| b) | de grens van 5.000 Belgische frank kan worden overschreden indien de werknemer regelmatig gebruik maakt van een abonnement op het gemeenschappelijk openbaar vervoer; de vrijstelling is dan gelijk aan de verplichte werkgeversbijdrage in de prijs van het abonnement (met uitsluiting van elke andere bijdrage van de werkgever in de kosten van het woon-werkverkeer dat op een andere manier wordt afgelegd dan met het gemeenschappelijk openbaar vervoer waarop een abonnement is genomen, indien de voormelde verplichte bijdrage al meer dan 5.000 Belgische frank bedraagt); |
| c) | de vrijstelling in kwestie wordt verhoogd tot de totale werkgeversbijdrage (dat wil zeggen de verplichte bijdrage in de prijs van het abonnement verhoogd met de vrijwillige bijdrage in dezelfde prijs) wanneer de verplichte werkgeversbijdrage lager is dan 10.000 Belgische frank (te indexeren bedrag). Die vrijstelling moet dan evenwel worden begrensd tot de prijs van het abonnement en met een maximumbedrag van 10.000 Belgische frank (te indexeren bedrag). |
Om die reden moet op de aangifte niet alleen het bedrag van de tussenkomst van de werkgever in de reiskosten tegenover de codes 254 of 304 worden ingevuld, maar moet in de codes 255 of 305 eveneens het bedrag van de vrijstelling waarop de belastingplichtige aanspraak maakt worden vermeld.
Wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte vergoedingen als terugbetaling van reiskosten tegenover de codes 254 of 304 van meer dan 5.000 Belgische frank heeft aangegeven, maar de codes 255 of 305 voor de vrijstelling niet heeft ingevuld, moet de aanslagambtenaar zoals gebruikelijk onderzoeken welk bedrag ter zake kan worden vrijgesteld. Indien de gegevens van de aangifte niet worden aangepast, zal het computerprogramma de inkohiering van de aanslag niet uitvoeren wegens onjuiste informatie.
Wanneer de terugbetaling van de reiskosten tegenover de codes 254 of 304 daarentegen niet meer dan 5.000 Belgische frank bedraagt en de codes 258 of 308 niet zijn ingevuld, heeft de belastingplichtige - in de voormelde omstandigheden - echter altijd recht op de vrijstelling van het in die codes vermelde bedrag. In dat geval verleent het computerprogramma die vrijstelling dan ook automatisch, zelfs wanneer er geen bedrag in de codes 255 of 305 voor de vrijstelling zou zijn ingevuld.
Bron: FisconetPlus
