Parlementaire vraag nr. 55040823C van de heer Dieter Vanbesien van 31.01.2024
Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2023-2024, CRIV 55 COM 1260 d.d. 31.01.2024, blz. 49
Het Belgische bankgeheim via volmachten
VRAAG (de heer Vanbesien)
Mijnheer de minister, de strijd tegen fiscale fraude is voor ons allemaal een grote prioriteit. Maar de restanten van het Belgische bankgeheim blijven daarbij een hinderpaal. Onze fiscale ambtenaren kunnen alleen inzicht krijgen in de bankrekeningen en de bedragen daarop, wanneer het gevoerde onderzoek een eventuele toepassing van artikel 341 uitwijst of indien er een of meerdere aanwijzingen zijn dat de persoon in kwestie fraudeert. Buitenlandse fiscale ambtenaren hebben van deze bewijslast geen of minder last. Op internationaal vlak worden jaarlijks bankgegevens uitgewisseld via de CRS-fiches, waaronder het saldo van de bankrekeningen. Deze info is dus onmiddellijk raadpleegbaar voor de controleur, terwijl de stand van Belgische bankrekeningen alleen maar geraadpleegd kan worden na het doorlopen van bepaalde procedures. Er is echter nog een ander fenomeen. In de praktijk kunnen fraudeurs hun sporen onzichtbaar maken voor de fiscus als zij een volmacht hebben op de rekening van iemand anders en die rekening gebruiken voor fraude. Indien de fiscus aanwijzingen kan aanvoeren voor fiscale fraude en alle rekeningen van een individu kan inzien, wordt in deze lijst geen rekening gehouden met de bankrekeningen waarop deze persoon een volmacht heeft. Moet een volgende regering de toegang van de fiscus tot de bankrekeningsaldi vergemakkelijken, in navolging van de buitenlandse praktijk? Kent u de problematiek van het misbruik van volmachten? Werkt u aan een oplossing daarvoor? Zou de fiscus inzicht moeten krijgen in de lijst van alle bankrekeningen die een persoon heeft geopend of waarop hij een volmacht heeft, als de fiscus aanwijzingen van fraude kan voorleggen? Zijn er andere manieren om aan dit probleem tegemoet te komen? Erkent u dat er in België nog steeds een vorm van bankgeheim bestaat door de drempel van die bewijslast?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
Mijn administratie heeft, in uitvoering van het regeerakkoord en in het kader van het eerste actieplan voor de fraudebestrijding, een studie opgemaakt betreffende datamining inzake bevragingen van het centrale aanspreekpunt. Dit werd in januari 2022 overgemaakt aan het College. Het Ministerieel Comité voor de strijd tegen fiscale en sociale fraude heeft daarvan kennisgenomen op 1 april 2022. De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft op 9 september 2022 echter een streng advies afgeleverd en stelt dat alle verwerkingen in het kader van datamining volledig voorzienbaar moeten zijn voor de belastingplichtige. De vraag van de Gegevensbeschermingsautoriteit naar volledige transparantie staat natuurlijk op gespannen voet met een basisprincipe van datamining waarbij een proces van continu wijzigende verwerkingen op basis van eerdere ervaringen primordiaal is. Voor bijzonder gevoelige gegevens, zoals gegevens in verband met financiële rekeningen en contracten opgenomen in het CAP dient nog een passende oplossing te worden gevonden. Het CAP bevat reeds informatie over de toekenning en intrekking van volmachten en de identiteit van de volmachtdragers. Indien aan de voorwaarden voor de toegang tot het CAP wordt voldaan, is deze informatie beschikbaar ten behoeve van een lopend onderzoek. De procedure om een bankonderzoek inzake inkomstenbelasting te voeren, is een getrapte procedure, waarin de fiscale administratie een bepaalde bewijslast draagt. Follow the money is van onmiskenbaar belang bij de aanpak van fraude maar ook bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Transparantie speelt daar een belangrijke rol in. Hier moet verder op worden ingezet, weliswaar met respect voor een zeker evenwicht met de private levenssfeer.
Dieter Vanbesien : Mijnheer de minister, we weten dat de strijd tegen fraude heel belangrijk is. Het verschil in bankgeheim tussen het saldo op een Belgische rekening en dat op een buitenlandse rekening, is en blijft volgens ons een anomalie. Trouwens, de problematiek van de privacy zou eigenlijk dezelfde moeten zijn voor binnenlandse als voor buitenlandse rekeningen. Ik begrijp dus niet goed dat de Gegevensbeschermingsautoriteit er wel een probleem van maakt voor binnenlandse rekeningen, maar ik ken hun advies niet. Dat moeten we misschien ooit eens bespreken. Ik blijf erbij dat we deze anomalie zullen moeten wegwerken. Ik begrijp dat de ontsnappingsroute via volmachten ergens in het vizier ligt. Dat zullen we dus ook verder opvolgen.
