Parlementaire vraag nr. 489 van de heer Lenssen van 24.10.2000

VRAAG 00/489

Vraag nr. 489 van de heer Lenssen dd. 24.10.2000


Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 80, blz. 9060-9061

Bull. nr. 820, pag. 2665

Vereffening en oprichting nieuwe vennootschap

VRAAG

Sommige vennootschappen hebben in de loop der jaren veel liquide middelen opgebouwd. De aandeelhouders hebben de winsten gereserveerd in hun vennootschap voor verdere uitbreiding en versteviging van de vennootschap.

Thans heeft de bedrijfsleider behoefte om over deze liquide middelen te beschikken. De reden hiervoor kan zich op verschillende domeinen situeren. De bedrijfsleider wil bijvoorbeeld zijn kinderen een handje toesteken of wil beleggingen in onroerend goed gaan doen, maar beschikt als privé-persoon niet over voldoende liquide middelen.

Een eerste mogelijkheid om deze liquide middelen over te brengen naar de bedrijfsleider is om een deel van de bestaande reserves uit te keren. Hierop dient in principe 25 % roerende voorheffing ingehouden te worden.

Een andere mogelijkheid bestaat erin om de bestaande vennootschap te ontbinden. De aandeelhouders zouden dan een nieuwe vennootschap kunnen oprichten. De nieuwe vennootschap zou de bestaande vaste activa aankopen tegen marktwaarde. De marktwaarde zal naar alle waarschijnlijkheid hoger zijn dan de boekwaarde, zodat er een belastbare meerwaarde zal ontstaan. Ook de cliënteel en andere immateriële vaste activa zullen verkocht worden aan de nieuwe vennootschap. Op deze realisatie zal de bestaande vennootschap uiteraard belastingen moeten afdragen. De liquidatiebonus zal daarna "belastingvrij" kunnen verdeeld worden aan de aandeelhouders.

De nieuwe vennootschap zal de overgenomen activa gaan afschrijven.

De meeste aandeelhouders zouden opteren voor de vereffening van de bestaande vennootschap en de oprichting van een nieuwe vennootschap. Uit inlichtingen blijkt dat de administratie soms geen bezwaar uit tegen deze werkwijze, terwijl zij in andere gevallen artikel 344, § 1, WIB 1992 inroept. De administratie zou de beschreven werkwijze als een "schijnvereffening " bestempelen. Hierdoor zou er geen sprake zijn van een uitkering van reserves en zou de roerende voorheffing moeten ingehouden worden.

Bestaat er een bezwaar tegen deze werkwijze van vereffening van een bestaande vennootschap en de oprichting van een nieuwe vennootschap?

ANTWOORD

Wanneer de administratie vaststelt dat een belastingplichtige verrichtingen heeft gerealiseerd die tot doel hebben belastingen of voorheffingen te ontwijken, onderzoekt zij of de gebruikte werkwijze conform de wetgeving is die zij moet toepassen.

Indien de fiscale situatie van de belastingplichtige moet worden gewijzigd, zal het door haar gebruikte bewijsmiddel afhankelijk zijn van de rechtsomstandigheden en de feitelijke omstandigheden eigen aan elk geval.