Parlementaire vraag nr. 475 van de heer de Clippele van 08.03.1993

VRAAG 93/475
Bull. nr. 730, pag. 2368
Controlemaatregel - Plicht van openbare diensten - Plicht van openbare inrichtingen - Plicht van openbare instellingen
Krachtens artikel 327, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kan een ambtenaar die belast is met de vestiging of de invordering van de belastingen, de bestuursdiensten van de Staat evenals openbare instellingen en inrichtingen aanzoeken hem/haar allerhande inlichtingen te verstrekken die hij/zij voor de vestiging of de invordering van de door de Staat geheven belastingen nodig acht. Aan die mogelijkheid die ambtenaren van het bestuur van de belastingen hebben om inlichtingen in te winnen bij andere besturen van het land, liggen de wetten van 28 oktober 1938 wordt verduidelijkt dat het verzoek om inlichtingen niet noodzakelijk betrekking hoeft te hebben op de specifieke toestand van een bepaalde belastingplichtige. Sommige gegevens, aldus de tekst van de voorbereidende werkzaamheden, moeten aan het bestuur worden overgelegd in de vorm van lijsten of in enigerlei andere vorm. Wel wordt duidelijk gesteld dat het niet de bedoeling is van die bepaling het systematisch uitpluizen van de dossiers in de administratieve diensten mogelijk te maken. Van die bepaling dient een gematigd en oordeelkundig gebruik te worden gemaakt.
In een richtlijn van het ministerie van Financiën wordt elk lid van de regering verzocht van iedere openbare instelling of inrichting die onder zijn bevoegdheid ressorteert, te eisen dat ze de Administratie van de directe belastingen een reeks inlichtingen verstrekt, waaronder:
1. naam en adres van aannemers of leveranciers en het bedrag van de aanbestedingen waarvan het totaal van de uitbetaalde sommen meer dan 100.000 Belgische frank bedraagt;
2. naam en adres van de verhuurder wanneer goederen aan een bestuur of een openbare instelling of inrichting worden verhuurd;
3. de toegekende steun, subsidie, enzovoort, wanneer het bedrag hoger ligt dan 25.000 Belgische frank per begunstigde;
4. naam en adres van de begunstigden en het bedrag van de commissielonen, makelaarslonen, honoraria, enzovoort, wanneer het bedrag hoger ligt dan 5.000 Belgische frank.
De inlichtingen die de Administratie van de directe belastingen op die manier verkrijgt, zullen inderdaad niet zijn ingewonnen op grond van een verzoek van een ambtenaar belast met de vestiging of de invordering van de belastingen. Uit de omvang van de informatie die de openbare instellingen en inrichtingen moeten doorgeven, blijkt bovendien hoe systematisch dat verzoek wel is, en hoe groot het gebrek aan onderscheidingsvermogen in de keuze van de gevraagde inlichtingen.
Is die richtlijn conform artikel 327, § 1, van het WIB 92?
ANTWOORD
Bij brief van 23 november 1992, heb ik mijn collega's van de nationale regering en van de gemeenschaps- en gewestexecutieven verzocht:
  • alle administratieve diensten, openbare instellingen en inrichtingen die aan hun controle zijn onderworpen of die tot hun departement behoren, te herinneren aan de bepalingen van, eensdeels artikel 327, § 1, 1ste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende de verplichting tot mededeling van inlichtingen waarover zij beschikken en van, andersdeels, artikel 329 van hetzelfde wetboek betreffende het begrip openbare dienst of instelling;
  • jaarlijks aan de Administratie der directe belastingen bepaalde inlichtingen te doen verstrekken door voornoemde administratieve diensten, openbare instellingen en inrichtingen.
De door het voormelde artikel 327, § 1, 1ste lid, verleende rechten kunnen worden uitgeoefend door een ambtenaar belast met de vestiging of de invordering van de belasting. Zulks belet uiteraard niet dat de administratie en de minister, onder wiens gezag de voornoemde ambtenaar handelt, zelf gebruik maken van de rechten waarover het gaat.
De administratieve diensten zijn in het bezit van talrijke inlichtingen die het mogelijk maken het bestaan van belastbare materie op te sporen. Het spreekt vanzelf dat dergelijke documentatie, onder de vorm van lijsten of anderszins, aan de belastingadministratie moet kunnen worden meegedeeld (Kamer, zitting 1937-1938, Gedr. stuk nr. 236). De administratieve aanbestedingen van leveringen en werken zijn overigens slechts als voorbeeld vermeld (ibidem).
Rekening houdend met wat voorafgaat, kan ik de vraag van het geacht lid bevestigend beantwoorden.