Parlementaire vraag nr. 547 van de heer de Clippele van 03.05.1993
VRAAG 93/547
Vraag nr. 547 van de heer de Clippele dd. 03.05.1993
Bull. nr. 731, blz. 2879
Bericht van wijziging - Antwoordtermijn - Verlenging van de antwoordtermijn - Verificatie van de aangifte
VRAAG
Wettelijke termijnen zijn meestal betrekkelijk kort. De BTW erkent de wettelijkheid van een vakantieperiode : zij biedt de mogelijkheid de aangiften van de vakantieperioden met een maand vertraging in te dienen, zonder enige sanctie.
Veel minder loyaal zijn de directe belastingen, want voor hen zijn termijnen veel enger, en zij tolereren geenszins dat de boekhouders vakantie zouden nemen.
Bestaan er richtlijnen dat berichten van wijziging met veel voorzichtigheid moeten worden verzonden in de vakantiemaanden, waardoor bijvoorbeeld voor berichten van wijziging verzonden in de vakantiemaanden (behoudens dreigende rechten van de Schatkist) een (verlengde) termijn van 60 dagen zou gelden om erop te antwoorden ?
ANTWOORD
Er bestaan geen richtlijnen als bedoeld door het geacht lid. De antwoordtermijn van een bericht van wijziging kan overeenkomstig artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 evenwel wegens wettige redenen worden verlengd.
De ambtenaren moeten in geweten, met ruim inzicht en met inachtneming van de overgelegde bewijsstukken of uitleggingen, de gegrondheid beoordelen van de redenen die worden aangevoerd door een belastingplichtige die een verlenging vraagt van de termijn.
Over het algemeen en in de mate als aanneembaar erkend in elk afzonderlijk geval, mogen ter zake als wettige redenen worden beschouwd het feit dat er materieel meer dan een maand nodig is om de opmerkingen als antwoord op het bericht van wijziging met bewijsstukken te staven, de ernstige ziekte of de langdurige afwezigheid van de belastingplichtige, alsmede elke omstandigheid van overmacht.
In geval van weigering om de antwoordtermijn te verlengen moet de aan de belastingplichtige mee te delen beslissing verwijzen naar artikel 346, 3de lid, van het voormeld wetboek en de redenen vermelden waarom de in de vraag om verlenging aangehaalde motieven niet kunnen worden aangemerkt als wettige redenen in de zin van wat voorafgaat.
Vraag nr. 547 van de heer de Clippele dd. 03.05.1993
Bull. nr. 731, blz. 2879
Bericht van wijziging - Antwoordtermijn - Verlenging van de antwoordtermijn - Verificatie van de aangifte
VRAAG
Wettelijke termijnen zijn meestal betrekkelijk kort. De BTW erkent de wettelijkheid van een vakantieperiode : zij biedt de mogelijkheid de aangiften van de vakantieperioden met een maand vertraging in te dienen, zonder enige sanctie.
Veel minder loyaal zijn de directe belastingen, want voor hen zijn termijnen veel enger, en zij tolereren geenszins dat de boekhouders vakantie zouden nemen.
Bestaan er richtlijnen dat berichten van wijziging met veel voorzichtigheid moeten worden verzonden in de vakantiemaanden, waardoor bijvoorbeeld voor berichten van wijziging verzonden in de vakantiemaanden (behoudens dreigende rechten van de Schatkist) een (verlengde) termijn van 60 dagen zou gelden om erop te antwoorden ?
ANTWOORD
Er bestaan geen richtlijnen als bedoeld door het geacht lid. De antwoordtermijn van een bericht van wijziging kan overeenkomstig artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 evenwel wegens wettige redenen worden verlengd.
De ambtenaren moeten in geweten, met ruim inzicht en met inachtneming van de overgelegde bewijsstukken of uitleggingen, de gegrondheid beoordelen van de redenen die worden aangevoerd door een belastingplichtige die een verlenging vraagt van de termijn.
Over het algemeen en in de mate als aanneembaar erkend in elk afzonderlijk geval, mogen ter zake als wettige redenen worden beschouwd het feit dat er materieel meer dan een maand nodig is om de opmerkingen als antwoord op het bericht van wijziging met bewijsstukken te staven, de ernstige ziekte of de langdurige afwezigheid van de belastingplichtige, alsmede elke omstandigheid van overmacht.
In geval van weigering om de antwoordtermijn te verlengen moet de aan de belastingplichtige mee te delen beslissing verwijzen naar artikel 346, 3de lid, van het voormeld wetboek en de redenen vermelden waarom de in de vraag om verlenging aangehaalde motieven niet kunnen worden aangemerkt als wettige redenen in de zin van wat voorafgaat.
Bron: FisconetPlus
