Parlementaire vraag nr. 74 van de heer Dieter Vanbesien van 12.11.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/032 d.d. 21.12.2020, blz. 323
Betalingen aan belastingparadijzen.
VRAAG (van de heer Vanbesien)
In mijn schriftelijke vraag nr. 332 van 28 april 2020 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2019-2020, nr. 19) over betalingen aan belastingparadijzen, bevroeg ik uw voorganger over het feit dat geldoverdrachten uitgevoerd door de in België gevestigde kredietinstellingen bedoeld in de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, naar aanleiding van de betalingsopdrachten gegeven door hun rekeninghouders, in hoofde van deze kredietinstellingen niet worden geviseerd door artikel 307, § 1/2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB).
Dit artikel zegt dat bepaalde belastingplichtigen de verplichting hebben om ter gelegenheid van het indienen van de jaarlijkse belastingaangifte aangifte te doen van betalingen van minstens 100.000 euro die tijdens het belastbaar tijdperk rechtstreeks of onrechtstreeks werden gedaan aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een staat zonder belasting of met een zeer lage belasting, hetzij in een staat die door het Mondiaal Forum werd aangemerkt als weinig coöperatief bij het uitwisselen van fiscale gegevens, net zoals de betalingen aan buitenlandse vennootschappen bedoeld in artikel 261, vierde lid WIB 92 niet worden geviseerd in hoofde van kredietinstellingen, van erkende en in België gevestigde beursvennootschappen, verrekenings- en vereffeningsinstellingen, voor zover deze instellingen de betaling uitsluitend als tussenpersoon uitvoeren.
Ik stelde uw voorganger toen de vraag of het niet beter zou zijn om de voornoemde betalingen ook te viseren, om een vollediger beeld te krijgen en eventueel "dubbele" aangiftes die zowel door rekeninghouders en opdrachtgevers enerzijds, als door de uitvoerende kredietinstellingen, beursvennootschappen, verrekenings- en vereffeningsinstellingen anderzijds zijn aangegeven te gebruiken om de correctheid van de verkregen informatie te controleren. Uw voorganger deelde toen mee dat hij zij administratie had gevraagd om het nut en de gevolgen van een dergelijke maatregel te onderzoeken met het oog op een eventuele wetswijziging.
1. Wat is de stand van dit onderzoek naar het nut en de gevolgen van een dergelijke maatregel? Wanneer is het begonnen en is het reeds afgerond? Zo neen, wanneer verwacht u dat dit zal afgerond zijn?
2. Indien het onderzoek reeds is afgerond, wat zijn de resultaten? Indien niet, in welke richting wijzen de voorlopige resultaten?
3. Indien het onderzoek reeds is afgerond, bereidt u een wetswijziging voor?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Onder rubriek 3.2.1. van de circulaire AAFisc nr. 64- 2010 van 30 november 2010, achtereenvolgens aangepast door de circulaires van 28 juli 2011 en 22 november 2012, worden kredietinstellingen, financiële onderneming en betalingsinstellingen uitgesloten van de aangifteplicht voor betalingen die zij doen naar aanleiding van de betalingsopdrachten gegeven door hun rekeninghouders.
Eveneens worden betalingen aan bepaalde buitenlandse vennootschappen (uit de financiële sector) uitgesloten wanneer die gedaan worden als tussenpersoon door kredietinstellingen, erkende en in België gevestigde beursvennootschappen, verrekenings- en vereffeningsinstellingen, financiële ondernemingen en betalingsinstellingen.
Het voorstel om betalingen die voor rekening van derden werden gedaan onder de aangifteplicht te brengen, vereist dus een wetswijziging.
Ik wijs erop dat dergelijke wetswijziging, die ertoe zal leiden dat bepaalde transacties dubbel zullen worden aangegeven, nooit tot gevolg zal hebben dat álle door de wet bedoelde verrichtingen dubbel zullen worden aangegeven. Indirecte betalingen, betalingen in natura en betalingen zonder tussenkomst van een derde worden weliswaar door de wet beoogd, maar zullen niet zichtbaar worden als gevolg van de wetswijziging. Tegelijkertijd verhoogt het voorstel tevens de administratieve lasten voor de derden die hierdoor aangifteplichtig zullen worden.
Niettemin, mocht blijken dat er een opmerkelijk verschil zou bestaan tussen enerzijds de bedragen die zouden moeten worden aangegeven, en anderzijds de bedragen die daadwerkelijk worden aangegeven kan deze bijkomende administratieve last gerechtvaardigd en proportioneel zijn.
Mijn administratie beschikt echter niet over de nodige gegevens om dergelijke vergelijking te maken. De Nationale Bank van België (NBB) beschikt mogelijks wel over de nodige gegevens. Mijn administratie is in gesprek met de Nationale Bank om te onderzoeken of dergelijk vergelijkend overzicht mogelijk is.
