Parlementaire vraag nr. 7039 van de heer Verherstraeten van 30.04.2002

VRAAG 02/7039
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 734, blz. 10-11
Bull. nr. 834, pag. 457-459
Jaar van overlijden - Gemeenschappelijke of afzonderlijke aanslag
VRAAG
Vanaf aanslagjaar 2002 heeft een weduwe of weduwnaar krachtens artikel 126, §3 WIB92 in het jaar van overlijden van zijn of haar echtgenoot of echtgenote de keuze om als gehuwde of als alleenstaande belast te worden. De keuze wordt uitgeoefend door aankruising in vak II - persoonlijke gegevens - van de aangifte. Niet iedereen is echter, gezien de moeilijke wetgeving, in staat om zelf te berekenen wat in zijn situatie het voordeligste is.
Hoe wil de minister voorkomen dat de keuzemogelijkheid in het nadeel werkt van mensen met onvoldoende kennis van fiscale wetgeving? Kan de minister er niet via een richtlijn voor zorgen dat de administratie automatisch de voor de belastingplichtige meest voordelige taxatie toepast?
ANTWOORD (van de heer Reynders, Minister van Financiën)
In de regel worden gehuwden voor het jaar van overlijden van een van de echtgenoten als alleenstaanden beschouwd en worden twee aanslagen gevestigd: één op naam van de overlevende echtgenoot en één op naam van de nalatenschap van de overledene. Vanaf aanslagjaar 2002 kan van die regel worden afgeweken door de vestiging van een gemeenschappelijke aanslag.
De administratie kan onmogelijk een zogenaamde 'meest voordelige keuze' toepassen. Het individueel belang van de langstlevende echtgenoot loopt immers niet steeds parallel met dat van de overige erfgenamen. De overlevende echtgenoot kan zich echter bevragen bij zijn taxatiedienst teneinde een weloverwogen keuze te maken. Ik ben eerder voorstander van zo'n soepele oplossing, dan van het opstellen van een circulaire.