Parlementaire vraag nr. 485 van de heer Daniel Ducarme van 10.03.2010
Parlementaire vraag nr. 485 van de heer Daniel Ducarme dd. 10.03.2010
Vennootschapsbelasting
Fiscaal paradijs
Uitwisseling van inlichtingen
VRAAG
Volgens een besluit waarop het Franse persbureau AFP op 15 februari 2010 de hand kon leggen, heeft Frankrijk zijn eigen "zwarte lijst" van belastingparadijzen goedgekeurd. Franse bedrijven die in een van de 18 landen op die lijst gevestigd zijn, zullen op die manier zwaarder belast kunnen worden. Het gaat om de niet-EU-landen die vermeld staan op de lijst van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). Niet op de Franse lijst staan de landen waarmee Frankrijk reeds een overeenkomst gesloten heeft met het oog op de uitwisseling van fiscale gegevens, ook al hebben die landen de twaalf verdragen op grond waarvan een land van de "grijze" OESO-lijst van belastingparadijzen kan worden geschrapt, nog niet ondertekend. De Caraïben zijn daarbij ruim vertegenwoordigd (met zeven landen), net als Centraal-Amerika, met onder meer Costa Rica en Panama. Ook het sultanaat Brunei, de Filipijnen en Liberia worden genoemd.
Denkt de regering net als Frankrijk een eigen "zwarte lijst" op te stellen, om Belgische bedrijven die in dergelijke landen gevestigd zijn, zwaarder te belasten, of acht ons land de maatregelen die op het Europese niveau en door de G20 genomen werden, voldoende?
ANTWOORD (van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)
In de lijn van de beslissingen van de G20 en van de werkzaamheden van de OESO heeft Frankrijk een lijst gepubliceerd met landen die niet meewerken op het vlak van uitwisseling van bankgegevens. Het is goed om weten dat de landen die met Frankrijk een akkoord inzake de uitwisseling van inlichtingen ondertekend hebben niet in die lijst opgenomen zijn, hetgeen het geachte lid trouwens benadrukt. Een soortgelijke aanpak werd in België gevolgd in het kader van artikel 307, § 1, dat in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 werd ingevoerd door artikel 134 van de programmawet van 23 december 2009. Die bepaling verschilt evenwel in zoverre van het Franse stelsel, dat ze tot doel heeft om de vennootschappen die belastbaar zijn in België te verplichten om afzonderlijk aangifte te doen van hun betalingsverrichtingen met personen die gevestigd zijn in landen zonder of met een lage belasting. De aldus verkregen aangifte zal een doeltreffender toezicht op de legitimiteit van de betalingsverrichtingen naar belastingparadijzen mogelijk maken. Het niet aangeven van die betalingen zal worden bestraft met de niet-aftrekbaarheid van de betalingen die niet afzonderlijk werden aangegeven wanneer die betalingen voor het overige in aanmerking komen om aftrekbare uitgaven te zijn. De lijst met landen zonder of met een lage belasting zal binnenkort worden gepubliceerd in de vorm van een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.
