Parlementaire vraag nr. 101 van de heer Dirk Van der Maelen van 16.01.2012
Parlementaire vraag nr. 101 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 16.01.2012
Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 53 van 20.02.2012, blz. 590
Personenbelasting
Aangifte in de PB
Aangifte van buitenlandse financiële rekeningen
Aanslagjaar 2008
Aanslagjaar 2009
Aanslagjaar 2010
VRAAG
Artikel 307, §1, tweede lid, WIB 1992 bepaalt: "De jaarlijkse aangifte in de personenbelasting moet het bestaan vermelden van rekeningen van elke aard waarvan de belastingplichtige, zijn echtgenoot, alsmede de kinderen waarvan overeenkomstig artikel 126, §4, de inkomsten bij die van de ouders worden gevoegd, op enigerlei ogenblik tijdens het belastbaar tijdperk, titularis zijn geweest bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling en het land of de landen waar die rekeningen geopend zijn geweest. Het formulier van aangifte in de personenbelasting bevat de daartoe voorziene rubrieken.". De verplichting om op de belastingsaangifte het bestaan van een buitenlandse rekening aan te duiden, bestaat sinds 1997. Wat is het aantal aangiften voor de aanslagjaren 2008, 2009 en 2010, waarin, met toepassing van het artikel 307, §1, tweede lid, WIB 1992, het bestaan van buitenlandse rekeningen werd opgegeven?
ANTWOORD (van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
De door het geachte lid gevraagde gegevens worden voorgesteld in de onderstaande tabel.
Tabel 1
| Aanslagjaar | Aantal keer dat het bestaan van een buitenlandse |
| 2008 | 117 656 |
| 2009 | 108 884 |
| 2010 | 86 477 |
