Parlementaire vraag nr. 180 van de heer Dirk Vijnck d.d.14.01.2009

Vragen en Antwoorden, kamer2008-2009, nr. 64 d.d. 08.06.2009, blz. 117

De onschendbaarheid van woningen - Departement - Aangestelden - Inbreuken

VRAAG

Volgens de Grondwet is de woning onschendbaar.

Ik verneem nochtans dat er een toenemend aantal incidenten zijn waarbij aangestelden van uw departement onrechtmatige toegang vorderen tot particuliere woonhuizen en bewoonde ruimtes.

1. Welke wettelijke regels beheersen de toegang tot particuliere woonhuizen en bewoonde ruimtes door aangestelden van de overheid?

2. Wat zijn de instructies ter zake aan de aangestelden van uw departement?

3. Welke sancties zijn bepaald bij inbreuken op voormelde instructies/ wettelijke regels?

4. Brengt u inbreuken op voormelde instructies/wettelijke regels ter kennis van de gerechtelijke autoriteiten?

ANTWOORD (van de minister van Financiën van 02.06.2009)

Directe belastingen en BTW

Vragen 1 tot 4

Overeenkomstig artikel 319, 2e lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en artikel 63, 3e lid van het Btw-Wetboek kan de administratie haar recht van toegang tot particuliere woningen of bewoonde lokalen, tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, in principe enkel laten gelden met machtiging van de rechter in de politierechtbanken.

Op het vlak van de inkomstenbelastingen, zijn richtlijnen terzake opgenomen in de Commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Inzake btw zijn gelijkaardige richtlijnen opgenomen in de Btw-Commentaar en in interne instructies.

In het arrest van 11 maart 2008 oordeelde het Hof van Cassatie evenwel dat artikel 319, tweede lid, in fine, WIB 92, niet belet dat een ambtenaar van de administratie der directe belastingen die geen houder is van een machtiging van de politierechter, met het oog op een fiscale visitatie toegang heeft tot een particuliere woning wanneer dit met de toestemming van de bewoner geschiedt.

Ambtenaren die bewust de wet verkeerd toepassen ten overstaan van belastingplichtigen stellen zich bloot aan tuchtmaatregelen.

Douane en Accijnzen

Vraag 1

Wat de toegang tot particuliere woningen door ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen betreft moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de woning is gelegen binnen of buiten de tolkring.

Krachtens artikel 167 van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen (A.W.D.A.) beslaat de tolkring een strook langs de zeekust die zich uitstrekt over een afstand van 5 kilometer in de richting van het binnenland vanaf de laagwaterlijn en het grondgebied van de zeehavens en luchthavens evenals een zone buiten dat grondgebied over een breedte van 250 m vanaf de grens van dat grondgebied.

Is de woning gelegen binnen de tolkring dan gelden de wettelijke regels zoals voorzien in de artikelen 173 tot en met 175 A.W.D.A.

Artikel 173 A.W.D.A.:

"§ 1. In de tolkring zijn de ambtenaren bevoegd onderzoek te doen in alle huizen en panden, waar zij de aanwezigheid van verboden magazijnen of opslagplaatsen vermoeden.

§ 2. Dit onderzoek kan niet geschieden dan tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds en met assistentie van een ambtenaar van het gemeentebestuur of een overheidsambtenaar, daartoe aangesteld door de burgemeester, op risico van de ambtenaren en op hun schriftelijke aanvraag.

§ 3. Voor zover de lagere ambtenaren der administratie niet van een hunner meerderen, tenminste gelijke rang hebbende als de ontvangers, vergezeld zijn, zullen de visitaties niet mogen plaats hebben dan op schriftelijke machtiging van de naastbij zijnde ontvanger of van een andere hogere ambtenaar, welke zal zorgen dat dezelve niet nodeloos worden vermenigvuldigd of de ingezetenen aan plagerij blootgesteld; de ambtenaren zijn bijzonder verantwoordelijk voor de schaden en nadelen, welke zij bij zodanige gelegenheid aan de ingezetenen hebben toegebracht".

Artikel 174 A.W.D.A.

"De in artikel 173 vermelde assistentie en machtiging zijn niet vereist voor de dadelijke visitatie van in de tolkring gelegen huizen, schuren of andere voor afsluiting vatbare plaatsen, waar goederen werden binnengebracht of opgenomen die aan het onderzoek van de ambtenaren werden onttrokken terwijl deze die goederen aan het volgen waren.

Die goederen worden, tot het bewijs van het tegendeel geleverd is, vermoed een opslag van gesmokkelde goederen te vormen waarop het in artikel 171 gestelde verbod toepasselijk is".

Artikel 175 A.W.D.A.:

"Bij uitbreiding van het bepaalde in artikel 174 en met wijziging aan artikel 197, en onverminderd het bij artikel 224 toegekend recht van aanhaling, mogen de ambtenaren, voorzien van hun aanstellingsbewijs, in het binnenland inbeslagnemingen verrichten, wanneer ze de smokkel van in de tolkring zonder onderbreking hebben gevolgd, en zulks met dezelfde uitwerking alsof de aanhaling binnen de tolkring ware verricht.

Zij zullen het recht hebben zonder om 't even welke machtiging of bijstand binnen te gaan in de woning, waar ze de aldus gevolgde goederen hebben zien binnenbrengen".

Is de woning gelegen buiten de tolkring dan gelden de wettelijke regels zoals voorzien in de artikelen 197 en 198 A.W.D.A.

Artikel 197 A.W.D.A.:

"Met uitzondering van tolkring, en der gevallen, voorzien ij artikel 174, zullen er geen visitaties in huizen, erven en panden van particulieren mogen plaats hebben, dan alleen tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, en met machtiging van de rechter in de politierechtbank van het kanton, waarin het te doorzoeken pand of erf gelegen is; die magistraat zal zelf medegaan of zijn griffier, of een ander overheidsambtenaar belasten om de ambtenaar bij de visitatie te vergezellen".

Artikel 198 A.W.D.A. :

Article 198 L.G.D.A. :

"§ 1. De aanvraag tot assistentie zal te allen tijde schriftelijk moeten geschieden, met uitdrukking van de tijd wanneer, de plaats alwaar, en de naam van de persoon bij wie de visitatie zal gedaan worden.

§ 2. Wanneer voormelde assistentie door het gemeentebestuur moet worden verleend, zal zij te allen tijde, op risico van de ambtenaren, worden gegeven.

§ 3. In die gevallen dat de machtiging van de rechter in de politierechtbank wordt vereist, zal de schriftelijke aanvraag door een ambtenaar met ten minste de graad van controleur moeten gedaan worden, doch daarentegen door de rechter in de politierechtbank niet worden geweigerd, tenzij op gegronde vermoedens dat zij zonder genoegzame redenen mocht worden gevorderd".

Vraag 2

De praktische richtlijnen in verband met de huisvisitatie voor de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen zijn opgenomen in de "Leidraad inzake geschillen betreffende douane en accijnzen" van 1992.

De instructies gaan uit van het principe van de onschendbaarheid van de private woning zoals voorzien in de Grondwet en bevatten een toelichting op de wettelijke voorwaarden van de huisvisitatie.

Daarnaast hebben de instructies betrekking op het verloop van de huisvisitatie en op de daarbij door de ambtenaren te volgen richtlijnen.

Bij toepassing van artikel 176 A.W.D.A. moeten de ambtenaren proces-verbaal opmaken van elke krachtens de artikelen 173 tot en met 175 A.W.D.A. uitgevoerde visitatie waarin de redenen en omstandigheden die tot de huisvisitatie aanleiding gaven worden vermeld alsook het feit of de visitatie aanleiding heeft gegeven tot inbeslagneming of tot bekeuring.

Aan de bewoner van de woning wordt een afschrift van dit proces-verbaal bezorgd.

Het proces-verbaal van huisvisitatie moet het de rechter nadien mogelijk maken om na te gaan of de huiszoeking wettelijk was, of alle vereiste wettelijke en administratieve formaliteiten werden vervuld en of de daarmee verband houdende vaststellingen rechtsgeldig zijn.

Vraag 3

De voorwaarden waarin volgens de wet een huisvisitatie moet gebeuren dienen strikt te worden toegepast.

Bij niet naleving van de wettelijke bepalingen is de visitatie onwettelijk en zijn de ermee verband houdende bevindingen nietig aangezien de onwettelijke handeling van de overheid geen uitwerking kan hebben tegen hem die er het slachtoffer van is.

Vraag 4

Indien niet naleving van de wettelijke bepalingen strafrechtelijk vervolgbare handelingen uitmaken, is de Administratie der douane en accijnzen wettelijk verplicht die feiten aan de Procureur des Konings te melden. Inbreuken op administratieve instructies kunnen het voorwerp uitmaken van tuchtrechtelijke sancties.

Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

Het geachte lid zinspeelt op volgend artikel van de grondwet:

"Art. 15. De woning is onschendbaar; geen huiszoeking kan plaatshebben dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft."

Vraag 1

De toegang wordt geregeld in het Wetboek van de inkomstenbelastingen dat stelt:

Artikel 476

Op voorwaarde dat zij van hun aanstellingsbewijs voorzien zijn, hebben de personeelsleden van het kadaster het recht, alleen of vergezeld van het personeel dat hen bijstaat in hun verrichtingen of van de afgevaardigde aangeduid door de burgemeester, zich tussen 8 en 18 uur in de gebouwen en eender welke onroerende goederen te begeven, ten einde er de verrichtingen van opmeting, van verkenning van grensscheidingen en van raming uit te voeren.

Zo hun de toegang tot het eigendom wordt geweigerd, mogen zij er slechts binnendringen met de bijstand van de burgemeester, van de politiecommissaris, van de brigadecommandant van de rijkswacht of van hun gelastigde.

Vraag 2

In de instructie van 8.12.1997, nr. K.X./85.194, worden de regels aangehaald waaraan de ambtenaren van het kadaster zich dienen te houden tijdens hun terreinwerkzaamheden.

"Het is niet mogelijk inzake deze materie voor het gehele Rijk strikte regels voor te schrijven en het hoort de lokale diensthoofden een houding aan te nemen die strookt met de plaatselijke omstandigheden en de uit te voeren werken....

en niet beperkende lijst:

- op een duidelijke manier het aanstellingsbewijs dragen tijdens de terreinwerken;

- de gemeentelijke administratie en de politie informeren omtrent de opmetingsverrichtingen (voor de belangrijke werken);

- de belastingplichtige informeren omtrent het toekomstig bezoek van de beambte van het Kadaster (...);

- aan de (...) politie een lijst van de kadasterbeambten bezorgen die belast zijn met de terreinwerken;

- in alle omstandigheden een hoffelijke houding aannemen en zich met de grootste beleefdheid tot het publiek richten...

Vraag 3

Er zijn geen sancties bepaald bij inbreuken op voormeld artikel 476 van het WIB.

Vraag 4

Gelet op de bepalingen van voormeld artikel 476 en de geformuleerde aanbevelingen bestaat er geen aanleiding om de gerechtelijke autoriteiten op de hoogte te brengen.