Parlementaire vraag nr. 866 van de heer de Clippele van 06.11.2000
VRAAG 00/866
Bull. nr. 826, pag. 1464-1466
Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-32, blz. 1581-1582
Opvoedingsuitkering buitenlandse kas
VRAAG
In Duitsland hebben jonge moeders recht op een opvoedingsuitkering gedurende twee jaar na de geboorte van het kind op voorwaarde dat zij dan geen arbeid verrichten. Ook indien de Duitse moeder voordien niet heeft gewerkt, kan ze nog aanspraak maken op dit "Erziehungsgeld".
Ook Belgische vrouwen die in Duitsland hebben gewerkt, komen bij de geboorte van hun kind in aanmerking voor deze uitkering. Wat echter de inkomstenbelastingen betreft en naargelang van de gewesten, lopen de meningen van de verschillende belastingdiensten inzake de belastbaarheid zo sterk uiteen dat het zelfs tot tegenstrijdige uitspraken is gekomen bij geschillen.
Duitsers hoeven deze uitkering niet op te nemen in hun belastingaangifte. Sommigen zijn daarom van oordeel dat ze dan ook in geen geval belastbaar is in België. Zo houdt men geen rekening met de belangrijkste verschilpunten tussen het Duitse belastingstelsel en de Belgische tegenhanger.
Aangezien we hier te maken hebben met een uitkering betaald door een nationale kas, kan Duitsland belasting heffen volgens artikel 19, § 3, van de overeenkomst tussen België en Duitsland tot voorkoming van dubbele belasting. Volgens artikel 23, § 2, 1°, van dezelfde overeenkomst kan ons land deze uitkeringen in aanmerking nemen bij het bepalen van het belastingtarief.
Een Belgische vrouw kan alleen dan aanspraak maken op deze uitkering ten laste van het Duitse sociale stelsel wanneer zij in Duitsland heeft gewerkt. Bijgevolg vormt deze bijslag een vervangingsinkomen, dat gelijkstaat met de vergoeding inzake loopbaanonderbreking in België. Artikel 155 van het WIB 1992 is bijgevolg van toepassing.
Kunt u mijn zienswijze delen?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 19, (3), van de Overeenkomst gesloten op 11 april 1967 tussen België en Duitsland tot voorkoming van dubbele belasting, zijn de uitkeringen tot uitvoering van de Duitse sociale wetgeving betaald door de Duitse Staat zelf, door een van haar staatkundige onderdelen of door een rechtspersoon naar publiek recht daarvan, uitsluitend in Duitsland belastbaar.
In zover de voordelen gestort als "Erziehungsgeld" aan de moeders die woonachtig zijn in België kunnen worden gerangschikt in deze inkomstencategorie kan ik mij aansluiten bij de zienswijze van het geachte lid dat deze uitkeringen vrij te stellen zijn van Belgische inkomstenbelastingen.
Deze vrijstelling beperkt evenwel het recht niet van België om, overeenkomstig het artikel 23, (2), 1°, van de voormelde overeenkomst en van artikel 155 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, deze uitkeringen in aanmerking te nemen om het tarief van de belasting te bepalen dat van toepassing is op de eventuele andere inkomsten van de genieters.
Indien, zoals dit het geval blijkt te zijn, die uitkeringen van dezelfde aard zijn als die die in geval van loopbaanonderbreking in België aan werknemers worden toegekend, zullen zij dus als vergoedingen verkregen tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen in aanmerking worden genomen, om de door de verkrijgers in België verschuldigde belasting te bepalen. Overeenkomstig artikel 155 van voormeld wetboek zal die belasting evenwel evenredig worden verminderd naar de verhouding tussen de inkomsten die zijn vrijgesteld en het geheel van de inkomsten.
Bron: FisconetPlus
