Parlementaire vraag nr. 394 van mevrouw Pieters van 18.05.2004

VRAAG 04/394

Vraag nr. 394 van mevrouw Pieters dd. 18.05.2004


Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 45, blz. 6892-6893

Ambtshalve aanslag - Bericht van wijziging - Antwoordtermijn - Rechten van de Schatkist in gevaar

VRAAG

Wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen mag overeenkomstig de wettelijke bepalingen van artikel 351, derde lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 de (aanvullende) ambtshalve aanslag in de personenbelasting of in de vennootschapsbelasting blijkbaar onmiddellijk worden gevestigd.

Luidens de onderrichtingen vervat onder het nummer 351/35 van het administratief commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 moet de onderzoekende taxatieambtenaar voorafgaandelijk een gemotiveerde kennisgeving van aanslag van ambtswege nr. 297 E 2 verzenden. Terzake rijzen in de praktijk daarbij echter wel volgende vragen.

1.

a) In al welke gevallen is er volgens de belastingadministraties en volgens een constante rechtspraak sprake van gevaar voor de rechten van de Schatkist?

b) Dient er daarbij al dan niet reeds terzelfder tijd een kennisgeving nr. 279T te worden verstuurd overeenkomstig de wettelijke bepalingen van artikel 352bis, WIB 1992?

2. Kan u, uw huidige algemene ziens- en handelwijze meedelen in het licht van voornoemde wettelijke bepalingen en administratieve procedures, in het kader van een klantvriendelijk en performant fiscaal bestuur en in het licht van alle beginselen van behoorlijk bestuur?

ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 30.08.2004)

De rechten van de Schatkist kunnen in gevaar verkeren wanneer uit feitelijke gegevens blijkt dat de betaling van de belastingen in gevaar komt door oorzaken te wijten aan de belastingplichtige zoals wankel krediet, staking van betaling, of een nakend vertrek naar het buitenland. Dit kan eveneens het geval zijn bij het bestaan van een gerechtelijk akkoord of een faillissement, of van diverse gegevens waaruit blijkt dat de belastingplichtige zich onvermogend maakt. Het is niet mogelijk hiervoor vaste regels voorop te stellen, wat eveneens blijkt uit de rechtspraak.

Het feit dat de rechten van de Schatkist in gevaar zijn wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen, is een in artikel 351, derde lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), uitdrukkelijk voorziene uitzondering van de antwoordtermijn van één maand van de belastingplichtige en van het verbod de aanslag te vestigen voor het verstrijken van deze termijn en bijgevolg ook, bij gebrek aan antwoord van de belastingplichtige, van het wederantwoord van de administratie overeenkomstig artikel 352bis, WIB 1992. De aard van de uitzonderingssituatie zelf noopt tot een onmiddellijke aanslag. In dergelijke situatie blijven de rechten van bezwaar of beroep van de belastingplichtige behouden.