Parlementaire vraag nr. 492 van de heer Vandenhove van 31.10.2000
VRAAG 00/492
Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 62, blz. 6999-7000
Bull. nr. 817, pag. 1625-1626
Onderhoudsuitkeringen - Kinderen
VRAAG
Het alimentatiegeld van de alleenstaande ouders met kinderen wordt bij het bruto belastbaar inkomen gevoegd. Hierdoor komen deze personen in een hogere belastingschijf en moeten er vaak achteraf belastingen worden bijbetaald.
Is het mogelijk om een regeling uit te werken zodat het alimentatiegeld niet meer bij het belastbaar inkomen wordt gevoegd?
ANTWOORD
Voor zover het geachte lid de onderhoudsuitkeringen bedoelt die ten gunste van de kinderen van de alleenstaande ouder worden gestort, moet ik hem meedelen dat deze onderhoudsuitkeringen nooit onderworpen zijn aan het wettelijk genotsrecht van de ouder en bijgevolg steeds op naam van de kinderen belastbaar zijn. Gelet op de belastingvrije som die krachtens artikel 131 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 1992) wordt verleend, en waarvan het geïndexeerde bedrag voor het aanslagjaar 2001 is bepaald op 210.000 frank voor een alleenstaande belastingplichtige, geven dergelijke onderhoudsuitkeringen bij het kind doorgaans geen aanleiding tot een effectieve belastingheffing.
Voor zover het geachte lid de onderhoudsuitkeringen bedoelt die ten gunste van de alleenstaande ouder worden gestort, is het inderdaad zo dat deze onderhoudsuitkeringen krachtens artikel 90, 3°, WIB 1992 moeten worden aangemerkt als een divers inkomen van deze ouder, dat in principe gezamenlijk met de andere belastbare inkomsten tegen het progressieve tarief belastbaar is.
Ik wens echter op te merken dat de belastbaarheid van de onderhoudsuitkeringen krachtens artikel 99, WIB 1992, tot 80 % is beperkt en dat deze beperking blijkens de voorbereidende werkzaamheden van de wet van 3 november 1976 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB) destijds voornamelijk werd ingegeven omwille van sociale overwegingen.
Bovendien heb ik in het kader van de fiscale hervorming voorgesteld om de toeslag op de belastingvrije som, die thans krachtens artikel 133, § 1, 1°, WIB 1992 alleen wordt verleend aan niet-hertrouwde weduwnaars of weduwen en aan nooit gehuwde vaders of moeders met één of meer kinderen ten laste, en waarvan het geïndexeerde bedrag voor het aanslagjaar 2001 45.000 frank bedraagt, uit te breiden tot alle eenoudergezinnen.
Bron: FisconetPlus
