Parlementaire vraag nr. 907 van de heer Van Hoorebeke van 23.05.1997
VRAAG 97/907
Vraag nr. 907 van de heer Van Hoorebeke dd. 23.05.1997
Bull. nr. 777, pag. 2875
Vr. en Antw., Kamer, nr. 90, 1996-1997, blz. 12365-12366
Gebouw deels beroep. - Meerwaarde.
VRAAG
Vaste activa of gedeelten ervan waarvoor uit fiscaal oogpunt afschrijvingen werden aangenomen worden geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te zijn gebruikt. Latere meerwaarden zijn dan belastbare materie.
Stel, een belastingplichtige is samen met zijn echtgenote eigenaar van een onroerend goed dat voor 50 % door hem beroepsmatig wordt gebruikt.
Dit beroepsmatig deel wordt afgeschreven en op een bepaald ogenblik wordt bij de verkoop van het volledige onroerend goed een meerwaarde gerealiseerd.
1. Kunnen belastingplichtigen zich terecht verzetten tegen de taxatie van 50 % van de meerwaarde met als argument dat de echtgenote niet uitsluitend de eigenaar is van het privé-gedeelte en de belastingplichtigezelfstandige niet uitsluitend de eigenaar van het beroepsgedeelte?
2. Kunnen de belastingplichtigen terecht stellen dat het feit dat de administratie ten onrechte 50 % als afschrijfbare basis heeft toegestaan in plaats van de juiste 25 % (zijnde de helft van het beroepsmatig gedeelte), haar nog niet het recht verleent om de meerwaarde ten belope van 50 % te belasten?
ANTWOORD
De vragen van het geacht lid hebben blijkbaar betrekking op een gebouwd onroerend goed dat tot het gemeenschappelijk vermogen van beide echtgenoten behoort en ten belope van 50 % voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van één van de echtgenoten wordt gebruikt.
In dat geval kan als regel worden gesteld dat:
Vraag nr. 907 van de heer Van Hoorebeke dd. 23.05.1997
Bull. nr. 777, pag. 2875
Vr. en Antw., Kamer, nr. 90, 1996-1997, blz. 12365-12366
Gebouw deels beroep. - Meerwaarde.
VRAAG
Vaste activa of gedeelten ervan waarvoor uit fiscaal oogpunt afschrijvingen werden aangenomen worden geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te zijn gebruikt. Latere meerwaarden zijn dan belastbare materie.
Stel, een belastingplichtige is samen met zijn echtgenote eigenaar van een onroerend goed dat voor 50 % door hem beroepsmatig wordt gebruikt.
Dit beroepsmatig deel wordt afgeschreven en op een bepaald ogenblik wordt bij de verkoop van het volledige onroerend goed een meerwaarde gerealiseerd.
1. Kunnen belastingplichtigen zich terecht verzetten tegen de taxatie van 50 % van de meerwaarde met als argument dat de echtgenote niet uitsluitend de eigenaar is van het privé-gedeelte en de belastingplichtigezelfstandige niet uitsluitend de eigenaar van het beroepsgedeelte?
2. Kunnen de belastingplichtigen terecht stellen dat het feit dat de administratie ten onrechte 50 % als afschrijfbare basis heeft toegestaan in plaats van de juiste 25 % (zijnde de helft van het beroepsmatig gedeelte), haar nog niet het recht verleent om de meerwaarde ten belope van 50 % te belasten?
ANTWOORD
De vragen van het geacht lid hebben blijkbaar betrekking op een gebouwd onroerend goed dat tot het gemeenschappelijk vermogen van beide echtgenoten behoort en ten belope van 50 % voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van één van de echtgenoten wordt gebruikt.
In dat geval kan als regel worden gesteld dat:
- de afschrijvingen, op fiscaal vlak, volgens de gebruikelijke regels kunnen worden toegepast op 50 % van de waarde van het gebouw;
- de meerwaarde die wordt verwezenlijkt bij de verkoop van het gebouw in beginsel ten belope van 50 % belastbaar is.
Bron: FisconetPlus
