Parlementaire vraag nr. 1056 van de heer Gautier Calomne van 13.06.2016
Parlementaire vraag nr. 1056 van de heer Gautier Calomne dd. 13.06.2016
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/083, dd. 25.07.2016, blz. 221
Fiscaal statuut van de scheidsrechters
VRAAG
Scheidsrechters hebben in ons land een specifiek fiscaal statuut. Hun beroepsinkomsten uit hun opleidende, omkaderende of ondersteunende activiteit ten behoeve van de sportbeoefenaars kunnen worden belast tegen het tarief van 33 procent, voor een maximum van 18.780 euro (geïndexeerd bedrag voor het aanslagjaar 2016, inkomsten 2015). Hoeveel personen vallen er momenteel onder die fiscale regeling? Kunt u die gegevens uitsplitsen per Gewest en per sporttak?
ANTWOORD
De afzonderlijke belastingregeling tegen het tarief van 33 % betreft, zonder mogelijk onderscheid, zowel de jonge sportbeoefenaars van 16 tot minder dan 26 jaar voor het gedeelte van de vergoedingen dat het inkomstenplafond voorzien bij artikel 171,4°, j WIB 92 overschrijdt, als de sportbeoefenaars van minimum 26 jaar, de opleiders, de trainers en de begeleiders, voor hun opleidende, omkaderende of ondersteunende activiteiten ten behoeve van de sportbeoefenaars op voorwaarde dat zij uit een andere beroepsactiviteit een bruto belastbaar beroepsinkomen ontvangen dat hoger ligt dan het totaalbedrag van inkomsten uit hun activiteiten als sportbeoefenaar, scheidsrechter, opleider, trainer of begeleider. De onderstaande tabel biedt, op regionale basis, een overzicht van het aantal belastingplichtigen dat aan deze criteria beantwoordt voor de aanslagjaren 2013 tot 2015. Wat de verdeling betreft per bovenvermelde activiteitssector, dient aangestipt dat de aangifte in de personenbelasting niet toelaat om een onderscheid te maken op basis van dit criterium. Ten andere merk ik op dat, vanuit fiscaal oogpunt, de activiteitssector geen invloed heeft op de belastingheffing ter zake. Daarentegen, op vlak van het globaal aantal belastingplichtigen dat geniet van het specifiek, fiscaal statuut, beschikt de fiscale administratie wel degelijk over definitieve gegevens in deze materie voor het aanslagjaar 2013. Echter, voor de aanslagjaren 2014 en 2015, dient opgemerkt dat het nog voorlopige cijfers betreft, gezien de aanslagtermijn van drie jaar, voorzien in artikel 354, 1ste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, nog steeds loopt.
| Aantal van de bovenbedoelde belastingplichtigen belast tegen 33 % | ||||
| Aanslagjaar | Brussels Hoofdstedelijk Gewest | Vlaams Gewest | Waals Gewest | Rijk |
| 2013 | 193 | 5.196 | 749 | 6.138 |
| 2014 | 200 | 6.281 | 788 | 7.269 |
| 2015 | 190 | 6.704 | 847 | 7.741 |
