Parlementaire vraag nr. 1073 van de heer Dupré van 02.05.1994
VRAAG 94/1073
Bull. nr. 743, pag. 3164
Roerend inkomen facultatief aan te geven - Wijzigingswet
De wet van 12 juni 1992 tot bekrachtiging van het WIB 92 gecoördineerd op 10 april 1992 verving artikel 220bis, WIB (oud) door artikel 313, WIB 92. Artikel 220bis, WIB (oud) stelde dat inkomsten uit buitenlandse roerende waarden, uit schuldvorderingen op het buitenland en uit in het buitenland gedeponeerde schuldvorderingen niet in de jaarlijkse aangifte van de personenbelasting moeten worden aangegeven wanneer deze inkomsten langs een in België gevestigde tussenpersoon werden geïnd of verkregen. Er werd geen voorwaarde gesteld in verband met de kwijting van de roerende voorheffing.
Artikel 313, WIB 92 legt die voorwaarde echter wel op. Dit artikel stelt immers als algemeen principe dat inkomsten (binnenlandse of buitenlandse) uit roerende goederen en kapitalen slechts van de jaarlijkse aangifte worden vrijgesteld als de roerende voorheffing werd ingehouden. In antwoord op twee parlementaire vragen over de coördinatie van het WIB heeft u verklaard dat "wanneer later werkelijke wijzigingen ten gronde zouden worden vastgesteld, de regering een ontwerp van wet zou neerleggen waarin de noodzakelijke wijzigingen aan het Parlement worden voorgesteld" (nr. 242, 1 oktober 1992, Bulletin der belastingen, nr. 725, maart 1993, blz. 609 en nr. 326, 14 december 1992, Bulletin der belastingen, nr. 729, juli 1993, blz. 1862).
| 1. | Is de bovenstaande analyse juist ? |
2. Zo ja, zal u een ontwerp van wet tot wijziging van die bepaling voorleggen ?
ANTWOORD
Artikel 313, WIB 92, dat in de plaats komt van het oude artikel 220bis, WIB, stelt inderdaad het beginsel dat roerende inkomsten niet moeten worden aangegeven in de personenbelasting, met uitzondering van die waarop geen voorheffing werd ingehouden.
Het lijkt juist te zijn dat die tekst onvolledig is, omdat hij niet uitdrukkelijk de roerende inkomsten beoogt die geen inhouding aan de bron hebben ondergaan en die niet moeten worden aangegeven, hetzij omdat ze hun eigen fiscaal stelsel hebben ondergaan, hetzij omdat ze vrijgesteld zijn krachtens tijdelijke of bijzondere bepalingen.
Wij bevinden ons hier dus voor een wijziging ten gronde die voortkomt van een onvolmaaktheid van de coördinatie van het wetboek.
Overeenkomstig de destijds aangegane verbintenis om verbeteringen aan te brengen die noodzakelijk zouden blijken om zulkdanige wijzigingen te vermijden, zal ik binnenkort aan het Parlement een voorstel van wijziging van het artikel 313 voorleggen, tegelijkertijd met andere soortgelijke aanpassingen die de inhoudelijke aanpassingen in het wetsontwerp houdende fiscale bepalingen komen vervolledigen (Kamer, document 1421/1).
Bron: FisconetPlus
